Steenmarters hebben iets met rubber



'natuurplaza', de niet ironisch bedoelde naam voor het nieuwe onderkomen van Sovon Vogelonderzoek en de Zoogdiervereniging. Bionieuws wilde de foto niet bij het verhaal plaatsen, dan zou de pagina in de opmaak ontoonbaar worden. Kon ik me wel iets bij voorstellen.


09-05-2010

Voor het krijgen en behouden van ‘levende’steden in een landelijke stad als Nederland is betere samenwerking met architecten, burgers en bedrijven nodig. Al stellen de nieuwe stadsdieren de tolerantie van mensen soms ook op de proef, zo bewijst de opmars van de steenmarter.

Met slechts één gepromoveerde stadsecoloog, de Wageningse Eindhovenaar Robbert Snep, ligt ons dichtbevolkte land academisch gezien achter op landen als Duitsland. Daar zetten ecologen als Josef Reichholf (Bionieuws 9, 2009) deze nieuwe wildernis stevig op de academische en publieke kaart. De Zoogdiervereniging (VZZ) vestigde met haar jaarlijkse Zoogdierdag op 17 april in Nijmegen dan ook expres de aandacht op stadsbiodiversitet, Met natuurbescherming volgens het ‘Imby’-principe: in my backyard, zoals VZZ-voorzitter Jacob van Olst het noemde.

De ‘urban jungle’woekert zonder vooropgesteld natuurplan. Dat levert verrassingen én botsingen, zo bleek bij de lezingen. Onderzoek in Deventer naar de opmars van één nieuw stadsroofdier, de steenmarter is hierbij exemplarisch. In Deventer leven volgens de laatste inventarisatie nu 35 territoriale dieren, en met aanwas in het najaar ligt dat aantal op zeventig. Opvallend bij steenmarters is dat hun territoria in de stad tweemaal kleiner zijn dan op het platteland, wat kan duiden op een gunstiger leefmilieu. Of zelfs een nieuw ecotype, waar diersoorten nieuwe ecologische mores leren.

“De eerste stadswaarnemingen stammen uit de jaren zeventig in Zwitserland, na meldingen over autoschade, veroorzaakt door steenmarters die kabels doorbeten’, vertelt Erwin van Maanen, die het Deventer onderzoek uitvoerde. ‘Nu breiden ze zich als een olievlek uit vanuit Duitsland richting West Nederland. ‘De stad biedt vele voordelen. Zoals een 3D-milieu, divers voedselaanbod en het ontbreken van vijanden. Je kunt ze in Deventer ’s avonds al door de winkelstraat zien lopen.’

 

Autoschade

 

De steenmarter zorgde ook voor een economische opbloei bij autoschadebedrijven in Deventer. Het dier nestelt zich in auto’s waar hij kabels doorkauwt. Een schade-inventarisatie in het jaar 2006-2007 toonde een schadebedrag van 33.000 Euro die aan steenmarters was toe te schrijven. Volgens garagehouders zouden 300 schadegevallen door het knagen van marters zijn veroorzaakt.

“Steenmarters hebben iets met rubber”, vertelt Van Maanen ‘Dat blijkt ook uit ontlasting waarin je ballonnen terugvindt, en bij auto’s kan die rubberliefde tot het doorbijten van V-snaren, bougiekabels en serieuze averij leiden. Gelukkig geen remkabels.’ Daarnaast kan een nest steenmarters op zolder de menselijke bewoners tot wanhoop drijven. Een gezin dacht al over verhuizen, omdat de maden door de douchekoker naar beneden regenden. Dat kwam dankzij de ophoping van rottende prooien.

Wanneer een gemeente klachten serieus neemt, blijkt deze nieuwe wildernis te handhaven. De meeste schade bleek in Deventer vrij eenvoudig in te perken, zo toonde de instelling van een Faunaloket voor klachten, maatregelen als schrikdraad om vestiging op zolder te voorkomen. Daarnaast kan een speciaal ontwikkeld apparaatje onder de motorkap, Marterschok, de autoschade voorkomen. Het aantal klachten over marteroverlast daalde daarna in een jaar van 260 naar 40. Bij extreme overlast mag een faunabedrijf de steenmarters ruimen, na ontheffing voor de Flora en Faunawet.

 

Intratuinburchten

 

Veel aandacht op de landelijke Zoogdierdag ging verder naar biotoopverbetering voor gewenste zoogdieren als egels en vleermuizen: hoe kan de stad groener en levendiger worden.

Terwijl dieren baat hebben bij vergeten hoekjes, nissen en holtes is de trend bij bouwers en burgers nu omgekeerd.

Rotterdams stadsecoloog Niels de Zwarte toonde de ‘verharding’van de stadstuinen, ommuurd door Intratuin-afscheidingen.‘Zelfs vrienden die natuurorganisaties steunen, lieten mij met trots hun volledig betegelde tuin zien’, vertelt De Zwarte. ‘Door individualisering en groeiende privacybehoefte zie je steeds meer hoe mensen hun tuinen afsluiten. Schuttingen vervangen de meer arbeidsintensieve heggen die juist plaats geven aan leven.” Die Intratuinburchten zijn weer ondoordringbaar voor egels, zo bleek uit de lezing van Jasja Dekker.

Ook het gloednieuwe onderkomen van de Zoogdiervereniging en Sovon Vogelonderzoek, ‘Natuurplaza’, demonstreerde met enige ironie, waar nog een wereld te winnen valt. Het gebouw vormt een klinische verzameling glas, tegels en kitplaten, zonder een toefje groen of plaats voor niet-menselijke stadsbewoners. De Zoogdiervereniging wilde liefst bij aanvang gevels en omgeving vergroenen, maar de architect stribbelde tegen.

Maar via campagnes van Vogelbescherming, en ‘local heroes’ als stadsecoloog Martin Melchers, groeit de aandacht voor de eigen achtertuin als reservaat. ‘Veel bedrijven zijn best enthousiast te krijgen voor stadsnatuur’, zegt De Zwarte. “Als ze maar concrete maatregelen kennen die ze kunnen uitvoeren.Op dit moment is bij 90 procent van de bouwprojecten de natuur nog een sluitpost. We proberen daarom aansluiting bij architecten te krijgen, voor zoogdiervriendelijke maatregelen in het bouwplan. Ook kan de Stedelijke Wateropgave (oppervlakteregel voor waterberging RZ) een manier zijn om overheden te stimuleren hun groen oppervlak te handhaven, in plaats van te verharden.”

 

 

Stadsnatuur internationaal

www.biotope-city.net