Redt natuur met monocultuur



Onze Veluwe was een eeuw geleden ook een kaalgekapte zandvlakte, Nederland was vrijwel volledig ontbost. Maar we herplantten het bos en nu is 11 procent van ons landoppervlak weer bebost. Ook landen met tropisch regenwoud doorlopen zo'n kapstadium: herplant kan veel schade verzachten. Foto RZ2009


17-07-2010

De wereldbevolking groeit deze eeuw naar 9 miljard zielen. Daarmee stijgt de vraag naar energie en landbouwgrond, ten koste van natuurgrond. Hoe kun je deze natuur dus sparen? Bedrijf meer intensieve landbouw en plant degelijke monocultures, zo stellen land- en bosbouwexperts.

 

In landen met veel soortenrijkdom als Costa Rica verdween afgelopen eeuw 80 procent van het oerwoud. Dat werd omgezet ten behoeve van landbouw, en jaarlijks verdwijnt nog eens 1,2 procent door boskap. De ontwikkelende landen lijken kortom door het zelfde stadium te lopen als Nederland vroeger.

Toen de Romein Tacitus ons land beschreef, was ook Nederland nog ‘duister in zijn wouden, stinkend om zijn moerassen’: natuur dus. Tacitus had het niet zo op wilde natuur, want ecotoerisme was nog niet uitgevonden. En onze voorouders dachten het zelfde. Zodra zij de middelen kregen, ontgonnen ze al deze ‘woeste en waterzieke gronden’ tot iets nuttigs.

Rond 1900 was Nederland volledig kaalgekapt en ontgonnen.Maar er kwam een keerpunt. Het bos werd herplant. In een eeuw tijd groeide het bosoppervlak weer van praktisch nul naar 11 procent van het totale landoppervlak, en dankzij hoge welvaart kon Nederland zelfs natuur ‘aanleggen’: de Ecologische Hoofdstructuur. Volgens kaarten, die Matt Walpole publiceerde in Science in september 2009 gaat de achteruitgang van biodiversiteit in Westerse landen dan ook veel minder snel dan in ontwikkelingslanden.

 

Wereldwijd groeit nu het oppervlak bos alweer, vooral dankzij natuurlijke hergroei in de tropen op verlaten landbouwgrond. ‘Veel landen doorlopen vaste ontwikkelingsstadia waarbij ze veel bos kappen’, zo vertelt hoogleraar tropische Bos ecologie Frans Bongers van Wageningen Universiteit. Hij was 27 mei spreker op de jaarlijkse Westhofflezing aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Zie maar naar Nederland en Schotland. Veel landen hebben nu een dal bereikt in bosoppervlak waarna het bosoppervlak weer groeit. Anderen zijn nog op weg naar dat dal.”

Extra aanplant zou het herstel kunnen versnellen.Bongers pleit dan ook voor forse aanleg van bosplantages op gedegradeerd land in ontwikkelende landen . Zo kan je de houtbehoefte opvangen van lokale bevolking. Tegelijk dienen de plantages als biobuffer, die de kap remmen van bestaand bos. Hij publiceert met internationale collega’s binnenkort het wetenschappelijke bosbouwboek Degraded Forests in East Africa, mede aan de hand van zijn werkervaring in de regio. Met koele cijfers en figuren, toont hij bijvoorbeeld aan hoe het bosareaal in Ethiopië door kaalkap verdwijnt, terwijl de houtbehoefte blijft stijgen.

“In Afrika wordt 90 procent van alle hout dat uit het bos komt gebruikt als brandhout”, stelt Bongers. “In de hoofdstad zijn 30.000 vrouwen permanent bezig met houtverzamelen. De houtbehoefte van Afrika verdubbelt tot 500 miljoen kuub in 2030. Daarbij dekken nieuwe plantages maar voor 5 procent de behoefte. In noord Ethiopie zie je ook dat vooral rond orthodoxe kerken nog wat bomen blijven staan. Wat daar dus nodig is, veel meer bosaanplant. Door menselijke inmenging kan ecologisch herstel van gedegradeerde grond veel sneller verlopen.”

Als succesvoorbeeld kan hier onze eigen Veluwe dienen. Ooit was dit een door overbegrazing en kap gedegradeerd stuk heide en stuifzand. Nu is de Veluwe ons grootste bosgebied. Toch komt het woord herplant niet voor in het vocabulaire van internationale natuurorganisaties als Wereldnatuurfonds, IUCN. “Bosplant en menselijke inmenging kampen met een imagoprobleem, het is niet sexy”, zegt Bongers. “Ook bij mij vroeger op de universiteit, werd me met de paplepel ingegoten dat plantages altijd slecht zijn voor biodiversiteit. Maar die aanname is gebaseerd op fouten uit het verleden, waarbij onder andere verkeerde soorten werden gebruikt op de verkeerde plek. Dat is inmiddels sterk verbeterd.”

Met moderne kennis kan geplant bos juist significant bijdragen aan herstel van biodiversiteit. Het remt de ontginning en biedt opnieuw leefruimte voor soorten. Zo blijkt steeds vaker dat zelfs vlot na totale kaalkap weer veel soorten terugkeren. Onderzoek van Jos Barlow in Jari in Brazilië, gepubliceerd in PNAS in oktober 2007, toonde al 75 procent van alle soorten uit oorspronkelijk oerwoud zijn neus niet ophaalt voor een plantage met monocultures. Slechts 25 procent van de soorten is uniek voor oud woud.

Dertig jaar nadat het woud in Jari volledig werd gebulldozerd en platgebrand, kwam in het teruggegroeide bos gemiddeld 60 procent terug van alle oorspronkelijke soorten. In plantages van Eucalyptus lag de score gemiddeld op 49 procent. Niet ideaal, maar het drama van uitsterven van soorten is vaak kleiner dan veel alarmerende studies stellen.

 

In de wetenschappelijke wereld groeit de positieve aandacht voor herplant volgens nieuwe bosbouwinzichten. David Lamb beschrijft in Science in 2005 al nieuwe manieren om gedegradeerd land in tropen te herbebossen. Hij pleit voor een ‘optimum’ bij plantages, waarbij je zowel biodiversiteit behoudt als hout wint.

Bongers wil vooral duidelijke keuzes bij bosbeleid. “Je kunt niet én maximale houtopbrengst én maximale biodiversiteit tegelijk hebben’, zegt Bongers. “Zorg gewoon dat je ook in landen als Ethiopië per gebied duidelijk kiest met welk hoofddoel je het bos aanlegt. Ook een monoculture van Eucalyptus kan daar dan best goed zijn, als bijvoorbeeld maximale houtoogst je doel is. Op andere plaatsen kun je dan bijvoorbeeld bos sparen, waarbij je biodiversiteit als hoofddoel hebt. Ook kun je complexere bossen aanplanten, met meer soorten, en er voor zorgen dat nieuwe soorten op natuurlijke wijze gaan opkomen, bijvoorbeeld na transport van zaden via vogels en wind. ”

Landbouwsociologen als Louise Fresco van de Universiteit van Amsterdam pleiten daarnaast voor meer intensieve landbouw en plantenveredeling op de ‘vette plaatsen der aarde’, dus in de meest vruchtbare streken. De marginale gronden kun je dan uitsparen voor kleinschalige biologische landbouw en natuurgrond. Eigenlijk dus een blauwdruk van Nederland op de rest van de wereld. De onvruchtbare Veluwe bleef ‘woeste grond’, met ruimte voor 500 campings. In de vruchtbare Flevopolder kreeg grootschalige landbouw alle ruimte. Wel moeten nu omwille van de oerkoeien en paarden van Staatsbosbeheer 30 grote boerenbedrijven wijken.

‘Op dit moment is 11 procent van het wereldwijde landoppervlak als landbouwgrond in gebruik’, stelt Fresco. ‘Dat is éénderde van wat mogelijk is, de rest is natuurgrond. Om verdere ontginning te voorkomen zul je juist op de meest vruchtbare delen op aarde moeten inzetten op duurzame intensivering en plantenveredeling. In veel delen van de tropen leidt intensivering nog vaak tot erosie. Maar in landen als de Filippijnen zijn monocultures best mogelijk.”

 

 

 

 

 

///

Grootmoeders tijd is gelukkig voorbij

 

De Groene Revolutie die de natuur redt heeft al plaatsgevonden, zonder dat u er bij stil stond. Dankzij de plantenveredeling, kunstmest en gewasbescherming kon de wereldwijde landbouwopbrengst verviervoudigen op het zelfde oppervlak. In Azië en Latijns Amerika kon de landbouwoogst verdrievoudigen dankzij intensievere landbouw met enkele hoogproductieve gewassen. Zo werd naar verhouding tot de groei in wereldbevolking, een stuk natuurgrond uitgespaard ter grootte van de Verenigde Staten.

Alleen in Afrika vlot het nog niet met de Groene Revolutie. Dankzij primitieve landbouw zonder bemesting treedt hier zware erosie op en degradatie van land. Pedro Sanchez schrijft in Nature Geoscience van 24 mei dat Afrika de rest van de wereld kan volgen, als het die bodemerosie aanpakt. Als succes noemt hij een bemestingsschema in traditioneel hongerland Mali, waar de maïsoogst verdrievoudigde tussen 2005 en 2007.

Maar er zijn ook critici. De Groene Revolutie met haar plantenveredeling en inzet op enkele hoogproductieve gewassen, zou het gevaar voor honger vergroten. “Traditionele gewassen zouden verdwijnen en er zou genetische versmalling optreden”, stelt Louise Fresco, landbouwsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam. “Maar is dat zo? Het is best leuk, al die traditionele gewasjes, maar bijvoorbeeld oude Inca-gewassen spelen bij voeding van de huidige Peruaanse bevolking geen enkele rol. Juist in traditionele samenlevingen zijn veel vrouwen en kinderen ondervoed. Bosjesmannen hadden honderden voedselsoorten, maar de meeste aten ze maar 2 keer per jaar. Afwisselende voeding is juist iets van de laatste decennia in welvarende landen. Grootmoeder at veel slechter dan ons.”

 

 

 

Biologische landbouw slecht voor biodiversiteit.

 

De Provincie Noord Holland voert via ‘Noord Hollandse Grond’campagne voor meer biologische landbouw. Maar voor de hoeveelheid natuurgrond, is het te hopen dat het campagnesucces beperkt blijft. Dat blijkt uit een nieuwe studie naar landbouw op het Britse platteland, ‘Scale Matters, the impact of organic farming on biodiversity on different spatial scales’, die 5 mei verscheen in ecologenvakblad Ecology Letters.

Tegen een productiviteitsdaling van 55 procent per hectare bij biologische landbouw staat een magere 13 procent groei in biodiversiteit. Wanneer de hele Britse landbouw biologisch gaat, daalt de biodiversiteit dus netto. Want je moet het productiviteitsverlies opvangen met ontginning van meer natuurgrond. Tenzij de Britten minder ‘chips’eten. De Britse ecologen stellen dan ook dat biologische landbouw het beste op zijn plaats is in laagproductieve grond bij natuurgebied. Op vruchtbare grond zou de landbouw eerder moeten intensiveren.

Eerdere studies die de voordelen van biologische landbouw benadrukten voegden geen correctie toe van schaal. De meeste biolandbouw begon met een valse start ten opzichte van conventionele landbouw: in kleinschalig boerenland in natuurrijke delen van Engeland. Wanneer je voor schaal corrigeert en startpositie valt het voordeel in soortenrijkdom weg.