Onheilsbrengers versus nuchtere ljippen



01-01-2011

De ruggengraat van vogelbescherming ligt bij de liefhebbers die de natuur zelf als loon zien, in een tijd waarin 'professionalisering'vooral bureaucratisering betekent. De Vogelwacht heeft daarom wat mij betreft een uitdagende missie voor de toekomst. Gewoon zichzelf blijven.

We associëren wetenschap met kennis en vooruitgang. Wie tegen wetenschappers ageert, moet dus wel dom zijn. En de meeste mensen willen die titel vermijden. Wie in Nederland en de rest van het Westen een belang wil verkopen, doet dan ook een beroep op de autoriteit van wetenschap. Het is een succesvol smeermiddel in reclame, maar ook politiek. En zelfs bij sektes.

Zo raakte ik tijdens een tocht door Nationaal Park de Meinweg verzeild bij de Mahareshi European Research University (MERU). Hier zetelt de Europese afdeling van een groep Westerse oosterlingen, vreemde vogels die transcendente meditatie bedrijven. Zij prijzen hun club aan op grond van de ‘wetenschappelijk bewezen’werking van meditatie. ‘Het is geen religie, maar gewoon wetenschap’, zo verzekerde één van de begeleiders om de 2 zinnen.

Maar kijk even verder, en stel je zelf de volgende vraag. Als iets zich rap voortplant, lange oren heeft en een wipstaart. Het knaagt wortels, graaft een hol in de duinen. Is het dan geen konijn? Zo ook hier. Er is een kritiekloze aanbidding van een goeroe, een sterke bekeringsdrift en ‘duizenden jaren oude geschriften’ met ‘hogere wijsheid’. Al snel komen ook de vorige levens op de proppen, waarbij de begeleider meedeelt dat hij ‘in een vorig leven monnik was’.

Fijn om te weten, conclusie: het is een konijn. Je krijgt dus al snel door dat met een ‘wetenschappelijk bewezen’ verhaal een ander belang meelift. Hoe aardig de mensen ook, Meru wil uiteindelijk uw vertrouwen wekken en uw bankrekening.

 

‘Klimaatverandering is de grootste bedreiging voor vogels’, zo claimde Vogelbescherming, Nederland. Ook dit was ‘wetenschappelijk bewezen’. Zij beschermen nu vogels via het stopcontact. Ja, het schijnt dat trekvogels daarom al windmolens nodig hebben. Volgens het Wereldnatuurfonds gebruiken ijsberen zelfs al stroom van Eneco. De natuur staat niet stil in haar ontwikkeling, zo is duidelijk.

Of klopt hier iets toch niet helemaal aan het beroep op de autoriteit van wetenschap?Het afgelopen jaar werkte ik met collega Marcel Crok aan zijn journalistieke onderzoeksboek ‘De staat van het klimaat’. Crok ontmaskerde hier na jaren werk, en tientallen interviews met wetenschappers wereldwijd de grootschalige wetenschappelijke oneerlijkheid achter het klimaatverhaal. Het oververhitte verhaal van het einde der natuur dat media, overheid en fondsenwervende lobbyclubs ons jarenlang voorschotelden, blijkt onhoudbaar.

In mijn bescheiden biologische bijdrage aan het boek, in hoofdstuk 6 groef ik door het verrassend dunne wetenschappelijke gehalte van studies over het uitsterven van soorten. Dit met hulp van biologen in Oxford en anderen. Volgens invloedrijke computerstudies zou voor 2050 tot 35 procent van alle plant en diersoorten uitsterven. Dankzij opwarming.

Het gaat wat ver om hier de technische details van het werk te behandelen. Het komt er op neer dat men alleen tot zo’n resultaat kan komen, wanneer je de complete biologie van plant- en diersoorten overboord gooit. Volgens de logica van klimaatstudies is temperatuur de belangrijkste reden dat bijvoorbeeld een eend in ons park leeft. Zodra het niet meer precies koud genoeg is, moet hij vluchten. Hoe knap de wiskunde ook achter de computermodellen: hier geldt onzin er in, onzin er uit. Een automotor waar je melk instopt krijg je niet aan de praat. Je kunt er een Ferrari van maken, maar als je er weer melk in giet kun je nog steeds niet rijden.

Zulke studies kun je alleen verdedigen, wanneer je geen voeling meer hebt met de natuur in de praktijk. Wanneer vogelsoorten slechts plaatjes zijn geworden waarmee je fondsen werft. Of betekenisloze nullen en enen in de computer, in plaats van levende wezens die je door jaren veldstudie uit den treure kent in gedrag, voedselkeuze. Met de voeten in de klei stel je de volgende vraag: Wat heeft de natuurbescherming bij zo’n verhaal te zoeken?

 

Bij uit hun voegen groeiende natuurclubs komen steeds meer andere belangen op de voorgrond, naast de hoofddoelstelling. Vogelbescherming (omzet meer dan 8 miljoen euro per jaar) investeert meer geld in marketing, fondsenwerving en overhead dan bescherming in de praktijk van vogelgebied.

De firma in Zeist is een actief promotor van windfarms geworden. Haar Britse partner RSPB is al in de energieconsulting gegaan, en verdient 10 pond per klant die zich aanmeldt bij een windfarmoperator. Terwijl alle objectieve onderzoeken van Noorwegen tot Australië het averechtse effect aantonen op vogelgebieden. Als u één vogel verstoort bent u strafbaar, doodt u er duizenden dan bent u plotseling ‘duurzaam’.

Het rendement van deze clubs voor de natuur is onbekend, omdat niemand hun effect meet. De financiële omzet in jaarverslagen blijft wel stijgen, het klimaatverhaal werkt. Maar ook voor de natuur en de vogels? Je zou zomaar de juiste vraag kunnen stellen. Wat helpt bemoeienis op afstand van een dure consultant die de lokale natuur en haar gebruikers maar kwalijk kent, en die uitgaat van een verkeerde probleemanalyse?

Die vlieger gaat op tot ver buiten het klimaatverhaal. Zo komen weidevogelconsultants en bureauecologen uit Zeist voor 500 euro per dagdeel boeren in Friesland even inwrijven wat goed voor hun land is, dat ze nauwelijks kennen. Het deel uitvoerende boeren dat echt goed wil (er zijn ook gewoon weidevogelprofiteurs) krijgen een fooi, inclusief een stapel bureaucratische rompslomp. En als het mislukt, dan ‘ligt het aan de boeren’, of ‘de klimaatverandering’.

 

Neem dan de jarenlange vrijwillige investering van de vele Vogelwachtmedewerkers in Friesland. De gewone boeren, burgers en buitenlui. Zij vormen wat mij betreft de toekomst, zoals zij ook al het verleden droegen. De liefhebbers met de voeten in de klei. Zij doen het niet in de eerste plaats voor de fondsen, politiek en organisatiebelangen.Het resultaat zien van je handelen in je eigen omgeving is het loon in zichzelf.

De ljip die op de wieken gaat. Die kast met kerkuilen, die toch uitvliegen, die extra grutto’s die dankzij nestbescherming en samenwerking met de boer toch groot worden. Geen grote verhalen, maar kleine daden in de praktijk brengen de natuur en de mens het grootste voordeel. Deze mensen zijn de ziel van natuurbescherming. Die gaat over een heg die in het broedseizoen moet blijven staan, iets simpels als een vogelhokje ophangen, niet de complete tuin betegelen, de vereniging draaiende houden. Kleurloze simpele handelingen, een kleine moeite uit liefde, die het land om ons heen kleur geven.

Ook binnen de wetenschappelijke natuurbeschermingswereld zien steeds meer biologen, dat vooral hier de toekomst ligt: lokale bescherming door eigen mensen die hun omgeving kennen en koesteren. Deze biologen zijn meestal zonder uitzondering veldmensen, die de juiste balans kennen tussen theorie en praktijk. Zij kunnen academische modes relativeren én de nuttige kennis meepikken.

Praktische natuurbescherming heeft weinig op met een sexy‘mondiale ecologische crisis’, die om miljardenoffers vraagt aan belangenclubs en bureaucraten. Wat wel telt voor onze vogels in onze eigen omgeving: continuďteit, nuchterheid en hechte relaties met de grondgebruikers. In My Backyard dus. Ecologie gaat vooral ook over de menselijke gemeenschap die een levende relatie heeft met haar eigen omgeving.

Een echte liefhebber, die de natuur zelf als loon neemt, heeft dan ook geen wetenschappelijk vermomde dreigementen nodig over het einde der aarde, om zijn ding te doen. Dergelijk opgewarmd reclamepraat, toont vooral aan waar die belangrijkste factor voor betrokken natuurbescherming is uitgestorven. Ik hoop dus van harte dat de Vogelwacht in een veranderende wereld gewoon zichzelf kan blijven. Dat is goed genoeg.