Het politieke klimaat




Klimaatverandering boven de Beethovenstraat: foto RZ2007
Verloop gemiddelde wereldtemperatuur van 1998 tot 2008. Het is warm ten opzichte van 1850 maar koud ten opzichte van 1998, terwijl de CO2-concentratie toeneemt

20-12-2008

Politici willen strijden tegen klimaatverandering. Ondertussen stijgt de zeespiegel nauwelijks en koelt de aarde momenteel af, terwijl de concentratie van broeikasgas CO2 stijgt. Een dipje in de opwarming, of is er meer aan de hand?

 ‘Het lijkt deze dagen alsof het milieu ons als losgeld bewaard. Vloeden, stormen en droogte over de wereld worden toegeschreven aan de wereldwijde stijging van temperaturen.” Zo schrijft Friends of the Earth-directeur Andy Atkins voor de BBC, na invoering van de Engelse klimaatwet in oktober. Maar over welke temperatuurstijging heeft Atkins het, bij zijn betoog om het belang van de milieubeweging te onderstrepen?

Niet die van de wereld in 2008, het koudste jaar in een decennium. Terwijl Engeland een draconische klimaatwet aannam, viel in Londen de eerste oktobersneeuw sinds 1934. Hongkong registreerde haar tweede extreme kouderecord sinds 1888, Mumbai sinds 1967 en in Fairbanks Alaska werd in oktober een 104 jaar oud kouderecord geëvenaard. De afkoeling van de laatste twee jaar lijkt de opwarming van de afgelopen 30 jaar bijna teniet te doen. De wereldtemperatuur lijkt zich sinds 1998 te stabiliseren, terwijl de CO2-concentratie verder steeg. Afgelopen jaar gaf ook de grootste dip in het orkaanseizoen in 24 jaar.

Peter Stott van het Met Office (Britse KNMI) waarschuwde meteen. Bij de aankondiging van vrieskistjaar 2008 stelde hij ‘dat je deze trends niet mag uitleggen als vertraging in de opwarming van de aarde’. Maar geofysicus David Demming stelt op 8 december in de Washington Post: “Klimaatalarmisten beweren gelijk dat deze weerverschijnselen geen aanwijzing zijn voor klimaat op lange termijn. Maar zijn dit niet dezelfde mensen, die beweerden dat hoge temperaturen en orkaan Katrina onze onvermijdelijke ondergang inluidden?”

Demming behoort tot de harde kern van klimaatketters. Dit is een verzameling van 650 sceptische wetenschappers die zich afzet tegen het IPCC-klimaatpanel van de Verenigde Naties. Dit IPCC verklaarde, dat het voor 90 procent zeker is dat menselijke broekasgasuitstoot voor 50 procent bijdroeg aan de temperatuurstijging van de afgelopen eeuw. De temperatuur steeg van 1900 tot 1998 met ruim een halve graad. De concentratie van broeikasgas CO2 nam met 30 procent toe, en neemt nog steeds toe.

Maar niet alleen zure oude sceptici, ook actieve klimaatwetenschappers nemen afstand van spandoekjargon over rampen. Want zowel de waargenomen temperatuurstijging, als de CO2-concentratie zijn niet uitzonderlijk. “In het Krijt 65 miljoen jaar geleden was de CO2-concentratie vijf maal hoger dan hij nu is”, zegt Sybren Drijfhout, klimaatwetenschapper bij het KNMI. “Al het landijs was gesmolten en er leefden krokodillen op Groenland. Het ergste klimaat dat ons kan overkomen, bij aanhoudende groei van de CO2-concentratie zal vergelijkbaar zijn met dat klimaat. En daarin kunnen mensen best overleven.”

De krokodillen reden niet rond in benzineslurpende SUV’s. De CO2-concentratie én temperatuur kunnen dus zonder verbranding van fossiele brandstoffen veel heftiger stijgen dan nu gebeurt mét menselijke CO2-uitstoot. En de aarde kan ook bij stijgende CO2-concentraties afkoelen. Is CO2 dus wel de graadmeter waaraan je aardopwarming kunt koppelen? “Het is onzinnig om te beweren dat CO2 en temperatuur geen verband met elkaar houden”, zegt Drijfhout. “Maar er bestaat nog onduidelijkheid over het precieze verband met temperatuur en gevolgen voor zeespiegelstijging.”

Er zijn bijvoorbeeld veel meer factoren van invloed op de temperatuurstijging aan het aardoppervlak naast CO2. Zoals luchtkwaliteit. Volgens een komende publicatie van Drijfhout en collega Wilco Hazeleger zou de gemeten temperatuur in De Bilt en West Europa de afgelopen decennia sneller zijn gestegen dan in andere regio’s. Dit dankzij sterk verbeterde luchtkwaliteit met minder fijnstof. Zo kon namelijk meer zonnewarmte instralen, dan in de jaren zeventig, toen stof in de lucht de warmtetoevoer dempte. Nederland warmde ironisch genoeg dus sneller op dankzij haar effectieve milieuwetgeving.

De kloof tussen serieuze wetenschapspublicaties en spandoeken groeit. Ook Hoofd Mondiaal Klimaat van het KNMI, Wilco Hazeleger nam daarom in een opiniestuk in het NRC Handelsblad van 11 december stelling tegen de 1,30 zeespiegelstijging die de Deltacommissie als leidraad nam voor 2100. „De afgelopen eeuw is de zeespiegel 20 centimeter gestegen en van een duidelijke versnelling is geen sprake.” De wereldwijde zeespiegelstijging van afgelopen eeuw lag keurig op het jaargemiddelde van de afgelopen 10.000 jaar.

Bij de presentatie van klimaatonderzoek speelt dus meer dan het weer. Hazeleger is bijvoorbeeld niet alleen wetenschapper, maar ook een door Den Haag betaalde ambtenaar. En dus is het sinds 11 december hommeles op het KNMI. Want het door Den Haag betaalde instituut mocht niet voor haar beurt spreken. “Ik mag niet rechtstreeks met u praten”, zegt ook klimaatwetenschapper Drijfhout aanvankelijk bij opnemen van de telefoon over het geldende persbeleid. “Anders krijg ik gedoe met de leiding. Want alles wat wij tegen journalisten zeggen komt ook bij staatssecretaris Huizinga op het bord. Het stuk van Hazeleger in het NRC heeft al veel onrust veroorzaakt.”

Drijfhout krijgt later geen toestemming van KNMI-spindoctor Cees Molenaars om verder te spreken over zijn visie op het verband tussen CO2 en opwarming. ‘Een beetje babbelen over wetenschap met een journalist is nooit onschuldig’, verklaart Molenaars. Hans Labohm, ’s lands meest activistische klimaatketter en expert reviewer van het IPCC verklaart deze reactie uit de politisering van het klimaatdebat.

 “Het KNMI is bedoeld als wetenschappelijk instituut, maar zit nu helemaal in de tang van de politiek”, zegt hij. “Verschillende mensen bij het KNMI hebben mij verklaard dat ze zich willen uitspreken als wetenschapper tegen overdreven rampscenario’s. Maar ze durfden nooit naar buiten te treden.” Dat u het maar weet.

//

De aarde vergaat wel/niet

Meten is weten? Dat hangt af van hoe je resultaten presenteert. Greenpeace kwam hier zelf onbedoeld achter, toen zij in 1992 een enquête hield onder 400 klimaatwetenschappers die deelnamen aan het IPCC-klimaatpanel van de Verenigde Naties. Van 113 respondenten geloofde 13 procent dat het klimaat versneld zou kunnen opwarmen, bij aanhoudende broeikasgasuitstoot. Twijfel lag bij 32 procent en 47 procent vond versnelde opwarming onwaarschijnlijk.  ‘45 procent van alle klimaatwetenschappers gelooft dat de aarde versneld opwarmt’, alarmeerde Greenpeace. ‘Slechts 13 procent ondersteunt de theorie van klimaatalarmisme’, berichtte de Washington Times.

Niet alleen bij media, ook bij wetenschap kan het glas halfleeg of halfvol zijn. Neem de publicatie op 10 december van klimatologen in Geophysical Research Letters. Maximaal 50 procent van de opwarming zou veroorzaakt worden door extra zonneactiviteit, zo schrijven zij. De auteurs wilden de sceptici weerspreken. Klimaatketters zien namelijk extra zonneactiviteit als belangrijkste verklaring van opwarming tot 1998. De sceptici vieren nu hun eigen feest. Want alarmisten erkennen zo indirect dat aan broeikasgas CO2 minder dan de helft van alle opwarming valt toe te schrijven.

Instapcursus KNMI-klimaatspin

Terwijl 2008 het koudste jaar in een decennium was, iets dat media over de hele wereld berichtten, bericht het KNMI een week later dat ‘de opwarming onverminderd door zet’, en dat 2008 ‘opnieuw in de top tien warmste jaren zit. De traditionele kwaliteitskranten namen het weeralarm letterlijk over van het KNMI, inclusief smeltende ijsbeerfoto. Is de kou na een week al uit de lucht? Het blijkt een kwestie van statistiek en gegevens presenteren. 

2008 is zowel warm als koud, afhankelijk van welke vergelijking je maakt. Wat ’s lands nationale weerinstituut in de grafiek bij haar persbericht presenteert is de anomalie, dus de afwijking ten opzichte van een gemiddelde temperatuur. De gemiddelde temperatuur is een langjarig gemiddelde van 1961-90. Iedereen weet dat het sinds 1850 steeds warmer is geworden. 1998 was het recordjaar. Dus zelfs als de temperatuur nu relatief laag is ten opzichte van 1998, kan hij nog steeds in de top tien staan sinds 1850. Het KNMI meldde dan ook dat 2008 een top tien warmtejaar was.

Hoe presenteer je 2008 nu als opvolging van bewijs van de 'abnormale opwarming'? Het addertje zit in het woord 'afwijking van normaal', anomalie zoals in de grafiek. Dat suggereert dat nu iets abnormaals plaatsvindt. Maar wat is abnormaal, en zo ja, uitzonderlijk ten opzichte van wat? Als je bijvoorbeeld de relatief koude jaren van 1850 tot 1900 als 'normaal' neemt, zijn de relatief warme jaren 90 (en de laatste jaren) automatisch een 'uitzonderlijke afwijking'. Dit decennium is dan ook een 'afwijking' ten opzichte van de relatief koude jaren 50 tot 75. IN de volgens het KNMI 'normale temperatuur'van 14 graden, zitten de koude jaren 60 en 70 verwerkt, en dus is het 'normale' (lees gemiddelde) beduidend lager dan nu. Maar die vlieger gaat alleen op als je gelooft dat er zoiets is als een normtemperatuur, een temperatuur zoals die 'hoort'te zijn. Die bestaat niet. Er bestaat ook geen 'normale CO2'concentratie. Hij is nu 385 ppm, was eerder 285 ppm en een groot deel daarvan lijkt antropogeen. Maar concentraties van  2000tot 7000 ppm waren ver voor de industriele revolutie niet abnormaal.

Hoewel toen de nauwkeurige weermetingen begonnen in De Bilt, is 1850 een willekeurig ijkpunt bij klimaatbepaling. Bij een langere tijdschaal kom je weer op hele andere vergelijkingen, en andere‘normale’temperaturen. Daarom zijn geologen, paleobiologen en astrofysici meestal minder rampzalig ingesteld. Zij kijken bij klimaat niet op een miljoen jaar meer of minder), terwijl ecologen en de weermodelmakers van het KNMI (30-jaarreeksen)zich vaker alarmistisch uiten. De termen 'normaal'en 'abnormaal' horen niet bij klimaatwetenschap thuis, het zijn waardeoordelen