Tragedy of the commons

15-07-2009

Grazend vee bepaalt de aanblik van de bosweide en heide van het Zuid Engelse New Forest.

Toen Willem de Veroveraar in 1066 dit woud claimde als jachtreservaat, kreeg hij daar de bewoners bij. Deze kleine landeigenaren en boeren verloren land ten gunste van het jachtwild, maar hielden een grondrecht: hun vee mochten zij vrij in het bosgebied laten grazen, buiten land dat eigendom was van de boer zelf. Dit zijn de zogenaamde commons, gemeenschappelijke weidegronden. Alle boeren hielden dat recht en heten commoners. Eeuwenlang grazen op deze commons creert het halfopen landschap, dat ook model stond voor het grote grazen in Nederlands natuurbeheer.

Die praktijk van common grounds waarbij iedereen gebruik mag maken van andermans eigendom, inspireerde Garrett Hardin tot zijn baanbrekende artikel 'tragedy of the commons' . Het verscheen in 1968 in Science en vormde een leidraad voor denken over mens en milieu in de nakomende decennia. Hardin betoogde dat commoning als analogie kan dienen voor overbevolking en bijbehorende uitputting van grondstoffen. Iedere boer heeft zelf alleen maar voordeel wanneer hij een extra koe aan het gemeenschappelijk land toevoegt, de lasten als overbegrazing worden collectief gedeeld. Een individu handelt economisch gezien dus rationeel maar de tragedie, het onvermijdelijke noodlot is langzame uitputting van de gemeenschappelijke hulpbron.

De nieuwe tragedy of the commons hangt samen met de demografische revolutie van de moderniteit. De traditionele gebruikers die het landschap maken, de veeboeren sterven uit en de mensen die van dat bosweidelandschap willen genieten, stedelingen, nemen hun plaats in via een tweede huis. Steeds meer genieters vervangen de makers zodat steeds minder valt te genieten. Onafwendbare logica, die globaal opgaat voor alle gebieden in Europa die wij natuur noemen. Alleen overheidssubsidie kan deze tragedy of the commons afremmen. Dat noemen we dan natuurbeschescherming.