Godsdiensten even goed als slecht voor de natuur



Steencirkels op Dartmoor trekken rond Helloween nog steeds moderne heksen aan. Ieder zijn feest: Foto RZ2005

 Godsdienstwetenschappers van de International Society for the Study of Religion, Nature, and Culture vergaderen deze week over de vraag welke religie nu het beste of het slechtste is voor de biodiversiteit. Hollandse ecomoslims hebben al een vermoeden: de Koran maant mensen het meest nadrukkelijk tot respect voor al wat groeit en bloeit.

Moslims zijn natuurmijders. Afgezien van een halal-barbecue of picknick in het stadspark komen ze het bos en de polder niet in. Natuur- en milieuorganisaties hebben traditioneel een klein aandeel moslimleden. Verenigingen als Natuurmonumenten zoeken daarom aanknopingspunten in de Koran, om toch de groene zaak te dienen.

De Turkse ecomoslims van Tema- nl assisteren de natuurclub bij moskeebezoek en de studie van groene soera’s (koranhoofdstukken). Directeur Serdar Köker van Tema-nl wil namelijk ook het ecologisch verantwoorde woord verspreiden, zoals haar moederorganisatie dat de afgelopen vijftien jaar in Turkije deed.

Met een groene uitleg van de Koran maakte het Turkse Tema landgenoten bewust van de noodzaak om erosie te bestrijden. Het wegspoelen van vruchtbare grond is in 90 procent van het land een probleem. De noodzaak van natuurbescherming kwam hier later bij. Tema-nl groeide vanaf 1992 uit tot een organisatie met 250000 leden, en de stichter gaat nu nationaal door het leven als ’Vader Aarde’.

De Koran zou ook voor Nedermoslims een thema als biodiversiteit toegankelijker maken dan de korenwolf en de panda nu doen. „Er zijn talloze soera’s in de Koran die getuigen van het belang van andere levende wezens”, zegt Köker, zelf afgestudeerd mijnbouwkundige in Delft. „Een soera beschrijft dat alle planten en bomen de eer van Allah zingen. Een goede moslim gedraagt zich dus ook verantwoordelijk naar zijn omgeving. Wie er voor zorgt dat medewezens uitsterven moet in het hiernamaals verantwoording afleggen.”

Volgens Köker is de kleur van de islam groen. „Mohammed was de eerste stichter van een natuurreservaat”, zegt hij. „Hij liet een gordel van bomen planten genaamd El Gabe bij Medina, en rond Mekka stelde hij een reservaat in waar geen bomen gekapt mochten. Ook gold hier een jachtverbod. Hij stelde zelfs speciaal wachters aan om hier toezicht op te houden.”

 

Tema’s verhaal demonstreert hoe religie niet alleen de liefde voor Allah kan stimuleren, maar ook voor de natuur. In de wetenschappelijke wereld krijgt de invloed van religie op ecologie dan ook steeds meer aandacht. Illustratief voor deze belangstelling is de oprichting van een internationale studiegroep van honderden godsdienstwetenschappers en ecologen, The International Society for the Study of Religion, Nature, and Culture. Deze week houdt de Society haar eerste congres in Florida (VS).

De Amsterdamse godsdienstwetenschapper Kocko von Stuckrad is een van de bestuursleden. Hij wil juist een scheiding van kerk en natuurreservaat aanbrengen. „De nieuwe society is opgericht als reactie op wat wij missionaire wetenschap noemen”, zegt Von Stuckrad. „Het Harvard Centre for Studie of World Religions domineerde tot nu toe het onderzoek over natuur en religie, en veel wetenschappers daar zijn zelf eco-activist, of gemotiveerd uit een religie. Dat gebrek aan afstand werkte niet altijd in het voordeel van de kwaliteit.”

Ecologische perikelen motiveren dus niet alleen natuurbeschermers om de Koran te openen. Omgekeerd zijn voor veel theologen milieuzorgen al veertig jaar de aanleiding om te kijken hoe godsdienst natuurkwaliteit beïnvloedt. Niet zelden wilden die wetenschappers vervolgens de religie zelf naar ecologische principes gaan hervormen, bijgestaan door in godsdienst geïnteresseerde natuurwetenschappers.

Voorbeelden hiervan staan weergegeven in de nieuwe Encyclopedia For Religion and Nature, waar Von Stuckrad aan meewerkte. De monotheïstische religies moesten het vooral in het werk van de protestgeneratie nogal eens ontgelden. Bijzonder invloedrijk is bijvoorbeeld het essay ’On the historical roots of our ecological crisis’ dat theoloog Lynn White schreef in 1967. White hield na een historische analyse het christendom verantwoordelijk voor de ontheiliging en daarmee de vermeende vernietiging van ’de natuur’.

Deze redeneertrant motiveerde stichters van bewegingen als het Earth Liberation Front tot een fel antichristelijke houding. „De Puriteinen brachten een theologie die wildernis zag als een vloek van de Satan met wilden als zijn discipelen”, schreef stichter Dave Forman in zijn manifest.

Radicale eco-bewegingen omarmden daarom het neopaganisme, in de vooronderstelling dat voorchristelijke bewegingen wel in harmonie met de natuur leefden. Nieuwe archeologische en biologische studies tonen aan dat deze veronderstelling gebaseerd is op een romantisch concept van natuur, als iets dat los van ’de beschaving’ staat. Van de Maori’s is inmiddels bekend dat zij bij aankomst op Nieuw Zeeland de biodiversiteit halveerden. De ondergang van de Polynesische kolonisten van Paaseiland staat nu model voor de rampspoed die een natuurvolk over zichzelf kan afroepen. Zij kapten alle bomen op het eiland voor het transport van hun religieuze beelden, de moai’s.

Voor de Amerikaanse indianen is het beeld even divers. Rond 1500 was het gebied rond het huidige Mexico City dichter bevolkt dan het toenmalige Parijs en de ecologische druk was navenant. Ook de eskimo’s gingen pas na het jaar 1000 in ’harmonie met de natuur’ rond de Noordpool leven toen ze daar naartoe werden verdreven dankzij concurrentie om jacht en landbouwgrond met andere indianenstammen.

Historische documentatie laat zien dat religies zowel bevorderlijk kunnen zijn voor de natuur als destructief. Een tempel van Vishnoe in het Indische Gir Forest, waar de laatste Indische leeuwen leven, wordt nu onder de voet gelopen door duizenden pelgrims. Terwijl de stichting van een tempel voor Shiva door Indische milieuactivisten bij Ahmedabad voorkwam dat er een snelweg werd aangelegd door een gebied met zeldzame slangen. Met slangen hebben wegenbouwers geen moeite, wel met de grieven van duizenden gelovigen.

Het Harvard Centre for Studie of World Religions kon de afgelopen twintig jaar dan ook niet de religie vinden die onbetwist het ecokeurmerk toekwam. „Je hebt binnen iedere godsdienst wel destructieve en opbouwende stromingen”, zegt Von Stuckrad. „Iedere groep heeft zo zijn eigen interpretaties van hun heilige boek. Maar dat maakt het juist een interessant studiegebied en we hopen ons vak de komende jaren ook in Europa verder bekend te maken.”

 

Kan godsdienst dan wel helpen om de waardering voor Veluwe en Weerribben te vergroten onder Nedermoslims? Deze vraag stelde het forum ’Natuur en milieu in multicultureel perspectief’ zich de afgelopen maand in Utrecht ook.

Volgens Köker heeft het gebrek aan natuurliefde onder Turken en Marokkanen weinig met geloof te maken, meer met afkomst. „Natuurlijk houden moslims van natuur, net als iedereen”, zegt Köker. „Mensen in Turkije zijn hooguit gewend om meer van de natuur gebruik te maken. Hier mogen ze nergens aankomen.”

Vereniging Natuurmonumenten wilde om die reden een speciaal ’Allochtonenbos’ bij Santpoort aanleggen met ’bomen om in te klimmen en vruchten om te plukken’, zoals de vereniging dit in haar plan omschreef. Het initiatief sneuvelde in haar goede bedoelingen. Volgens Köker is de verbinding tussen moslim, speciale ’allochtone natuur’ en bijbehorende sociale problematiek ongelukkig.

„Je kunt mensen op hun moslim- zijn aanspreken om verantwoordelijker om te gaan met de natuur”, zegt hij. „Je verlaagt de drempel voor het onderwerp. Maar het feit dat ik moslim ben en van natuur houd wil nog niet zeggen dat ik ook bijvoorbeeld Marokkaanse probleemjongeren in het bos moet begeleiden. Bijna ieder gesprek over natuur dat ik voer met mensen, moet eerst een half uur over integratieproblemen gaan. Dat vind ik wel eens vervelend, vooral omdat ik hier nu al vijfendertig jaar woon.”

Welke god is het best voor de biodiversiteit?

Alle EU-landen hebben in ’Countdown 2010’ afgesproken om de teruggang aan biodiversiteit – het aantal planten- en dierensoorten – te stoppen. Het European Centre for Nature Conservation maakte vorige maand bekend dat geen enkel land dit doel haalt.

Zou massale bekering tot een bepaalde godsdienst alsnog een groene golf kunnen bewerkstellingen?

Uit de nieuwe Encyclopedia for Religion and Nature, een bundeling van onderzoeken naar de relatie tussen religie en natuur, blijkt van niet. Er is niet een echte eco-kampioen onder de godsdiensten bekend, al zijn binnen bijna iedere religie ’groene’ stromingen te vinden. Ook populaire religies als het boeddhisme nodigen met hun wereldverzaking niet noodzakelijkerwijs uit tot natuurbehoud, al prediken de monniken mededogen met andere wezens.

Het christendom zou uitnodigen tot onderwerping van de natuur, door bijvoorbeeld de passage in Genesis1:26 waarin God de mens toestaat om te heersen over de rest van de schepping. De Nederlandse ecotheoloog Jan Boersema wijst tevens de Griekse invloed binnen de westerse traditie aan als oorzaak van de neiging om de natuur te beheersen. Daartegenover staat een gemeenschap als van de franciscaner monniken die in Stoutenburg bij Amersfoort hun eigen groene gemeenschap runnen.

Ook Calvijn was voorstander was van natuurstudie, uiteraard om de handen van de Intelligente Ontwerper aan het werk te kunnen zien.