Moeraskoortsen in de Lage Landen

01-05-2010

In de Lage Landen zijn nog steeds Anopheles-muskieten aanwezig die de malariaparasiet kunnen overbrengen en sommige soorten nemen in aantal toe. Maar voor een nieuwe epidemie is een vliegtuiglading vol malariapatiënten nodig, waarmee de muggen zich kunnen volzuigen.

 

Je zit te barbecuen op de eerste warme lenteavond. En na een korte prik zie je op je blote arm een volgezogen muskietenlijf zitten, dat triomfantelijk schuin de lucht in wijst. Wie het nieuwe boek ‘Mug’van malaria-expert Bart Knols leest, herkent hierin de malariamuskiet Anopheles, Grieks voor ‘de verschrikkelijke’. Alleen Anopheles zet zijn snuit onder een schuine hoek in de huid, met zijn lijf 45 graden omhoog. Dit in tegenstelling tot andere rechtopzittende muskieten die onze delta’s bevolken.

De volgende vraag is dus, heeft deze mug een malariaparasiet bij zich en kun je malaria oplopen? Niet sinds de Wereldgezondheidsorganisatie de Lage Landen in 1971 malariavrij verklaarde. Ja, ook wij kenden eeuwenlang onze eigen poldermalaria, maar dankzij succesvolle bestrijding die Knols beschrijft in ‘Mug’, zijn nagenoeg alle met parasieten besmette Anopheles- muskieten verdwenen in onze contreien. Dit in tegenstelling tot Afrika, waar malaria miljoenen slachtoffers maakt.

Toch zijn sinds 1971 binnen onze landsgrenzen twee zaken veranderd. Het klimaat is er één. Volgens Al Gore kan malaria weer terugkeren dankzij Global Warming. Maar de geschiedenis van malaria in onze contreien toont dat klimaat niet hoeft op te warmen voor malariaverspreiding. (zie kader) Wanneer opwarming afvalt, blijft een andere factor over: mobiliteit. De parasiet komt dan niet via een muskiet ons land binnen maar via besmette toeristen, die terugkeren uit Afrika. Jaarlijks zijn dit enkele honderden. Het wachten is dus tot een poldermuskiet één van deze zieken vindt. Dan zou de malariaparasiet ook bij andere mensen zijn cyclus kunnen afmaken: het resultaat daarvan noemen we malaria.

 

Mug

 

Het project Modirisk van Marc Coosemans van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen richt zich op de verspreiding van muskieten in de Lage Landen. De inheemse malariamug Anopheles atroparvus blijkt dankzij de verbouwing van Vlaanderen tot betondorp verdwenen, maar een andere soort neemt nu toe. “Onze aandacht gaat nu uit naar een andere muskiet, Anopheles plumbeus”, zegt Coosemans. “Het is in Duitsland aangetoond dat deze muskiet de tropische malariavariant kan overbrengen.”

Coosemans doelt hier op de publicatie van Andreas Krüger in het tijdschrift Tropical Medicine and International Health in 2001. Dit is het eerste gedocumenteerde geval, waarbij inheemse Duitse muskieten tropische malaria overbrachten in een ziekenhuis vlakbij Düsseldorf. Als infectiebron diende een twee weken eerder binnengebracht kind uit Angola. Zij droeg de tropische en dodelijke malariaparasiet Plasmodium falciparum bij zich, werd door Duitse plumbeus-muggen gestoken. En zo raakten 2 patiënten met malaria geïnfecteerd, nadat zij waarschijnlijk opnieuw gebeten werden.De parasiet koos hier dus de weg van de globalisering.

Plumbeus, een soort van bosranden die overwintert in oksels van bomen neemt nu ook in Nederland toe in aantal en verspreiding, zo blijkt ook volgens entomoloog Wim Takken van de Universiteit Wageningen. “We vinden de laatste jaren grote populaties van Anopheles plumbeus, een potentiële overbrenger van malaria en een lastige bijter. De soort veroorzaakt lokaal veel overlast. De oorzaak van deze kennelijk toenemende populaties is onbekend, maar wel een bron van onderzoek.”Takken moet over de Modirisk-resultaten nog publiceren met Coosemans en kan dus nog niet meer informatie kwijt.

 

Moeraskoortsen

 

Anopheles plumbeus kan mogelijk ook de tropische en meer dodelijke malariavariant Plasmodium falciparum overbrengen. Dit is de parasiet die Afrika-gangers meebrengen, maar ook mensen uit Oost Turkije. Anopheles atroparvus verspreidde vroeger Plasmodium vivax, vivax-malaria dus. Deze parasiet is aangepast op koudeperiodes en maakte tot in Finland slachtoffers. Plasmodium vivax had een andere, veel langere cyclus dan zijn tropische variant die al binnen enkele dagen tot weken ziek maakt.

Vivax ‘overwinterde’in de lever van mensen. De parasiet wachtte tot de vroege zomer als muskieten weer actief werden, zo bij een temperatuur boven de 16 graden. Hij liet zich via een muggenbeet uit de mensen opzuigen en via een nieuwe beet konden zo nieuwe mensen besmet raken. Met dramatische gevolgen kuststreken van de Lage Landen. Het artikel ‘From Shakespeare tot Defoe, Malaria in the Little Ice Age’ van entomoloog Paul Reiter in Emerging and Infectious Diseases in 2000 toont de verschrikkingen via historisch bronnenonderzoek.

“In 1827, schreef John Macculloch: Wij hebben zelf een levensverwachting van vijftig. In de lage Landen is dit vijfentwintig. De helft van een mensenleven wordt afgesneden met één slag, en de beul is malaria want er kan geen andere reden zijn voor de superieure mortaliteit in dat land.” Ook de Zeeuwse Kronieken stellen in 1644: ‘Zeeuwsche coortsen zijn nu bij naer en spreeckwoordt en de schrick bij den aangrensenden volckeren gheworden’.

Onze poldermalaria, berucht als ‘moeraskoortsen’ was minder dodelijk dan de tropische variant. Maar bij vroegere polderbewoners kwam malaria vaak bovenop andere kwalen en voedselgebrek, net als bij Afrikanen nu. Zoals Isabelle de Vos schrijft in ‘ Allemaal Beestjes, Mortaliteit en morbiditeit in Vlaanderen’, lag in 1750 de levensverwachting rond de 35, en had vooral huttenvolk rond moerassen een lage levensverwachting, vaak tien jaar minder.

Of malaria net zo ernstig huishield in de Lage Landen als nu in Afrika blijft koffiedik kijken. Juist vanwege het ziekterijke leven van de premoderne Westerling, denkt Jan Peter Verhave van Radboud UMC in Nijmegen dat je de precieze impact snel overschat. “Ongetwijfeld is malaria sinds mensenheugenis en daarvoor al aanwezig in Nederland”, zegt hij. “Maar allerlei koortsende ziekten werden op een hoop gegooid en om daartussen de ‘echte’ te herkennen, is niet makkelijk.”

Als voorbeeld noemt hij de Engelse invasie en bezetting van Walcheren in 1809. “De grote sterfte van soldaten werd aan ‘Zeeuwse koortsen’ toegeschreven, maar daarvan maakte malaria nauwelijks deel uit”, stelt Verhave. “Het waren vooral buiktyfus en dysenterie, gezien de alom heersende bloederige diaree. Maar dood gingen ze: 4000!”

Gebrek aan medische zorg en kennis was dus de grootste boosdoener bij malaria. Over de oorzaken van de ziekte taste men namelijk in het duister, ‘slechte lucht’(= letterlijk ‘mal aria’) zou de ‘koortsen’ veroorzaken. Artsen geloofden dat uitzieken de enige remedie was. Wel kregen welgestelden ‘Jezuïetenpoeder’toegediend. Dit was vermalen kinabast, afkomstig uit Zuid-Amerika waar Jezuïtische missionarissen van de Indianen leerden hoe zij dit middel moesten gebruiken.

 

Uitroeiing door modernisering

 

In de koloniën van België en Nederland heerste de tropische variant die de bijnaam ‘anderdaagse koorts’kreeg. Dit vanwege de snelheid waarmee de ziekte zich openbaarde. In de achttiende eeuw werd in Batavia al na 2 jaar een kwart van alle Europese nieuwkomers geveld door ‘de ongesondheit’. Wie de ziekte overleefde ontwikkelde een zekere weerstand na meerdere malaria-aanvallen.

De oorzaak bleef onbekend. “Al ’t geen men tot nog toe heeft horen bijbrengen en allegeeren ter oorsake van deze quale heeft te voren, toen Batavia gesond was, geconsisteerd. En bij gevolg moet er iets zijn daar niemand tot nog toe aan heeft gedagt’, stelde Gouverneur Generaal van Nederlands Indie, Jacob Mossel in 1753. Een mogelijke oorzaak zou echter de aanleg van visvijvers kunnen zijn in 1733, bron van muggenlarven.

Pas rond 1900 ontdekten de Britse legerarts Ronald Ross en de Italiaan Giovanni Batista Grassi, dat Anopheles-muskieten de ziekte overbrengen. Daarna ging het snel met de bestrijding in de Westerse wereld. Moerassen waar de muggen leefden werden drooggelegd. Ook werd bekend dat malariabestrijding in de polder eenvoudig is, omdat de muggen zelden verder vliegen dan 500 meter.

De bestrijders van de Malariacommissie van de Volkenbond in Nederland richten zich dan ook op lokale ziektehaarden, gezinnen in boerderijen die vaak getroffen werden. Deze boerderijen werden in de jaren veertig vorige eeuw behandeld met landbouwgif als Parijs Groen en ‘wondermiddel’DDT. De bestrijders konden zo de parasitaire cyclus doorbreken. Omdat maar 5 procent van de Nederlandse muggen besmet was, bereik je zo al snel dat er te weinig parasieten in de muggenpopulatie overblijven, én zonder besmette mensen kunnen ook muggen geen parasieten meer krijgen. Vooral dankzij effectief DDT-gebruik werd Nederland al in 1948 grotendeels malariavrij.

Naast effectieve toepassing van landbouwgif veranderden de leefomstandigheden van Europeanen snel, zo toonde ook Lena Hulden voor de Finland in het Journal of Malaria in 2008. In 200 jaar tijd daalde het aantal ‘koortsende’Finnen van 50.000 per miljoen naar 1. Hulden vond voornamelijk een verband vanwege een andere meer individualistische levenswijze. Mensen woonden niet meer bij elkaar in een boerderij, waar de overwinterende mug iedereen tegelijk kon belagen.

 

Modernisering roeide malaria dus uit. Ironisch genoeg kan een andere bijproduct van modernisering malaria weer terugbrengen: Globalisering. Dit lijkt zelfs de enige waarschijnlijke kandidaat om malaria hier terug te brengen, nu onze ‘eigen’vivax is uitgeroeid. Jaarlijks komen honderden mensen uit tropische landen terug met malaria onder de leden. Theoretisch is het mogelijk dat een wolk Anopheles plumbeus muskieten zich stort op een groep met malaria besmette Afrikagangers, bijvoorbeeld buiten tijdens de barbecue.

Die muggen verspreiden zich dan vervolgens over de camping, en al stekend bouwen zij een nieuw mensenreservoir met malariaparasieten op. Maar zowel Coosemans als Knols stellen dat dit scenario onwaarschijnlijk is, zeker gezien de huidige stand van medische zorg. En dus vat Paul Reiter, de eerder genoemde entomoloog het malariaprobleem voor de Westerse Wereld aardig samen met de volgende constatering: ‘Most mosquitos are harmless, the problem is they suck’. Ook dat is al voldoende reden om de bijtende mug dood te slaan.

 

 

Kader///

 

Klimaatmythe

 

Volgens Al Gore in ‘An Inconvenient Truth’verovert malaria opnieuw de wereld dankzij Global Warming. Ook sommige medici verklaren dat dankzij opwarming de malaria weer terugkeert in Europa. In het Nieuwsblad van 2 februari 2005 stelde de Rotterdamse parasitoloog Jan Leendert Nouwen over de terugkeer van malaria: ‘Er zijn experts die denken dat het over 20 jaar al mogelijk is, anderen zijn van mening dat het dan wel heel warm moet worden.’

Natuurlijk heeft malaria meer ontwikkelingskansen bij hogere temperaturen dan nu hier het geval zijn. De malariaparasiet is temperatuurafhankelijk, pas bij 16 graden Celsius kan hij zich ontwikkelen in het muskietenlijf. Bovendien gedijen muskieten ook pas bij warmer en vochtiger weer.

Toch stelt Marc Coosemans van het Instituut voor Tropische Geneeskunde desgevraagd: “Klimaatsverandering bepaalt maar voor een heel klein deel de aanwezigheid van malaria”, zegt hij. “Andere factoren zijn veel belangrijker bij verspreiding van de ziekte. Zoals de manier waarop mensen samen leven in huizen, en hun sociaal economische positie.” Daardoor kon het aantal malariagevallen in Europa sinds de koude kleine IJstijd (1500 tot 1850) juist afnemen, terwijl de temperatuur steeg.

Ook in Oostelijk Afrika bepaalt opwarming maar voor een klein deel de verspreiding van malaria in Hooglanden. Dat blijkt uit een overzichtsstudie die 1 maart verscheen in the Quarterly Review of Biology van Wageningse entomoloog Sander Koenraadt. Hij toont dat velen de rol van klimaatopwarming overschatten bij verspreiding van Malaria in Afrikaanse hooglanden.

Koenraadt concludeert na het doornemen van alle ‘pro-klimaatalarm’en anti-‘klimaatalarmstudies’ over malaria, dat er een ‘robuuste’basis is voor de relatie tussen klimaat en aanwezigheid van Malaria. Dat is logisch gezien de temperatuurafhankelijkheid van de parasiet. Maar de verspreiding is ook deels het gevolg van een natuurlijk evolutieproces. Bovendien constateert Koenraadt: ‘We stellen ook dat overschatten van het belang van klimaat misleidend werkt bij het vaststellen van een onderzoeksagenda’.