Nazorg in de dessa



Ontwikkelingssamenwerking..Foto RZ2007

10-07-2009

In derdewerelddelta’s verlaten Nederlandse ingenieurs steeds meer de traditionele ingenieursaanpak van infrastructuuraanleg. Geen polder verschijnt meer zonder het optuigen van een waterschapsbestuur, maar er bestaan grenzen aan de haalbaarheid en maakbaarheid . ‘De beste aanpak van waterproblematiek ligt in economische ontwikkeling.’

Oplossingen van vroeger zijn vaak de problemen van nu. Ook bij waterproblemen in Derde Werelddelta’s is dit het geval. Nederland investeert traditioneel veel geld uit ontwikkelingshulp via ingenieursbureaus in watermanagement in Derde Werelddelta’s, zoals via het overheidsprogramma Partners voor Water dat dit jaar afloopt. De resultaten van ingenieurswerk in Derdewereldlanden blijven onvoorspelbaar. Zodra de geldstroom uit donorlanden stokt, nemen de waterproblemen namelijk weer toe. Geldgebrek en mismanagement blijven de grootste oorzaak van overstromingsslachtoffers, en het falen van ambitieuze deltaprojecten.

Geen land dat deze problematiek op dramatischer wijze demonstreert dan Bangladesh, het NGO-land bij uitstek dat alle mogelijke waterproblematiek binnen de landsgrenzen heeft. Nederlandse ingenieurs hielpen sinds de jaren zestig met de aanleg van 123 polders voor rijstbouw in de vruchtbare rivierdelta van de Meghna, één van de grote Bengaalse rivieren. De polderbouw ging verzilting en overstromingen tegen, en diende de landbouw die de groeiende bevolking moest voeden. Hierbij waren de polders effectief, want de agrarische productie verdubbelde.

Maar een polder heeft onderhoud nodig. En hier ging het mis toen de polders aangelegd waren. De regering in de vorm van de Bangladesh Water Development Board was verantwoordelijk voor het onderhoud van de dijken rond die polders, niet de bewoners. Op lokaal niveau deed niemand aan onderhoud van dijken. Geldgebrek bij overheden resulteerde in slecht onderhoud en steeds zwakkere dijken, met een steeds groter doorbraakrisico.

Met een bevolkingsdichtheid van bijna 1000 mensen per vierkante kilometer is dat vragen om problemen, in een land met 300 rivieren, twee meter neerslag per jaar of meer en het jaarlijkse bezoek van 18 tropische stormen. Steeds vaker braken tijdens de moesson dijken door en overstromingen volgden. De beelden zijn bekend, meer dan 100.000 slachtoffers per jaar werd ‘normaal’, mede dankzij het slechte dijkonderhoud.

Slechte organisatie van polderbeheer leidt dus tot nieuwe rampspoed. In plaats van op centraal niveau infrastructuur aan te leggen, verschoof dan ook de aanpak van dijkaanleg naar het opzetten van waterschappen om te zorgen dat bestaande infrastructuur intact blijft. De Bengalen veranderden het beheer van de polders in de jaren negentig vorige eeuw, geholpen door Rijkswaterstaat via het zogeheten IPSWAM-project (Integrated Planning for Sustainable Water Management).

Niet de centrale overheid, maar de bevolking zelf onderhoudt nu de polderdijken via ruim 10.000 waterschapjes, zogenaamde Water Management Groups. Vrouwen maken de helft uit van het bestuur. De bevolking kreeg onderwijs in dijkonderhoud, en voert dit nu zelf uit zonder contractor. Het Top-down denken en geloof in centrale sturing is weggeëbd.

 

 

‘Nog maar 4000 doden’

 

‘We hebben van onze fouten geleerd’, stelt irr. Zahir-ul Haque Khan, hoofdingenieur bij het Institute of Water Modelling, dat ingenieurswerk uitvoert voor de Bangladesh Water Development Board. ‘Met een top down benadering ging het fout. Nu leerden we mensen via onderwijsprogramma’s zelf hoe ze de polderdijken moeten onderhouden, en het aantal dijkdoorbraken nam sterk af. Afgelopen jaar hadden we nog maar 4000 doden. Nu grijns je bedenkelijk, maar kijk waar we vandaan zijn gekomen. We hebben jaren gehad waarbij 120.000 slachtoffers vielen.”

De oplossingen die de ingenieurs in Bangladesh bedachten, samen met NGO’s en Rijkswaterstaat grossieren in eenvoud en zijn kenmerkend voor de aanpak van Derde Werelddelta’s. Bij een laag opgeleide bevolking die leeft van 1 dollar per dag kan een grote dijk minder bescherming bieden dan simplisme. Eén belangrijk Bengaals wapen tegen wassend water is een mobieltje, dat per dorpsgemeenschap wordt verstrekt. Het meteorologisch instituut van Bangladesh geeft in het cyclonenseizoen, voor en na de moesson in juli per SMS waarschuwingen voor de jaarlijks 18 cyclonen die over het land kunnen razen.

Drie dagen voor mogelijke nadering van de storm worden twee getallen van schaal 1 tot 5 verstuurd. Eén voor de ernst van de storm en de andere voor de kans dat hij de regio passeert. Bij maximale score moet de bevolking het hogerop zoeken in de 10.000 schuilbunkers die werden gebouwd op hoger gelegen delen. Dankzij vroegtijdige waarschuwing kunnen steeds meer bewoners de veiligheid opzoeken, al blijft de bunkerruimte nog achter bij de hoeveelheid mensen.

Maar ook meer geavanceerd ingenieurswerk vindt plaats, zo toont het Bengaalse Institute of Water Modelling. Het instituut kiest voor een meer adaptieve strategie bij het bestrijden van vloed. De rivieren zijn niet alleen brengers van wateroverlast maar ook rijk aan sediment. De Ganges, Brahmaputra en Meghna voeren jaarlijks vanuit de een miljard ton klei en zand aan vanuit de Himalaya. Door de rivier, volgens ‘Ruimte voor de Rivier’-achtige principes af te leiden via spaarbekkens kan dit sediment na neerslag zorgen voor landophoging en afvlakking van de piekafvoer tijdens de moesson. Aan de kust zorgt sedimentatie via strekdammen voor landaanwinning, jaarlijks ongeveer 1900 hectare in het Meghna-estuarium.

“We berekenden eerst welk landoppervlak we als getijdenbassin moesten reserveren om tijdens vloed lokaal de rivierstand omlaag te brengen”, zegt Khan. “Daarna hebben we gebieden aangewezen als spaarbekken, waar het wateroverschot via getijdenkanaal naar toe kon stromen. In het spaarbekken, dat bestaat uit tijdelijk opgegeven agrarisch land slaat dan sediment neer waardoor dit bekken ophoogt. Op een gegeven moment, na zes jaar is het land dan zover opgehoogd dat het bekken niet meer voor wateropvang kan dienen. Het is één van de meer kosteneffectieve oplossingen die direct resultaat levert. Al moet je wel iedere zes jaar weer een nieuw stuk land reserveren om wateroverlast op te vangen.”

 

Bamboefundering

 

Ingenieurs leveren dus niet zomaar meer een bouwwerk af, maar regelen ook de organisatie die zorgt voor onderhoud, Ook Indonesië krijgt nu haar eigen waterschapsbestuur bij een nieuwe polder bij Semarang, de Banger-polder vernoemd naar hoofdkanaal de Kali Banger.De Indonesische en Nederlandse overheid (Partners voor Water) sloten in 2001 de overeenkomst om op Java een proefpolder aan te leggen bij Semarang. Kustbewoners krijgen hier dagelijks bij vloed tot een halve meter water in huis.

De problematiek is een blijvertje. Dankzij grondwateronttrekking voor industrie en drinkwater voor de uitdijende miljoenenstad Semarang daalt de bodem met 10 tot 20 centimeter per jaar. Ondertussen kent Semarang vier maal de neerslagintensiteit van Nederland en dus blijft vaker meer water staan.

Een polderdijk van vier meter hoog met gemaal moet nu 600 hectare land beschermen tegen de zee. Ingenieursbureau Witteveen en Bos voert het technische deel uit. De aanleg van de polderdijk begint nu. Witteveen en Bos zette een typisch Nederlands polderconcept om naar Indonesische situatie.

Zo worden rivier de Kali Banger en bestaande kanalen gebaggerd om als afwateringskanalen te dienen. Een elektrisch gemaal dat draait op generatoren moet neerslag afvoeren. De generatoren zijn nodig omdat in Indonesie de stroomtoevoer vaak hapert, en dit zou funest zijn bij overstromingen. Een retentiebekken dat tegelijk als visvijver dient, is beschikbaar als noodoverloop om binnen drie uur 220.000 kuub water te bergen. De pompcapaciteit van het gemaal werd berekend op basis van neerslagpatronen, en de maximaal toelaatbare schade die door tijdelijke overstroming mag ontstaan.

Polderdijken krijgen een fundatie van bamboe. Fundering is nodig om stevigheid te garanderen als de dijk de komende 20 jaar met de rest van de polder zakt, met een verwachte 1,80 meter. De bamboepalen zorgen voor extra schuifweerstand, wanneer water tegen de dijk staat. ‘Prachtig spul, goedkoop sterk en flexibel’, volgens ir Herman Mondeel, technisch projectleider bij Witteveen en Bos op Java.

Belangrijk onderdeel van dit polderproject is de organisatie van het polderbeheer. Met geld van de Nederlandse Vereniging van Gemeenten zetten de Hoogheemraadschappen Schieland en De Krimpenerwaard samen met lokale overheden het polderbestuur op. Via onderwijs en cursussen moesten de bewoners doorkrijgen wat een polder inhoudt, en hoe beheer werkt. Zowel lokale ambtenaren als bewoners krijgen training in de organisatie van polderbestuur en het onderhoud van gemaal en polder. Maar hoe dit in de praktijk gaat werken is momenteel nog niet duidelijk.

Bij het beheer van de Banger-polder is afvalmanagement belangrijk. Voor Indonesiërs is iedere watergang een open riool waarin afval wordt gedumpt. Om afwatering te garanderen zonder verstopte kanalen zijn bij iedere vervuiler afvalroosters geplaatst. De Hoogheemraadschappen geven daarom voorlichting aan bewoners over afvalmanagement en inzameling zodat de rivier niet langer als stortbak fungeert. Ook is een afvalinzamelingsproject opgezet, dat het dumpen in afwateringskanalen moet tegengaan.

 

Bureaucratie

 

Maar de ingenieur Mondeel is vaak meer sociaal werker en onderhandelaar dan technicus. “Een kwart van onze tijd gaat op aan overleg”, zegt Mondeel. “Het duurde negen maanden voor ambtenaren en bevolking begrepen wat we wilden, pas nadat we een schaalmodel bouwden met echt water viel het kwartje. Het opleidingsniveau is hier laag en abstracte uitleg begreep niemand.”

Toch is niet alleen een nieuwe polder nodig, maar ook een nieuwe mentaliteit voordat de waterproblemen zijn opgelost. Zo moest Mondeel ook voorlichting geven aan de bevolking over afvalbeheer. De lokale bevolking gebruikt de rivier en drainagekanalen als afvalbak. De kanalen raken zo verstopt en zo blijft water na de vloed hangen. “We hebben daarom een afvalsysteem ingevoerd, waarbij bewoners geld krijgen als ze plastic inzamelen. Het is nog afwachten of het aanslaat.”

En of de polder werkelijk een succes wordt, daar kan Mondeel niet voor instaan. “Er is nauwelijks wetshandhaving omdat 99 procent van de politie zich laat omkopen”, zegt hij. “Er kan dus zomaar illegaal een huis op een polderdijk verschijnen. Iedereen is vooral bezig met zijn eigen korte termijnbelangen, van ambtenaar tot wijkhoofd en de bedrijven die in het poldergebied aanwezig zijn. Zo mochten we een groot deel van de benodigde poldergrond niet kopen van de eigenaren, maar alleen huren.”

Dijken doorkruisen zowel wegen, spoorlijnen als gasleidingen. Om toch de dijk te kunnen aanleggen moet Mondeel iedere vierkante meter grond op de route veroveren op een ijzeren bureaucratie.“Steeds stapje voor stapje, dus pas na vier overheidslagen kwam je bij de verantwoordelijke”, zegt hij. “Het fenomeen samenwerking tussen overheden is hier nieuw. We moeten regelmatig druk zetten en uitleggen dat wij komen om te helpen. Uiteindelijk zijn die overstromingen hun probleem en niet dat van ons, dat moet je steeds benadrukken. Maar politieke verhoudingen en gedrag verander je niet zo snel, dat kan wel vijftig jaar duren en ik weet ook niet wat gebeurt als wij hier weggaan. Toch zul je een keer moeten beginnen.”

 

Bevolkingsgroei

 

De dynamiek van Derde Wereldlanden die snel in bevolking groeien, maakt het lastig grote waterkeringen op een effectieve manier aan te leggen. Naast gebrekkig onderhoud, maakt snelle stadsuitbreiding een waterkering al snel zinloos.Een voorbeeldproject van een snel uitdijende stad met wateroverlast vormt Ho Chi Minh City, het vroeger Saigon. Ingenieurs van Royal Haskoning bij betrokken bij het Ho Chi Minh Flood Management- project.

De stad heeft last van overvloedige regenval en gebrekkige afwatering. Ook zorgt getijdenwerking voor twee meter verschil in waterstanden. Nu al lopen 100 plaatsen in de stad dagelijks onder met een halve meter water. In heel Vietnam werden in 2006 nog 30.000 mensen geëvacueerd vanwege overstromingen van de Mekong.

“Terwijl je me belt staat mijn achtertuin nu ook blank”, zegt drs. Jan Willem Overbeek, projectleider voor Royal Haskoning in Ho Chi Minh City. “Mijn achterbuurman, die daar met zijn hele gezin en grootmoeder van tachtig woont krijgt drie keer per maand een laag water in huis. Hij laat het gewoon over zich heen komen. Het is een fact of life.”

Terwijl water blijft komen dijt de stad met ongekende snelheid uit en huizenbouw verloopt ongecontroleerd. Bouwprojecten verschijnen overal zonder dat er enige sturing is, ook in gebieden die regelmatig overstromen. Steeds meer stadsdelen met regelmaat overstroomd.

De snelle ontwikkeling achterhaalt nu al veel anti-vloedprojecten, zoals die van Japanse ingenieurs. Zij ontwikkelden met geld van onder meer de Wereldbank een plan om de drainage te verbeteren. Ook bouwden zij in 2000 een waterkerende ring om de stad en een stelsel van drainagekanalen. Kosten enkele honderden miljoenen dollars. Ondertussen zorgde de sterke economische groei en vestiging van plattelanders voor een nieuwe explosieve stadsuitbreiding.

“Het project wordt nu al door de werkelijkheid ingehaald”, zegt Overbeek. “De stadsuitbreiding gaat gewoon buiten de ring en drainagekanalen verder. Ook baseerden de Japanners zich op metingen van neerslag en waterafvoer uit de jaren negentig. Die afvoer is inmiddels veranderd, ondermeer door ontwikkelingen bovenstrooms.”Bovenstrooms worden steeds meer dammen gebouwd voor Hydro-elektriciteit. “Die elektriciteitsjongens bovenstrooms in de Mekong reguleren de waterafvoer naar de elektriciteitsbehoefte, en je merkt dat ze daarbij niet aan de waterstand in Ho Chi Minh City denken.” Er kunnen meer extremen ontstaan in piek en dalafvoer dankzij de aanleg van dammen bovenstrooms, waarbij beheerders water loslaten naar electriciteitsbehoefte.

Ondanks de veel in rapporten opduikende termen als ‘rivieren faciliteren’, en ‘meebewegen met dynamiek’, zal een ingenieursbureau toch op een keer een concrete beslissing moeten nemen. Bouwen we, en zo ja, welk ontwerp en wie betaalt. Of bouwen we niet. “Dat er iets moet gebeuren aan de overstromingen staat vast, maar wat, daar ben ik zelf ook nog niet uit”, zegt Overbeek. “Ontwikkelingen in de stad gaan hier zo snel, die kun je bijna niet bijhouden. De insteek is dat we niet meer met grote structuren komen aanzetten, dijk er om heen klaar is Kees. We denken dan aan wateropvanggebieden, en groengebieden. Uiteindelijk zul je ook sluizen en dijken nodig hebben. Maar stel dat je die over tien jaar klaar hebt, wie weet hoe ver de stad dan al weer is uitgebreid.”

Langetermijnplanning lijkt in Vietnam voorlopig een wensdroom. Polderen werkt niet, want beslissingen worden alleen genomen wanneer een sterke partij voortouw neemt. Flood Management wint nu langzaam aan prioriteit bij ambtenaren en bevolking, maar staat nog niet bovenaan het lijstje. De economische ontwikkeling en eigen directe financiële belangen voeren nu nog de lijst aan. “Het nieuw ingestelde Ho Chi Minh Anti Flood Programme Centre heeft die invloed nog niet”, zegt Overbeek. “We hopen dat het Ministerie van Landbouw hier ingrijpt.”

 

Geld

 

In Nederland staan fondsen voor ontwikkelingssamenwerking steeds meer onder druk waaruit voorheen waterprojecten betaald werden. Nederland heeft Vietnam, met haar snel ontwikkelende economische central al geschrapt van de lijst van ontwikkelingslanden. Het heeft een snel groeiende economie maar tegelijk wel derdewereldproblematiek. Zoals armoede, gebrek aan onderwijs en sanitaire voorzieningen en niveau van openbaar bestuur. “Ik zit hier nu drie maanden in Ho Chi Minh City om mijn Flood Management Project voor te bereiden”, zegt Overbeek. “En als je de situatie hier ziet, bekruipt je het gevoel dat Vietnam haar status van ontwikkelingsland te snel is kwijtgeraakt. Dat is jammer, want er is hier nog zoveel te doen.’

Niettemin zijn de waterproblemen reëel, vooral bij de Bengalen waar juist in de kwetsbare deltagebieden een verdubbeling van het bevolkingsaantal wordt verwacht voor 2050. “Wij zijn het land dat het eerste getroffen wordt door meer wateroverlast als de IPCC-prognoses kloppen”, zegt Khan. “We hebben genoeg plannen ontwikkeld om indringing van zeewater en verzilting tegen te gaan, kust en oevererosie, alleen het ontbreekt ons aan geld om die plannen uit te voeren. Alle plannen die we nu ontwikkelen richten zich dan ook op economische vooruitgang, want het blijft altijd onzeker hoeveel hulp van Wereldbank en buitenlandse NGO’s komt.”

Directeur Waterdienst ir. Lutzen Bijlsma, die namens Rijkswaterstaat 30 jaar in Bangladesh ziet het modelleren van klimaat en zeespiegelstijging als ‘westerse hobby’, waar de doorsnee-Bengaal weinig aan heeft. “Waar de Bengalen serieus bij gebaat zijn is geld en economische ontwikkeling, zodat ze zelf dijken en sluizen kunnen aanleggen en onderhouden om tegen vloed te beschermen”, zegt Bijlsma. “Dat onderhoud in het verleden steeds mis gegaan, mede dankzij corruptie en nepotisme. De Wereldbank is door die verwaarlozing terughoudender geworden met het verstrekken van fondsen voor infrastructurele projecten.”

Bij veel donoren is simpelweg de moed in de schoenen gezonken. Veel Westerse landen hebben niet het geduld om benodigde cultuurveranderingen te laten plaatsvinden, zo zag Bijlsma. Toch wil hij graag de resultaten benadrukken. “Er is veel verbeterd in de laatste decennia, zoals de steeds kleinere aantallen slachtoffers laten zien”, zegt hij. “Buitendijkse gebieden waar mensen onbeschermd tegen de zee woonden zijn ingedijkt, duizenden hectares land zijn aangewonnen. Als je daar nu rondreist, 25 jaar nadat de projecten begonnen, en je ziet die polders dan is dat toch nog bemoedigend.”

 

/// Kaders

 

Zeespiegelsimplisme

 

Algemeen wordt aangenomen dat delta’s in de toekomst met meer wateroverlast te maken krijgen, vooral dankzij een hogere zeespiegel. Uit angst een stijgende zee, als gevolg van smeltende poolkappen, ondertekende een derdewereldland als Bangladesh alle klimaatakkoorden in Bali. Uniek voor een ontwikkelingsland, dat zichzelf hiermee economische beperkingen oplegt.

Wanneer de modelprognoses van Klimaatpanel IPCC kloppen, zou de zeespiegelstijging bij de Bengalen in 2080 met 62 centimeter bedragen bij een hoog CO2-emissiescenario. Dit betekent dat dan 13 procent extra land onder water blijft staan ten opzichte van 2005 volgens berekeningen van het Institute of Water Modelling. Met GIS-techniek werd de zoutwaterindringing voorspeld die dan voor een oogstdaling in de rijstbouw zou zorgen van 800.000 ton op een totaal van 8,1 miljoen ton.

Toch zitten veel haken en ogen aan prognoses die zeespiegelstijging meerekenen. In de meeste delta’s vormt namelijk bodemdaling het grootste probleem. Daarnaast blijkt de zeespiegelstijging voorlopig niet te accelereren. Uit radarmetingen van de satellieten Topex en Poseidon die sinds 1993 rond de aarde cirkelen en de zeespiegel monitoren, blijkt een gemiddelde stijging van 3 millimeter per jaar. Dat is gelijk aan het gemiddelde van de afgelopen eeuw, als de correcties zijn doorgevoerd op de metingen die niet per satelliet zijn gedaan. En juist hier zit de angel.

Voor 1993 werden zeespiegelstijgingen namelijk lokaal gemeten vanaf land. Dan meet je dus de relatieve stijging. De satellieten meten de absolute stijging, dus de bijdrage van extra zeewater zonder eventueel stijgen of dalen van land mee te rekenen. Een bekend voorbeeld, waarbij het stijgen van land de ‘gemeten’wereldwijde zeespiegelstijging in waarde naar beneden drukt vormen de Scandinavische landen. Dankzij het verdwijnen van de ijstijdgletsjers is hier sprake van glaciale opheffing van een centimeter per jaar. Relatief gezien meet je dan een zeespiegeldaling, en boothuizen uit de zeventiende eeuw staan hier dus nu ver op het land. Wanneer je dus praat over ‘de’zeespiegelstijging mondiaal, een gemiddelde van alle getijdemetingen, tel je zowel de gebieden op waar het land stijgt, als waar het land door bodemdaling daalt ten opzichte van zee. In Nederland meten we dankzij het kantelen van West Nederland een grotere zeespiegelstijging.

Deze geologische verschillen zijn één factor die leidt tot zeespiegelsimplisme. Geofyisch ingenieur dr.ir.Bert Vermeersen verklaart dat ‘de zeespiegelstijging’eigenlijk niet bestaat. “Ik hoorde net voor de radio over de Klimaatconferentie in Kopenhagen waar een zeespiegelstijging van 1,90 meter in de komende eeuw werd genoemd.”, zegt hij. “Maar zo’n voorspelling is onzinnig. Het suggereert dat je volledig begrijpt hoe het mechanisme van zeespiegelstijging werkt, terwijl nog steeds belangrijke fundamentele kennis ontbreekt.”

Er bestaan teveel lokale verschillen om één zinnig getal te geven, voor zeespiegelstijging waarmee je beleid kunt maken voor delta’s. De druk van 100 meter extra zeewater op de zeebodem sinds de laatste ijstijd doet land soms dalen, en soms juist stijgen. “Sinds de laatste ijstijd is al dat extra zeewater op de bodem gaan drukken”, zegt Vermeersen. “Die extra druk is mede verantwoordelijk voor de daling van West Nederland ten opzichte van zeeniveau. Ook kleine eilanden kunnen door die druk dalen ten opzichte van zeeniveau. Maar grotere landmassa’s kunnen door de omringende druk van zeewater op de bodem omhoog worden geduwd. Daar meet je dus een relatieve zeespiegeldaling, zoals op Hawaï.”

Het andere manco bij voorspelling van zeewaterindringing in delta’s door een hogere zeespiegel vormt de verwaarlozing van het gravitatie-effect. Terwijl satellieten dit effect eenvoudig waarnemen via zeespiegelmetingen met altimetrie gekoppeld aan GPS en GIS. Dankzij verschillen in zwaartekrachtvelden daalt op sommige plaatsen, zoals de Westkust van de Verenigde Staten momenteel de zeespiegel, terwijl deze op andere plekken stijgt. Gemiddeld staat ook het water aan de polen hoger dan elders.

Dit komt doordat grote massa’s, zoals ijs water aantrekken, zodat het zeewater daar hoger staat. Maar ook plaattectoniek en andere geologische verschijnselen die de zwaartekracht beïnvloeden, veroorzaken lokaal verschillen in zeespiegelhoogte. Wanneer poolijs smelt, wordt het water dus niet uniform verdeeld over de hele wereld. Zou de complete Groenlandse ijskap smelten, dan zou op het Zuidelijk halfrond de zee met meer dan 7 meter stijgen, terwijl Nederland mogelijk niet meer dan twee meter te verwerken krijgt.

Een duister gebied is nog wat gebeurt wanneer de complete noord- en zuidpool afsmelten. Door het verdwijnen van massa aan de polen verkleint de rotatiesnelheid van de aarde en dat heeft zowel gevolgen voor de zwaartekrachtverdeling als de zeespiegelstijging. Met metingen uit de afgelopen maand gelanceerde satelliet Goce moet beter zicht komen op het zwaartekrachtsveld van de aarde. Vermeersen: “Maar ook zonder Goce kan het idee van een uniforme zeespiegelstijging, wat ik noem het badkuipmodel al in de prullenbak.”

 

Irrigatie-idiotie

 

Waar Bangladesh verdrinkt in het rivierwater, kampt Egypte juist met toenemende waterschaarste uit haar enige bron de Nijl. Als definitie voor waterschaarste geldt dat minder dan 1000 kuub per jaar per hoofd van de bevolking beschikbaar is. Egypte passeerde dat punt al in de jaren negentig, en bij de huidige bevolkingsgroei zal in 2025 per capita nog 430 kuub beschikbaar zijn. Deze schatting is gebaseerd op de 55 miljard kuub die het Nijlwaterverdrag Egypte toewees in 1959.

Op dit moment bereikt al geen druppel Nijlwater de Middellandse zee, al het water wordt gebruikt voor landbouw en drinkwater. Nederlandse ingenieurs, zoals Ir. Eelco van Beek van Deltares helpen bij 40 afzonderlijke projecten, vooral hergebruik van rioolwater in plattelandsgebieden speelt hier een belangrijke rol en hergebruik van drainagewater uit akkergrond. De drainagekanalen worden nu als open riool gebruikt, en afvalmanagement moet dit tegen gaan.

Van Beek werkt al 30 jaar in de Nijldelta en schreef voor de Egyptische overheid de beleidsnotitie ‘facing water scarcity’. “We zijn eindelijk zo ver dat het thema waterschaarste als groot probleem door de Egyptische politiek is erkend”, zegt Van Beek. “Bij huidige trend kan Egypte in 2050 haar bevolking niet meer voeden. Die erkenning verliep erg traag, door belangenconflicten tussen de zittende machthebbers en hervormingsgezinden. De oudjes blokkeren de jongeren, die wel frisse ideeën hebben en vooruit willen.”

Eén van de waterstaatkundige ‘lijken in de kast’die sinds 1997 wordt aangelegd, Toshka versterkt juist de waterschaarste.Toshka heet volgens de Egyptische regering ‘Onze hoop voor de 21ste eeuw.’ De officiële naam bij de start luidde National Project for Developing Upper Egypt, en de eerste contouren ontstonden in de tijd van President Sadat.

Het centrale idee achter Toshka, was om de landbouw over een groter landareaal te verspreiden dan enkel de Nijlvallei met haar overbevolking. Er zouden 16 miljoen mensen moeten wonen in nieuw bevloeid land, die hier in de landbouw konden werken. De hitte van de woestijn zou als seizoensvoordeel werken voor de landbouwexport: agrarische producten zouden vroeger in het voorjaar op de Europese markt kunnen verschijnen. Inmiddels is meer dan 90 procent van het project afgebouwd.

Het project is een staaltje klassiek ingenieurswerk, dat vanuit de ruimte zichtbaar is. Het 140 meter lange Mubarak Pompstation is midden in een kunstmatig meer van Nijlwater geplaatst, om zoveel mogelijk water tegelijk op te nemen. Het ligt parallel aan het Nassermeer, het stuwmeer dat ontstond na aanleg van de Aswandam. Een vier kilometer lang en 50 meter diep inlands kanaal dient als verbinding tussen het Nassermeer en het pompstation.

Het Mubarak pompstation pompt via 24 pompen ruim een miljoen kuub water per uur in het 50 kilometer lange Sheikh Zayed- kanaal. Het kanaal heeft vier zijarmen van 22 kilometer die de Sinai-woestijn in lopen. Momenteel wordt met dit Nijlwater nu 240.000 hectare woestijn geïrrigeerd. Als het project in 2020 af komt, moet ruim het dubbele oppervlak aan landbouwgrond ontstaan. Kosten 70 miljard dollar, grotendeels opgebracht door de Egyptische regering en Arabische donoren, waaronder de inmiddels overleden Sheikh Zayed van de Arabische Emiraten.

Terwijl de Nederlandse waterprojecten via hergebruik van riool- en drainagewater dus water besparen, slorpt Toshka 10 procent van het totale aanbod aan Nijlwater op. “Het is een totaal belachelijk prestigeproject waar een landbouwenclave midden in de woestijn verrijst”, zegt Van Beek. “Egyptische ingenieurs zul je dat niet horen zeggen, omdat die hun regering moeten verdedigen, maar het is een voorbeeld van oud denken. Alleen al door verdamping verlies je in die hitte van 50 graden Celsius 50 meter water per jaar door verdamping.” Eén van de ontstane ‘Toskha lakes’, reservoirs voor irrigatie is in 2006 al opgedroogd.

Egyptische ingenieurs verklaren water te willen besparen door in de toekomst waterverslindende gewassen als rijst niet langer te produceren maar te importeren. Ook zou via hergebruik van drainagewater in de rest van Egypte 5 miljard kuub water worden bespaard.

 

 

 

 

websites

 

www.partnersvoorwater.nl

 

Het programma van de Nederlandse overheid dat in samenwerking met ingenieursbureas waterprojecten opzet in totaal 43 landen. De meeste van bovengenoemde projecten ontvingen geld uit Partners voor Water

 

www.mrcmekong.org

De Mekong River Commission met informatie van de lopende waterproblematiek in Laos Cambodje en Vietnam, metingen aan afvoer en neerslag, en lopende projecten bij mitigatie van wateroverlast

 

www.iwmdb.org

Het Institute of Water Modelling van Bangladesh, dat via wiskundige tools werkt aan flood forecasting en test in welkde mate aangedragen oplossingen als spaarbekkens wateroverlast verminderen. Het instituut modelleert ook de gevolgen van verwachte veranderingen in zeespiegel en neerslag op vloed tijdens de moesson.