Woeste gronden

01-09-2009/ 2010

Iedere keer als ik het Hulshorster Zand bezoek en kijk over het stuifzand, stel ik me de beheerder van natuurmonumenten voor, die net als schilder Bob Ross het gebied overkijkt en besluit: 'nee, die dennenboom staat daar niet mooi, laat ik hem verplaatsen naar zijn vrienden, gezellig in de hoek'.

Zand afgraven, nieuwe natuurbeken aanleggen en het resultaat is oorspronkelijke natuur, die na te zijn ontgonnen weer wordt herontgonnen tot nieuwe natuur: Hollandse nieuwe. Nederlandse natuurbeheerders zijn echte landschapsartiesten.

Voor het septembernummer 2010 van wetenschapstijdschrift EOS schreef ik over de soortenrijkdom van deze intensieve natuurbouw, die de wildernis op straatlengte verslaat. In het blad van jagersvereniging KNJV publiceerde ik de foto's.















In Nederland maken natuurbeheerders grond van natuurgebieden expres voedselarm door plaggen en afgraven.
Juist door uitputting van grond ontstaat een situatie met meer biodiversiteit. Die soortenrijke situatie die Nederlandse natuurbeheerders nastreven is eigenlijk gemodelleerd naar kneuterende keuterboeren uit 1850.
Zij waren met hun primitieve landbouw eigenlijk vooruitstrevend natuurbeheerder. Overal creerden ze hoekjes met soortenrijke natuur. Al hadden ze dat zelf natuurlijk niet zo door, ze persten uit de arme grond een armzalig bestaan als biologisch landbouwer, zonder kunstmest en fossiele brandstof. En zonder donateursinkomsten.
De Veluwse stuifzanden, nu Europees beschermde natuur zijn het resultaat van roofbouw waarbij de grond werd kaalgevreten door schapen. De wind kreeg vrij spel en voila: echte natuur. De latere dennenaanplant op de Veluwe diende om hout te leveren voor houten stutten in de kolenmijnen in Limburg.
De onderste Wodanseiken staan op een andere locatie bij Wolfheze. 150 jaar geleden stonden ze in kale Woeste Gronden en lokten ze romantische schilders van de Oosterbeekse School. Gerard Bilders doopte zijn leerlingen bij deze eiken.