Hoe voorkomen we een klimaatramp?



de ondergang dreigt boven Zwarte Haan Foto ©RZ2005

04-10-2006

De zeespiegelstijging is niet te keren met klimaatverdragen en minder koolzuurgas. Daarom kunnen we in Nederland beter doen waar we goed in zijn. Dijken ophogen en slimmer bouwen. Hoe Nederland zich het beste voorbereidt op klimaatverandering.

Bill Gates financiert onderzoek naar Aids. Popzanger Bono doet honger in de Derde Wereld,  acteur George Clooney komt op voor Darfur waar genocide plaatsvindt. En nu krijgt ook het broeikaseffect bij ons een gezicht; Al Gore. In de strijd om wie de grootste wereldzorgen vertegenwoordigt, heeft de voormalige presidentskandidaat zijn naam verbonden aan het weer op onze planeet.

Deze week bezoekt Gore Amsterdam voor promotie van zijn nieuwe rampenfilm ‘an Invonvenient Truth’. In een vlotte slideshow toont de klimaatprofeet zich bloedserieus in zijn broeikasgeloof, en hij voorspelt de rampen die ons treffen als wij Westerlingen ons niet bekeren. In een van zijn rampscenario’s wordt Nederland zelfs overspoeld door een zeven meter hoge zondvloed. Alleen bekering tot broeikasgas-arme levensstijl, zoals afgesproken in het Kyotoverdrag kan het onheil afwenden. “Als u van uw kinderen houdt’...

Het is Gore vergeven dat hij de Oudtestamentische methode van zeven plagen en dreigementen toepast om zijn klimaatboodschap te verkopen. Een beetje grof geschut is noodzakelijk om de aandacht te vangen, zeker omdat veel van zijn landgenoten nog steeds ontkennen dat er iets als Global Warming bestaat. En zoals Bono toont is de concurrentie al groot om een plaats op de wereldagenda te veroveren.

Het is goed als Gore de wereld waarschuwt voor een opwarmende aarde met een bijbehorende stijgende zeespiegel. Want veel laaggelegen gebieden in de wereld moeten zich tegen meer water beschermen, dat staat vast. Ook mag hij best beweren dat onze verslaving aan budgetvliegen en het excessieve energieverbruik zorgt voor meer broeikasgas in de atmosfeer. Maar waar houden de feiten op en begint geloof?

Volgens Gore kan de mens aan de thermostaat van de aarde draaien door minder broeikasgas uit te stoten. Hij beweert zelfs dat die grote menselijke invloed op het klimaat onder wetenschappers een uitgemaakte zaak is. Terwijl op doemverhalen over menselijke schuld van milieuprofeten wel wat valt af te dingen. Mensen overschatten zichzelf en kunnen het wereldweer niet op commando veranderen. Juist bij Global Warming is een beetje meer ontzag op zijn plaats voor een stuk natuur dat zich ongrijpbaar aan onze invloed onttrekt.

De kans dat Kyoto en een broeikasgas-arme levensstijl de stijgende zeespiegel tegenhoudt op de gewenste termijn is daarom klein. In plaats van een spaarlampje te branden tegen het schuldige geweten kunnen we dus beter dijken ophogen en het stijgende water de ruimte geven. Onze bescherming tegen het wassende water schiet Nederland ook zonder klimaatverandering al tekort.

 

Allereerst een paar weerweetjes. Het werd de afgelopen eeuw werd het ruim een halve graad minder koud bij ons. Ook is de concentratie van het broeikasgas koolzuur, dat vrijkomt bij verbranding van bijvoorbeeld aardgas wereldwijd in de atmosfeer met een derde toegenomen in de afgelopen eeuw. Volgens het Milieu Natuur Planbureau (MNP)is voor die stijging bijna alleen een menselijke oorzaak bekend. De stijging van broeikasgas zou verantwoordelijk zijn voor de huidige opwarming van de aarde. Door die opwarming stijgt de zee.

Voorspellingen voor komende eeuw van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), van de Verenigde Naties geven de wereld gemiddeld nog eens 1,5 tot 5 graden extra. De bijbehorende zeespiegelstijging is alleen wat kleiner dan wat Gore over ons polderland wil uitstorten. Het meest waarschijnlijke scenario geeft 30 tot 60 centimeter extra. Ter vergelijking, de afgelopen eeuw steeg het water ongeveer 20 centimeter.

De zwartste klimaatscenario’s komen van biologen die overal hun favoriete dieren zien verdwijnen. Regelmatig wordt een relatie met klimaatverandering gesuggereerd, al is menselijke landhonger de hoofdschuldige. Vooral populaire biologenboeken als ‘de Weermakers’van Tim Flannery brengen de stemming er goed in. Binnen 20 jaar moeten we de koolzuuremissie met 70 procent terugbrengen, anders komt de duivel ons halen. Het eerste slachtoffer in de broeikas, een Costa Ricaanse kikker is al gevallen.

Bij milieuprofeten neemt de overtuiging van menselijke verwijtbaarheid bijna religieuze proporties aan. Net als imams in Indonesië, die de tsunami beschrijven als straf van Allah voor verwestersing van moslims, wordt iedere flinke regenbui of droogte in Ethiopië nu aan Westerse hebzucht toegeschreven. Alleen een drastische bekering tot emissiearme levenswandel kan ons behoeden voor het leven in een warme zweethut, met bijbehorende vloedgolf.

Toch zijn het niet bepaald wetenschappelijke amateurs die het onheil over ons klimaat verspreiden. De meerderheid van de gevestigde klimaatwetenschappers onderschrijft het global warming-scenario met menselijke oorzaak en ook ons eigen KNMI is officieel aanhanger van globale rampspoed. En de laatste loot aan de boom van klimaatzorgen komt bijvoorbeeld van satellietgegevens van ruimtevaartorganisatie Nasa. Volgens onderzoek aan de ijskap bij de Canadese Hudsonbay, krimpt deze sinds 1976 steeds sneller. De beschuldigende vinger wees meteen richting onze broeikasgasuitstoot.

Maar er valt wel iets af te dingen op de menselijke invloed op het wereldweer. Delfts geoloog Salomon Kroonenberg publiceerde daarom dit voorjaar zijn boek ‘de Menselijke Maat’. Hierin relativeert hij al te grove klimaatclaims. Aan de hand van de geologische geschiedenis met al haar ijstijden en opwarmingen toont Kroonenberg dat Global Warming de normaalste zaak van de wereld is.

Via lezingen en besprekingen kreeg Kroonenberg veel kritiek. “Ik heb voor de boekenbijlage van het NRC publicaties van klimaatsceptici positief gerecenseerd die menselijke invloed betwijfelen”, zegt hij. “De emotionele reacties die ik daar op kreeg.. Het leek wel alsof ik mensen hun speeltje afnam. Het probleem is dat de milieubeweging 90 procent van haar doelen heeft gehaald. Sommige vertegenwoordigers gaan daarom over tot het innemen van extreme standpunten om hun bestaansrecht te verdedigen.”

Het klimaat gaat haar eigen gang. Bekend voorbeeld is de temperatuurstijging van de afgelopen eeuw. De sterkste stijging van de wereldtemperatuur vond plaats tussen 1900 en 1940, toch niet de periode met de grootste industrialisatie. Van 1940 tot 1970 daalde de wereldtemperatuur zelfs met 0,3 graad. terwijl de verbrandingsmotor en de kruitdampen van twee wereldoorlogen toch effect moesten hebben Klimatologen voorspelden toen de komst van een nieuwe ijstijd,.

 “De temperatuur vertoont de afgelopen eeuw een stijgende lijn, maar die stijging hoeft deze eeuw niet door te gaan tot we roodgekookt zijn”, zegt Kroonenberg.“Het zou, afgaand op de klimaatgeschiedenis normaal zijn als halverwege de komende eeuw weer een temperatuurdaling optreedt, en dan zie je de publieke opinie ook weer 180 graden omslaan. Daarom heeft het weinig zin om oliemaatschappijen subsidie te geven om koolzuur in de grond te stoppen.” Kroonenberg doelt hier op projecten van bijvoorbeeld exploratiemaatschappij Gaz de France, dat koolzuurgas terugspuit in een leeg gasveld onder de Noordzee.

Op mondiaal klimaatniveau slaan we niet meer dan een deuk in een pakje boter, vergeleken met wat de natuur zelf kan uitrichten. De mens draagt hooguit 2 procent bij aan de totale kringloop van koolzuurgas die de atmosfeer met land en oceanen uitwisselt. Plantengroei heeft een veel grotere invloed dan menselijke activiteit. Zo daalt het koolzuurgehalte in de zomer met 6 tot 9 procent omdat op het noordelijk halfrond dan het groeiseizoen plaatsvindt.

Een flinke vulkaanuitbarsting, zoals op het Indonesische Sumbowa in 1815 kan zelfs globaal de temperatuur voor een jaar laten dalen met een halve graad. Het jaar zonder zomer, zo ging het uitbarstingsjaar de geschiedenis in. Mocht de vele malen grotere supervulkaan onder Yellowstone uitbarsten, dan zult u met heimwee terugverlangen naar die regenachtige zomer mens-erger-je-nieten in de caravan.

Natuurlijk hebben geologen makkelijk praten. In tegenstelling tot politici die in termijnen van vier jaar moeten denken, doen zij niet moeilijk over een miljoen jaar meer of minder. Maar ook binnen termijnen van mensenlevens valt kritiek te leveren op het klimaatdoemscenario van het IPCC, de basis van het Kyoto-verdrag.

Oud KNMI-directeur Henk Tennekes valt als notoir klimaattwijfelaar in de categorie van sceptici. De klimaatmodellen waarmee meteorologen het wereldweer voor de komende eeuw voorspellen voor het IPCC zijn volgens Tennekes nog te primitief. Veel rekenmodellen draaien op meetreeksen die zich baseren op weertrends van de laatste decennia, te kort om iets over een hele eeuw te zeggen. Nieuwe satellieten meten pas recent de invloed van waterdamp, een veertig maal sterker broeikasgas dan koolzuur en de invloed van wisseling in zonnewarmte op het weer is nog onduidelijk.

Te groot ontzag voor ‘feiten’verhult dat wetenschap mensenwerk is. Ook wetenschappers verdedigen soms niet zozeer ‘de waarheid’als wel hun eigen winkel, waar geen indringers achter de toonbank mogen kijken. Het bekendste voorbeeld van afgelopen jaar is de hockeystickgrafiek van Michael Mann, die 1998 in Brits wetenschapsblad Nature verscheen. De wereldtemperatuur zou in onze eeuw volgens de vorm van dit sportattribuut zo spectaculair omhoog krullen richting ondergang. Dit, na in de rest van de wereldgeschiedenis ongestoord door de Westerse uitbuiting van de aarde vlak te liggen.

Mann’s grafiek gold lang als ‘de waarheid’want iedere wetenschapper wil in het gerespecteerde Nature publiceren. Maar twee Canadese wetenschappers toonden aan dat Mann cijfermatig had gesjoemeld om zijn gelijk in te passen in het menselijke Global Warming-plaatje. Hij verzweeg bijvoorbeeld een warme periode voor het jaar 1400 die zelfs landbouw door Vikingen op Groenland mogelijk maakte. Niettemin verscheen Mann zijn hockeystick als illustratie in veel alarmistische IPCC-rapporten.

Om kort te gaan, de interpretatie van klimaatgegevens laat te wensen over. Veel metingen worden te vlug aan de kapstok van menselijke aardopwarming gehangen. Gore gaat dan ook kort door de bocht als hij Katrina met onze uitstoot van broeikasgas verbindt. Een warmere zee geeft meer kans op het ontstaan van orkanen, want deze worden gevormd bij zeewater met een temperatuur boven de 25 graden.

Maar meer orkanen in het Caribische gebied in de laatste tien jaar willen niet zeggen dat menselijke invloed op het klimaat hierbij een rol speelt. Bovendien was Katrina boven land nog maar een categorie 3 sterk, en werd de grote schade veroorzaakt door gebrekkig dijkbeheer. Een menselijke invloed, maar niet op het klimaat.

De krachtigste orkaan die landfall maakte in de VS vond bovendien plaats in 1926, de dodelijkste in 1900 in Galveston ver voor de tijd van grootschalige consumptie van olie. Dat natuurrampen in sommige Derde Wereldlanden veel slachtoffers eisen heeft ook niet zozeer met het klimaat te maken als wel met armoede en overbevolking. Mensen in Bangladesh gaan steeds vaker in onbewoonbaar laag gebied wonen, en hebben geen geld om zich in te dijken.

Wat de smeltende gletsjers betreft, al sinds de tijd van Napoleon trekken deze zich terug. De berg Kilimanjaro, bekend van de Lion King verliest haar gletsjers omdat de berg opwarmt door boskap. Bovendien mag het Noordpoolijs nu inkrimpen, op de Zuidpool neemt de ijsvorming juist toe. De dramatische plaatjes van wegglibberende ijsberen zijn iedere zomer op Groenland te maken, als u een reis boekt bij een ecotoerismebureau. En zo beroerd is het broeikaseffect niet. Zonder gassen in de atmosfeer die warmte vasthouden zou de aarde een onbewoonbare ijsklomp zijn.

Als de hele wereld dus, van Chinees tot Texaan wereldwijd de zwaarste Kyotovariant zou omarmen is het niet zeker of, en zo ja hoeveel wij de zeespiegelstijging daarmee beïnvloeden en zeker niet op de termijn die wenselijk is voor mensen in Bangladesh of vakantie-eilandjes als de Malediven.

Om nog maar te zwijgen over de mondiale uitvoerbaarheid van het Kyotoverdrag zelf. Een ongemakkelijke waarheid is dat zelfs de beste jongetjes uit de klas er al moeite mee hebben. Terwijl het verdrag volgens veel milieuprofeten te licht is om werkelijk iets aan het klimaat te veranderen.

Volgens Kyoto moeten we de uitstoot van broeikasgassen, zoals koolzuur, methaan en stikstofoxiden in 2012 met zes procent terugdringen ten opzichte van het niveau van 1990. Tot nu toe kon ons land met een stevige economische groei in de afgelopen vijftien jaar haar totale emissie van broeikasgassen op het zelfde niveau van 1990 houden, ongeveer 213 megaton. Maar dit niveau halen we alleen door uitstootbeperking van methaan en stikstofoxiden. Bijvoorbeeld door vuilstort af te dekken en minder mestgebruik. Met de uitstoot van koolzuurgas gaan we nu al de mist in. Sinds 1990 steeg deze jaarlijks met twee procent van 168 megaton naar 195 megaton. 

Vanaf 2010 kunnen de EU en Nederland hun doelstellingen alleen halen door Kyotozorgen af te kopen in emissiearme buitenlanden. Een fabriek die in Nederland de productie wil uitbreiden, lees extra broeikasgas wil uitstoten door extra energiegebruik, kan zijn Kyotozorg afkopen door te investeren in een milieuproject in het buitenland. Bijvoorbeeld de verbouwing van een vervuilende Roemeense bruinkoolcentrale in een efficiëntere gascentrale. Maar het afkopen van zorgen nadert zijn grenzen als die arme zielige landen zichzelf willen ontwikkelen, zoals nu al in India en China gebeurt. Als die landen zelf Kyoto moeten halen kunnen we onze zorgen niet langer bij hen afkopen.

Ook als landen hun best doen met Kyoto en ze komen in de buurt van de doelstellingen, dan zal de zeespiegel nog steeds blijven stijgen. Hoe erg is dat? Om ’s werelds beroemdste klimaatketter, de Deense econoom en statisticus Björn Lomborg te citeren: “Onze grootouders zagen de afgelopen eeuw de uitvinding van de verbrandingsmotor, twee wereldoorlogen en twintig centimeter zeespiegelstijging, welke van de drie zullen ze als meest indrukwekkende herinnering opgeven’.

Afgelopen week bezocht Lomborg Den Haag om de presentatie van de Sociale Agenda bij te wonen. “Het helpt niet, als je zoals Gore problemen groter opblaast dan het in werkelijkheid is”, zegt Lomborg desgevraagd over de klimaatfilm “Hij komt alleen met een worst case scenario om mensen bang te maken. Ik wil juist van al die emotie af waarmee milieu en klimaat is omgeven en terug naar een rationele discussie.”

Lomborg pleit voor een andere inzet van gelden, die nu aan Kyoto-afspraken worden gespendeerd. Als directeur van het Copenhagen Consencus Centre liet hij in 2004 enkele Nobelprijseconomen de effectiviteit doorrekenen van tien actiepunten die ieder afzonderlijk het welzijnsniveau op aarde zouden verbeteren in tien jaar tijd.

Met een hypothetisch bedrag van 50 miljard dollar te besteden, zou iedere dollar die in HIV-bestrijding en schoon drinkwater werd gestoken zich veertig maal terugverdienen. Bestrijding van het broeikaseffect zou per dollar twee cent opleveren, en eindigde qua economische effectiviteit op de tiende en dus laatste plaats. Dankzij zijn indrukwekkende staat van progressieve verdiensten: de Deen is jong, links, vegetarisch, homo èn Greenpeacelid, slaagde Lomborg wereldwijd zijn blijde boodschap te verspreiden. De gevestigde orde kon hem niet als rechts, oud en dus fout negeren.

Toch is Kyoto zo slecht nog niet. Als neveneffect zorgt het verdrag voor investeringen in energiebesparende techniek, en de beschikbaarheid van energie is het belangrijkste vraagstuk van de 21ste eeuw. De wereldwijde energiehonger valt nu al af te lezen aan de energierekening, die sterker stijgt dan veel grafieken in Al Gore’s doemscenario’s. Kyoto maakt economieën zuiniger. Maar het branden van een spaarlamp heeft weinig invloed op de halve meter extra zee die voor onze deur staat, en het wisselvalliger weer.

Nederland is daar gek genoeg nog nauwelijks voorbereid. Voor de opvang van regenwater schiet ons ruimtelijk ordeningsbeleid tekort. Het bebouwde oppervlak nam sinds 1990 met 50 procent toe. Veel nieuwe industrieparken en woonwijken worden gebouwd in polders die drie tot, zoals bij Gouda acht meter beneden zeeniveau liggen. Er blijft in laaggelegen delen nauwelijks oppervlakte over om de toenemende stortbuien op te vangen. En bij overstroming levert het dakterras geen veilige plek.

Het lijkt verstandiger de laagste polders als regenton te gebruiken waar je water in droge periodes uithaalt. In die gebieden kan het veen zelfs weer aangroeien. Zo leert een blik op de hoogtekaart van West Nederland dat de hoogst gelegen plekken natuurgebieden zijn, de bewoonde delen zijn door menselijke activiteit, lees ontwatering en bemaling, ingeklonken.

Hetzelfde geldt voor rivierafvoer, die door sommige gemeentes langs de Maas wordt gefrustreerd omdat ze bouw in de uiterwaarden toestaan. Het programma ‘Ruimte voor de rivier’ van onder meer Rijkswaterstaat moet meer ruimte geven aan Rijn, Waal en Maas om hun natuurlijke ding te doen. Gecontroleerde overstroming beperkt wateroverlast elders. Maar vaak wordt het programma nog gefrustreerd door wethouders die hun gemeentebegroting met huizenbouw in uiterwaarden willen dichten.

Wat de zeekeringen betreft lijken we zelfs een beetje in slaap gevallen, zo blijkt uit het rapport ‘Risico’s in bedijkte termen’dat het MNP in 2004 maakte samen met Delftse waterbouwers. De economische waarde die de dijken moeten beschermen is met een factor zes toegenomen sinds 1960, het jaar waaruit de nu gebruikte veiligheidsnormen stammen. Deze normen houden geen rekening met Global Warming en haar verdere zeespiegelstijging. Ook de toegenomen kracht van golfslag op onze kust zit niet in die norm verwerkt.

In Zeeland en sommige stroken Waddenkust liggen de dijken nog niet eens op wettelijk vastgestelde hoogte, dankzij Hollandse zuinigheid. De Nederlandse Noordzeekust kent nog steeds meer dan zes zwakke plekken die acuut aangepakt moeten worden zoals Scheveningen en Kijkduin. De achterliggende Randstad is toch niet dun bevolkt te noemen. Pas dit jaar komt de bestuurlijke massa in beweging om hierover besluiten te nemen.

Wat dijkenbouw betreft is er technisch is er geen man over boord. Volgens Delfts waterprof Marcel Stive kunnen we een metertje of twee extra zee makkelijk verwerken. De miljarden die voor dijkversterking nodig zijn, vormen de meest effectief bestede klimaatgelden die Nederland ooit heeft uitgegeven. Alleen van dijken is namelijk zeker dat ze de zeespiegelstijging keren. Utrecht aan Zee ligt dan nog minstens twee eeuwen verder.