Natuur mag weer leermeester zijn van kunst



De Wodanseiken bij Wolfheze waren een grote inspiratiebron voor romantische schilders als Johannes Bilders van de Oosterbeekse School. HIj stak op zijn beurt weer de Haagse School aan waarbij Mesdag de bekendste representant is. Foto RZ2010


08-05-2010

Bestaat er zoiets als ‘echte’natuur, of zijn alle natuurbeelden die mensen hebben persoonlijk en cultureel bepaald? Artisprofessor Erik de Jong zoekt met de stadsdierentuin Artis Natura Magistra een nieuwe definitie die stad en land weer met elkaar verbindt in een verstedelijkt land.

 

Het is een mondvol, Artis Natura Magistra, maar de Amsterdammer kan er maar beter aan wennen. Want natuur wordt in deze stadsdierentuin volgens de nieuwe ambities weer een ‘leermeesteres van de kunst’, zoals de letterlijke Latijnse naam luidt. Om bezoekers en inkomsten te blijven trekken, graaft Artis haar culturele wortels weer op. Ouderwets modern doen dus.

Die wortels liggen in de vroege negentiende eeuw, toen cultuur en natuur broederlijk naast en door elkaar lagen in de wetenschap. En niet strak gescheiden in eigen kampen zoals tot voor kort. De stichter van Artis in 1833, Gerard Westerman was geen professionele ecoloog, maar uitgever, boekverkoper, verzamelaar en cultuurminnaar. Hij had Artis als ‘ervaringswandeling’ voor ogen, waarbij tuin, kunst in de vorm van beelden en dieren één geheel vormden.

Die benadering is weer ín. Vanuit de cultuurhoek groeit de waardering voor ‘natuur’in verschillende gradaties. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed maakte afgelopen jaar behoud van tuinen en landschappen tot agendapunt, na jarenlange focus op gebouwen. Nationaal Park de Hoge Veluwe combineert dit jaar precies 70 jaar een zonnebloem van Van Gogh met een zwijn op de hei. Wanneer je maar lang genoeg het zelfde doet, ben je vanzelf weer trendy.

 

Maar wat voor leermeester kan een tuin met dieren nu zijn? “De houding van mensen naar natuur heeft altijd een dubbele bodem gehad, en juist in een dierentuin wordt je van die dubbele houding bewust” zegt Artisprofessor en cultuurhistoricus Erik de Jong, die ook betrokken was bij de renovatie van het Vondelpark. Hij verzorgt met de Universiteit van Amsterdam een collegereeks over natuurbeelden. “We willen de natuur bezitten, aanraken en tegelijk zijn we er bang voor. Het dier dat dichtbij zit in de dierentuin, is tegelijk onaanraakbaar. We waarderen de natuur maar plegen ook een aanslag op hulpbronnen.”

Het idee van de natuur als leermeester stamt al uit de klassieke tijd. De natuur zou een hogere ordening verbergen. Ook het woord ‘ecologie’, huishouden van de natuur veronderstelt die orde. Natuurstudie zou volgens natuuronderzoekers en filosofen als Aristoteles tot hogere kennis leiden. De protestanten namen dit idee tijdens de Verlichting over. De natuur zou naast de Bijbel een boek zijn, waaruit meer kennis over God te verkrijgen was, de ‘Katechismus der natuur’zoals Johannes Florentius Martinet het in de achttiende eeuw stelde.

Meer natuurstudie zou dus tot hogere kennis leiden. Maar ook zou natuurstudie de man op straat minder dom maken. De stichter van het Natural History Museum in London in 1855, Richard Owen zag natuurstudie als manier om mensen beschaving bij te brengen. ‘Zodat zij minder geneigd zijn tot revolutie en geweld, zoals die in Frankrijk zo gewoon is’, aldus Owen.

Pauw en Witteman in Studio Plantage merken als eerste dat de leermeester weer de baas is in Artis. Zij maken plaats voor de MicroZoo. Bacteriën zijn hier de microscopische leermeestersvormen hier een microbiologische uitbreiding van de collectie. Daarnaast moet een nieuwe Artis Academie gaan optreden als kennisinstituut. Het Groote Museum dat al sinds de jaren dertig leegstaat wordt een nieuw museum voor Biodiversiteit.

De natuur wil niet alleen als schoolmeester fungeren, maar ook zelf model staan. Zij, ‘Natura’werd vroeger dan ook consequent afgebeeld als naakt jong ding, de cultuur werd afgebeeld als aap. De mens aapt de natuur na, was het idee en inderdaad, alle klassieke ‘natuurvorsers’waren man. Na jarenlang abstract modernisme mag Natura wat Artis betreft dan ook weer poseren. Dat wil zeggen, de dieren en de tuin.

‘In de kunst was abstractie de norm, en de natuur als voorbeeld nemen stond gelijk aan sentimenteel”, zegt De Jong. “Groen was ook geen primaire kleur. Nu zie je toch steeds meer dat kunst de natuur als thema kiest. Ook heeft de Rietveld Academie weer behoefte aan een opleiding voor wetenschappelijk tekenen waarbij dieren als voorbeeld kunnen dienen.” In de vroege 20ste eeuw kwamen studenten van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten regelmatig dieren tekenen. ‘Zo Rembrandt geleefd had, dan zou hij regelmatig in Artis te vinden zijn’, stelde Artisdirecteur Coenraad Kerbert nog.

 

Maar nu de heikele vraag, is een dierentuin ‘natuur’? De studie van natuur en cultuur liggen in Academieland ver van elkaar dankzij professionalisering. Ieder kamp kreeg de afgelopen anderhalve eeuw eigen dogma’s. Maar de broedende reigers in Artis tonen al dat de natuur die hokjesgeest relativeert. De stadsecologie is zelfs een nieuwe discipline die het verdwijnen van de natuur-cultuurgrens als onderwerp heeft, het ‘Baltsen tussen baksteen’van ecoloog Martin Melchers. Natuur heb je kortom in verschillende gradaties. Artis zoekt ergens binnen de zestig bestaande definities van natuur haar plek.

Volgens De Jong heeft juist de tuin in de menselijke verbeelding altijd model gestaan voor natuur. Een tuin die zuiverend werkte als tegenstelling tot het vuil van de stad. Romeinen als Marcus Aurelius zochten al de natuur en het platteland op om de intriges van het Romeinse hof te ontvluchten. En veel mensen lijden nog steeds aan het ‘Zeeuws Meisje-syndroom’, het idee dat de natuur en het plattelandsleven zuiverend werken.

“Het leven begint in legendes bij een tuin, een paradijs”, zegt De Jong. “En ook na de dood bestaat in veel religieuze verhalen een paradijsvoorstelling. Het menselijk leven bevindt zich tussen twee tuinen in. Het eerste gedrukte boek in het Westen, de Hypnerotomachia Poliphili van Francesco Colonna in 1499 heeft de tuin als hoofdmotief in tekst en afbeelding. ”

Die tuinvoorstelling zal de liefhebbers van wildernis niet bevredigen. Maar misschien moeten zij hun natuurbegrip wel beter formuleren. “Ook de grote grazers in het natuurgebied de Oostvaardersplassen zitten opgesloten in een omheining”, zegt De Jong. “Ze zijn daar door mensen geplaatst en dat heet wildernis. Het zou oernatuur zijn, maar het idee dat die paarden hier duizenden jaren geleden voorkwamen is al wetenschappelijk ontkracht. Ik ben blij dat het gebied er is. Toch moet je wel eerlijk aangeven, dat die natuur ook een constructie is, een uitdrukking van een verlangen. Maar ook die constructie kun je als natuur beschouwen. ”

 

 

 

 

///kaders

 

 

 

Niets zo tijdelijk als ‘de natuur’

 

Veel natuurvisies ontstaan in reactie op elkaar. De langs de rivieren aangelegde ‘Nieuwe Natuur’ met oerkoeien en rolstoelpad met uitkijkpunt, ontstond in reactie op het modernisme met haar efficiëntiestreven. Toen winterstormen begin jaren zeventig de rechtlijnige houtakkers van het Nederlandse bos vernielden, stelden Wageningse ecologen van Stichting Kritisch Bosbeheer zich een woestere vervanging voor. De oeros moest de kettingzaag vervangen, de wolf de menselijke jager. Nu zijn publieksvriendelijke ‘oertijd’-symbolen als Schotse Hooglanders zelfs tot het cruisegebied van de Nieuwe Meer doorgedrongen.

Die zelfde romantische beweging ontstond in reactie op de Verlichting en de Industriële Revolutie. Franse tuinarchitecten domineerden de aanblik met hun rechtlijnige grafische ontwerpen, zoals de tuin van Versailles. Die geometrie symboliseerde een soort‘overwinning’op de natuur. Natuur werd gezien als chaos, die perfectionering nodig had.

In reactie daarop kwam de Engelse landschapsarchitectuur met het standaardwerk van William Hogarth die de S-vorm als ‘natuurlijke lijn’propageerde. ‘Natuur verafschuwt een rechte lijn’werd het credo.

 

Leestip over veranderende natuurbeelden

Nederland: Het Bedwongen Bos Dick van der Meulen