Vertrapt door de natuurlijkheid





Onder de vogeldiscussie in de OVP liggen twee natuurbeelden: Een landschap zonder menselijke invloed wordt parkland met grazers, óf het wordt een gesloten bos zoals Bialowieza. Grazers hebben daar geen invloed op: hamvraag is dus: vormt de os het bos of het bos de os? Foto's RZ2006

Kwetsbare vogelsoorten blijken te lijden onder de begrazingsdruk in de Oostvaardersplassen. Maar wat de één in strijd acht met internationale natuurbeschermingsverdragen is voor de ander een uniek experiment- ongeacht de uitkomst. ‘Bijsturen past niet bij ons beleid’.

‘De aanwezigheid van zeearend, zilverreiger en monniksgier in de Oostvaardersplassen tonen aan dat het gevoerde beheer werkt.’Zo schrijft voormalig LNV-minister Cees Veerman in 2006 in het rapport van de ICMO-commissie. Deze commissie met internationale begrazingexperts riep Veerman in het leven na de commotie over wintersterfte bij grote grazers in het moerasgebied.Veerman en ICMO verkeerden in 2006 in de veronderstelling dat het met de vogelstand wel goed zat.

Maar vogelaars denken daar anders, sinds gegevens bekend werden over de broedvogelinventarisatie in 2007. Deze broedvogelinventarisatie, eerder gedaan in 1997 en 2002, werd uitgevoerd door ecologisch onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga in opdracht van Staatsbosbeheer. In het 2000 hectare grote buitenkaadse deel naast het moeras blijken in 10 jaar tijd 21 van de 91 vogelsoorten te zijn verdwenen. Het rapport komt deze maand vrij.

Ornitholoog Rob Bijlsma, die de inventarisatie uitvoerde, wijt de verdwijning van broedvogels aan vertrapping en overbegrazing, die de broedgelegenheid aantast. De kudde paarden, edelherten en runderen in het Buitenkaadse deel verdubbelde in die zelfde periode naar ruim 3500 dieren. Dit roept de vraag op of grote grazers wel het aangeprezen paardenmiddel zijn bij natuurbeheer in een internationaal belangrijk vogelgebied.

´Helder uitleggen´

Staatsbosbeheer peinst niet over ingrijpen. “Wij voelen ons in het beleid gesteund door internationale experts”, zegt Piet Winterman, regiodirecteur Oost van Staatsbosbeheer, in reactie op kritiek van vogelaars. “We kiezen voor natuurlijkheid, waarbij grazers onderdeel uitmaken van het natuurlijke systeem.Het is volgens ons een onderdeel van die natuurlijkheid dat daarbij ook vogelsoorten komen en gaan. Die veranderingen blijven we volgen, maar bijsturen past niet in dat beleid.” In deze visie mag begrazing ook geen ‘beheer’meer heten, het is een ‘streven naar natuurlijkheid’.

De regiodirecteur doelt met de steun van ‘internationale experts’op de ICMO-commissie. De commissie richtte zich voornamelijk op dierenwelzijn van grote grazers, en constateerde dat de wintersterfte in het gebied niet ‘onnatuurlijk hoog’was. In haar persberichten stelde Staatsbosbeheer vervolgens dat het ICMO-advies een ‘bevestiging’was van haar goede beleid.

Via betere ‘communicatie’zou zij het gevoerde beleid met grote grazers vervolgens ‘helder en duidelijk uitleggen’ aan het publiek, een aanbeveling die ook in het ICMO-rapport staat. Het grote publiek bleef vervolgens in de veronderstelling dat het met de vogels goed zat, dankzij de marketing die Staatsbosbeheer opzette rond het eerste broedgeval van de zeearend in 2006.

Aan het vogelfront gebeurde niets nieuws. In de uitwerking van de ICMO-adviezen die Staatsbosbeheer najaar 2006 publiceerde, staat als enige concrete maatregel voor vogels vermeld dat Staatsbosbeheer een verbeterd geografisch model opstelt. Dit rekenmodel moet de effecten van begrazing voorspellen op geschikt broedhabitat voor vogels over 5 jaar. Het bestaande geografische rekenmodel werd opgesteld door Wagenings grofwildexpert Geert Groot Bruinderink.

Einde discussie dus? De ‘heldere en duidelijke uitleg’ van Staatsbosbeheer met haar nieuwe communicatiestrategie heeft niet kunnen voorkomen dat nu de vogelliefhebbers in het geweer komen tegen de natuurvisie van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen. “Het is niet zo dat wij het beleid van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen niet hebben begrepen”, zegt Ruud van Beusekom van Vogelbescherming. “We zijn hooguit een andere mening toegedaan over beheersprioriteiten, en je kunt gerust stellen dat Vogelbescherming zich zorgen maakt over het gevoerde beleid.”

Vogelbescherming kijkt kritisch naar nieuwe plannen in het gebied. Zo wil Staatsbosbeheer ook de kades doorsteken die het begrazingsgebied van het moeras scheiden. “Dan kunnen de grazers verder het moerasgebied in”, zegt Van Beusekom. “En ze willen ook wilde zwijnen loslaten. De kans is groot dat je dan ook nog je moerasvogels kwijtraakt, want die zwijnen vreten alles op. Dus wat ons betreft mogen ze wat voorzichtiger zijn met hun experimenten, en ik betwijfel of ze zo Natura2000 doelen halen.”

Tijdens een lezing afgelopen eind november bij Sovon Vogelonderzoek in Nijmegen uitte ornitholoog Bijlsma kritiek op het begrazingsbeheer. Zijn directe kritiek op bedenker van het graasexperiment in de Oostvaardersplassen, ecoloog Frans Vera leverde hem in de zaal vol vogelaars massaal applaus op. Onder vogelaars is begrazing als natuurbeheersvorm al langer een bediscussieerd thema vanwege de vaak negatieve impact op broedvogels. Ook herpetologen als Edo van Uchelen zijn overigens kritisch over al te enthousiaste begrazingsexperimenten. Op arme zandgronden leidt runderbegrazing tot soortverarming van reptielen.

Rechtszaak

Volgens Wageningers als grofwildexpert Geert Groot Bruinderink ziet ‘Staatsbosbeheer eventuele rechtszaken van vogelliefhebbers met vertrouwen tegemoet.’Staatsbosbeheer houdt zich namelijk keurig aan haar oorspronkelijke beheersdoelstelling voor het gebied. Vera, één van de architecten van de Oostvaardersplassen, wilde met begrazing door grote grazers een voedselgebied voor grauwe ganzen creëren, die op het voedselrijke kortbegraasde gras afkomen. Die ganzen konden dan ook het riet weg eten in het moeras en de dichtgroei in het gebied tegengaan, zoals waargenomen in de Neusiedlersee op de grens van Oostenrijk.

Tegengaan van verbossing, de zogenaamde successie is de meest kapitaalintensieve maatregel van Nederlands natuurbeheer. Vera vindt die successiebestrijding zinloos. Hij ziet het dichtgroeien van Vaderlandse natuur niet als natuurlijk verloop dat alleen met menselijk ingrijpen kan worden gekeerd. Volgens de ecoloog is verbossing van de vaderlandse natuur een symptoom van een ziek natuursysteem. Natuurgebieden groeien volgens hem dicht omdat een belangrijke ecologische component ontbreekt, in dit geval begrazing door grote herbivoren en ganzen.

Volgens Bijlsma is de op ganzen en grote grazers gerichte doelstelling achterhaald door de ecologische praktijk in Nederland. “Twintig jaar geleden waren voedselgebieden voor grauwe ganzen misschien nog zinvol”, zegt hij. “Nu leven al miljoenen ganzen in Nederland en intensief door koeien begraasde weilanden hadden we al. Als Staatsbosbeheer dat ook graag in de Oostvaardersplassen wil ten koste van andere broedvogels, mij best, maar heb dan als organisatie ook niet meer de mond vol over biodiversiteit en vogels.”

Bezwaren

Op Knepp Castle Estate, een Brits landgoed van 3000 hectare zetten beheerders sinds 2002 ook kuddes van verwilderde paarden en koeien in. Deze dieren moeten voor openheid in het landschap zorgen. Vera’s oernatuurideeën zijn zo een exportproduct geworden. Biologe Theresa Greenaway, die de gevolgen van het wildernisbeleid volgt voor dier- en plantensoorten legt bij deze beheerskeuze voor ‘wildernis’de vinger op de zere plek in een in januari 2007 verschenen rapport:

“Switching from arable to more natural grazing presents problems as well as benefits, and one of the difficulties is that there is little precedent for such schemes in lowland England. How many animals should be the aim? What are the targets and how will we know when we have reached – or failed to reach – them?”  Streven naar ‘wildernis’ met grote grazers lijdt volgens Greenaway dus vooral onder praktische bezwaren. Een bestaand referentiegebied onder de zelfde klimatologische en geografische omstandigheden ontbreekt. Of je beleid succesvol is valt bij gebrek aan ijkpunt dus nooit te bepalen. Die onzekerheid over beheersdoelen gaat lijnrecht in tegen het huidige Nederlandse beleid waarbij beheerders per beheerspakket en getelde diersoorten geld krijgen van de provincie.

Daarnaast geldt het wetenschappelijke gehalte van Vera’s opvattingen over oernatuur als discutabel. De meeste internationale experts zien Vera’s model van door grote grazers bosvrij gehouden parklandschap als ‘simplistisch’, zo stelt Nick Whitehouse in 2004 in Environmental Archaeology. Wel geldt bij veel wetenschappers nu de consensus dat de rol van begrazing in prehistorische ecosystemen misschien is onderschat.

Ecoloog Jan Bokdam, die de Wageningse school van ‘systeemdenkers’vertegenwoordigt tegenover de ‘soortbeschermers’ wil het dan ook voor de grote grazers opnemen. “Begrazing mag niet overal even succesvol zijn”, erkent Bokdam. “Zo blijkt uit alle publicaties dat begrazing op arme zandgronden verbossing niet keert. Toch staat het voor mij wel vast dat grazers nodig zijn om een natuurlijk systeem completer te maken. Kijk naar alle aanpassingen die in de evolutie bij planten zijn ontstaan om zich te weren tegen begrazing. Dat geeft aan hoe hun aanwezigheid het systeem beïnvloedde.”

Volgens Bokdam moet het experiment met grote grazers dus kunnen doorgaan, ondanks de vogels. “In de Oostvaardersplassen heb je een aaneengesloten gebied waar je kan testen hoe natuurlijke processen verlopen als mensen er vanaf blijven”, zegt hij. “Op hoeveel plaatsen met een vergelijkbare oppervlakte als dit moerasgebied heb je daar in Nederland nog de ruimte voor?”

///