Minder geld voor verbindingszones



Verbindingszones zijn niet voor alle soorten even belangrijk. Van groter belang zijn grote natuurgebieden (foto RZ2010)


14-10-2010

Een bezuiniging van 300 miljoen euro op natuuraankopen wacht. Het kabinet schrapt haar bijdrage bij de aanleg voor Robuuste Verbindingen. Natuur verhuist met Landbouw naar Economische Zaken, bij het nieuwe kabinet Rutte. En dus niet naar ‘Milieu’zoals al jaren de ronde doet.

Bij het ter perse gaan van Bionieuws bestond over die verhuizing nog geen definitieve duidelijkheid. Wel zeker is een korting van 300 miljoen euro op aankoop van nieuwe natuurgrond voor de Ecologische Hoofdstructuur.(EHS) De Rijksoverheid cofinanciert niet langer de aanleg van Robuuste Verbindingen. Robuuste verbindingen, ‘faunasnelwegen’ van tussen natuurgebieden ontstonden in 2000 als aanvulling op de Ecologische Hoofdstructuur.

Sinds de Nota Ruimte in 2006 lag verantwoordelijkheid voor uitvoering van EHS bij de provincies. Dankzij het wegvallen van de rijksbijdrage zal de voortgang en vorm van de EHS per regio nog sterker gaan verschillen. Provincies als Flevoland zetten bijvoorbeeld nog steeds de verbinding door van het Horsterwold met de Oostvaardersplassen, en zoeken zelf aanvullende financiering. Andere provincies zullen meer samenwerking zoeken met boeren bij natuurbeheer.

De meeste ecologen zijn ‘not amused’om te horen dat de rijksbijdrage vervalt. ‘Natuur is een zaak van continuďteit en de lange termijn, waar we met de Ecologische Hoofdstructuur al sinds begin jaren negentig in investeren’, zegt Paul Opdam van Alterra. ‘We zijn net een eind op weg om meer samenhang in de natuur aan te brengen. Dan is het niet logisch om plotseling te stoppen. Veel politici zien natuur blijkbaar nog steeds als luxe, in plaats van noodzakelijke voorwaarde voor kwaliteit van leven.’

De eco-logica achter de verbindingen is gebaseerd op theorie voor metapopulaties, zoals geformuleerd door Illka Hanski in 1999. Dat zijn versnipperde populaties die door een netwerk zijn verbonden. Via verbindingen vormen de fragmenten een eenheid, waarbij onderlinge uitwisseling snelheid en kans op uitsterven van soorten verkleint. Maar hoe heilig zijn die verbindingen in de natuurpraktijk bij het veiligstellen van biodiversiteit? Biologen als vegetatiekundige Joop Schaminee stelden al vaker vraagtekens bij de manier waarop deze‘robuuste verbindingen’werden uitgevoerd.

‘Sommige mensen beschouwen die verbindingen als oplossing van alle problemen’, zegt hij. ‘Maar bij de uitvoering kreeg je nogal eens tekentafelnatuur, natuurplannen die geen rekening hielden met de infrastructuur van het bestaande landschap, zoals houtwallen, lanen. Veel belangrijker dan een groene natte strook van 300 meter breed die gebieden verbindt, is dat nieuwe natuur aansluit op bestaande landschapselementen, de eigenheid van de streek. Vergeet niet dat iedere nieuwe verbinding tegelijk ook een nieuwe ecologische barričre vormt.’ Ook is de waarde van verbindingen bij verspreiding van planten beperkt, het concept is vooral op dieren toegesneden.

Wat de verhuizing betreft, zit de natuur bij Economie na vele decennia eindelijk op de goede plek. Want ecologen als Opdam zijn voorvechter van het ‘ecosysteemdiensten’-concept: het idee dat je diensten die natuur levert, als recreatiegenot in geld kunt uitdrukken. Opdam erkent dat Economie als nieuw departement zo slecht niet is, maar plaatst natuur nu nog liever bij ‘milieu’. ‘Voor de meeste politici komt de benadering van ecosysteemdiensten nog te vroeg. Die denken bij natuur nog in termen van bedreigingen voor de economie, in plaats van kansen.’