Europees verzuringsbeleid kwam door 'paniekverhaal' tot stand



Ja er was verzuring, maar de gevolgen werden zwaar overdreven en bleken vaak juist positief: is dat bewustwording of misleiding?


22-01-2010

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeert afgelopen najaar in een rapport dat zure regen géén hype was en alle beleid zinvol. Maar het enige feit dat na jaren ‘verzuringsbeleid’ wetenschappelijk sterk staat, is dat stikstofdepositie vegetaties verandert in natuurgebied. Zwavelzuurdepositie nam al af zónder beleid, bossterfte vond niet plaats, gezondheidsclaims bleken omstreden en door stikstofdepositie groeit bos mogelijk 40 procent beter.

Wat is de definitie van een hype? ‘Het op overdreven wijze aanprijzen van product of persoon waarvan de verdienste nog moet blijken’zo stelt Kramers woordenboek. Voldeed zure regen met de geclaimde ecologische rampen daaraan? Het vocabulaire van het vroegere Ministerie van VROM over ‘Das Grosse Waldsterben’, spreekt voor zich: ‘Zure regen, onze schuld’ bezweert zij onder affiches uit 1985. Deze posters tonen drie plaatjes van sparren in oplopende staat van ontbinding.Met onder de meest kale boom suggestief: ‘Morgen?’ Onderzoekers in Duitsland én Nederland voorspelden een ‘grote daling in de houtopbrengst’, met economische rampen tot gevolg.

Het PBL ontkent in haar rapport ’Zure Regen, een analyse van 30 jaar verzurinsproblematiek in Nederland’ dat sprake was van een hype. Zij noemt dit ‘bewustwording’. In de conclusies stelt auteur Ed Buijsman, journalist en chemicus dat ‘alle beleid zinvol was’, een conclusie die alle massamedia overnamen.

Dit rapport verscheen in aanloop naar de herziening van verzuringswetgeving door de Europese Unie en Nederland die nu plaatsvindt, zoals het Göthenborg-protocol. Die staat verdere terugdringing van stikstofdepositie voor.

 

Genesis

 

Stikstofbeleid kwam van de grond, via de aandacht voor ‘Waldsterben’. Volgens emeritus ‘bosbodemkundige’, Jan van den Burg is de Duitse onderzoeker Bernhard Ulrich, van de Universiteit van Göttingen de bron van het ‘Waldsterben’. Van den Burg werkte in de ‘zure regentijd’bij De Dorschkamp, één van de bosbouwkundige voorlopers van Alterra. Hij hield het archief van alle onderzoek bij naar verzuring op bosgezondheid.

‘Ulrich is de aanstichter van het paniekverhaal en schrijver van de ‘zure regenbijbel’ eind jaren zeventig’, zegt Van den Burg. ‘Zijn hypothese was dat zure neerslag voor uitspoeling van aluminium zorgde. Een verhoogde concentratie aluminium tastte de boomwortels aan, en zou ‘Waldsterben’veroorzaken. Dat pikte Der Spiegel op in 1981 en zo werd een kleine man groot gemaakt.’ Die aluminiumhypothese duikt ook weer op in het PBL-rapport, waarbij zij ook stellen dat aluminium tot Alzheimer lijdt.

Maar Ulrich maakte methodologische missers, een punt dat PBL NIET vermeldt.’ Ulrich’s alarmerende resultaten werden door de proefopstelling veroorzaakt’, zegt Van den Burg. ‘Een punt waar we pas jaren later achter kwamen. Hij testte de invloed van aluminium op boomwortels in watercultures in plaats van in de bodem. Zijn keurig nette onderzoekers verschoonden steeds dat water, dat vervuild raakte met stoffen die de wortels afgaven en resten grond van de wortels. Daardoor haalden ze ook de buffer weg, die in de natuur juist de invloed van aluminium beperkt.’ Ulrich herriep zijn claim pas in 1995.

Een artikel van Nico van Breemen in Nature in 1982 zette verzuring en bossterfte in Nederland op de wetenschappelijke kaart. Het basische ammoniak, zou door biochemische processen in de bodem worden omgezet in een zwak zuur, ammonium sulfaat. ‘In Duitsland deed men al veel aan verzuringsonderzoek’, stelt Van Breemen, nu fulltime-kunsthandelaar. ‘In Nederland nog niet, maar mijn Nature-artikel over verzuring in de bodem door ammoniak werkte als een steen in de vijver. Dat heeft veel onderzoek in gang gezet, en later ook regelgeving.’

Een karavaan onderzoekers, van bodemkundigen tot milieukundigen wierp zich op bodemverzuring door stikstofdepositie. Velen die in de jaren tachtig in media massale bossterfte voorspelden, danken hun huidige carrière nog steeds aan deze ‘verzuring’. Waaronder Leen Hordijk, van 1984 tot 1987 onderzoeksleider ‘zure regen’bij IIASA in Oostenrijk, waar hij recent als directeur vertrok. Hij is nu directeur van het Instituut voor Milieu en Duurzaamheid van de Europese Commissie (Ispra). Maar ook senior-onderzoeker bij Alterra Wim de Vries. Laatstgenoemde is nu projectleider van Nitro-Europe, een door de Europese Commissie gesponsord onderzoeksprogramma van 27 miljoen euro naar stikstofstromen. In dat programma neemt IIASA ook deel.

 

Exodus

 

De ‘massale’bossterfte bleek gebaseerd op waarnemingen aan enkele Noorse spar-percelen in het Reuzengebergte en Ertsgebergte. Het waren deze bomen die VROM in haar campagne gebruikte. ‘Deze stonden op een noordhelling en vingen directe giftige SO2-depositie in uit het oude industriegebied van Silezie’, zegt Wagenings bosbouwconsultant Leffert Oldenkamp. ‘Behalve die uitstoot was het gevoerde, in bosbouwkundig opzicht achterhaalde beheer één van de oorzaken’. Oldemkamp werkte in de Zure Regentijd bij de voorloper van Alterra, De Dorschkamp, en begeleide het bosbouwkundige deel van onderzoek van mensen als Van Breemen, die zelf geen ervaring hadden met de bospraktijk.

Directe SO2-vergiftiging van bosbestanden werd al sinds 1850 waargenomen, toen de industrie massaal zwavelrijke kolen ging verbranden. Er was dus geen sprake van een nieuw verschijnsel, en het vond op kleine schaal plaats. In Nederland was SO2 al geen probleem meer vóór er sprake was van ‘verzuringsbeleid’: we schakelden tien jaar eerder al over van kolen op gas. Alle onderzoeksaandacht ging naar bodemverzuring door stikstofdepositie. Vele andere factoren hadden ondertussen meer invloed op de gezondheid van bomen. ‘Bosgezondheid nam in de rest van Duitsland en Nederland juist steeds meer toe door adoptie van modernere ‘natuurvolgende bosbouw’, meer afwisselende beplanting en dunning’, zegt Oldenkamp.

Emeritusprof Otto Kandler van het Instituut voor Botanie in München vatte de resultaten van 10 jaar Duits bosbouwonderzoek samen in een rapport voor de FAO in 1997:‘In plaats van te stellen, hoeveel gaat onze houtoogst achteruit, is onze vraag nu: hoeveel extra groei krijgen we door depositie.’ (uit onder meer stikstof RZ)Hij vervolgt: ‘Waldsterben kun je begrijpen als een probleem van bewustwording. Bos waarvan men geloofde dat het vroeger ‘normaal was’werd symbool voor negatieve menselijke invloed. Maar zulke holistische concepten zijn onbruikbaar bij oplossing van problemen, leiden tot veel emotie en voorbarige conclusies.’

Co-auteur van het PBL-rappot Rob Maas van het RIVM, erkent desgevraagd dat er bij zure regen toch sprake was van een hype. Maar hij vond deze zinvol.‘Zure regen was geen ‘hoax’, om maar eens een ander Engels woord te gebruiken’, schrijft hij per e-mail. ‘Opvallend is dat met de nu beschikbare dynamische bos-bodem-modellen kan worden uitgerekend dat grootschalige bossterfte met de emissieniveaus van 1980 binnen enkele decennia zou zijn opgetreden. Terwijl dat met de huidige emissieniveaus pas over enkele eeuwen is. Het probleem was toen dus wel degelijk urgent.’

 

Open haard

 

Zou het bos ongezond worden door bodemverzuring via stikstofdepositie, de moderne bosbouw gaat nu uit van een forse extra houtopbrengst door stikstoffertilisatie, in combinatie met CO2-fertilisatie. Volgens schattingen van J. Quinn Thomas in Nature Geoscience in 2009 kan door stikstofertilisatie 40 procent extra bosgroei optreden vergeleken met voor de Industriële Revolutie. Wel bestaat veel discussie over de mate waarin die extra groei optreedt. De populaire naam voor extra houtopbrengst is nu ‘carbon storage’.

In het Nederlandse veldonderzoek is Waldsterben uitgestorven. Alle bosmeetnetten die ‘gezondheid’zouden meten werden in 2000 opgeheven. ’Rond 1996 was er geen belangstellig meer voor zure regen en bos, en toen bloedde dat onderzoek dood’, herinnert Van den Burg. ‘Toen ik vertrok in 1998 en de afdeling verhuisde, werden complete onderzoeksarchieven over het onderwerp weggegooid. Het had geen waarde meer en kon richting open haard, alle aandacht verschoof naar verzuringseffecten en eutrofiering op natuurbeheer. Zelf heb ik mijn archief van 20 jaar met 23.000 titels van veldstudies over de invloed van verzuring op bos gedoneerd aan het INBO in Gent. In Nederland was geen belangstelling meer voor die kennis.’

 

///

 

kader1: Blauwe baby’s

 

De Amerikanen hanteren een nitraatrichtlijn voor drinkwater van 10 mg per liter, de Europese nitraatrichtlijn van 50 milligram geldt voor water in de bodem. De aanname is dat stikstofdepositie uit landbouw het grondwater in zou sijpelen, waardoor uiteindelijk in drinkwater Beide normen zijn gebaseerd op één studie in 1945, in 1987 geherpubliceerd aan 2 baby’s die blauw aanliepen, de ‘blauwe baby’s’. Deze blauwe borelingen gebruikte Stichting Natuur en Milieu in de jaren negentig bij campagnes. Die ziekte werd aan verhoogde nitraatgehaltes toegeschreven, maar bleek door later onderzoek door E-colibesmetting veroorzaakt. Het menselijk lichaam maakt dan extra nitraat in, dat een anti-sceptische werking heeft via omzetting in nitriet.

Claims over een vermeend verband tussen bemesting door boeren en volksgezondheid blijven nog steeds in rapporten opduiken. Het PBL-rapport stelt dat een verhoogde kans op blaaskanker optreedt. Die claim is gebaseerd op één referentie: onderzoek in Ohio aan vrouwen van 55 tot 69 jaar, waar bij nitraatrijker drinkwater een zwakke correlatie werd gevonden met meer blaaskanker. De studie noemt ook populatiestudies waarin die correlatie niet werd gevonden.

Het PBL-rapport stelt zonder referenties dat aluminium (via uitspoeling door zure depositie) ‘alzheimer veroorzaakt’, maar vermeldt niet dat de meeste onderzoekers dat idee al verlieten. Ook krijgen mensen meer aluminium binnen door theedrinken, dan ooit via zure uitspoeling door zure depositie in grondwater zou komen.Volgens Van den Burg blijven dit soort verwijzingen in rapporten komen, door slecht bijhouden van literatuur. “Men leest te weinig, en weet daardoor niet hoe sommige claims wetenschappelijk zijn onderbouwd.’

 

Kader2: Blauwgraslanden

 

Dé belangrijkste rechtvaardiging voor strenger stikstofbeleid die overblijven, zijn kwetsbare vegetaties in natuurgebied. Het Alterra- rapport over ‘Verzuring’ dat Wim de Vries in 2008 als beleidsadvies schreef voor het Ministerie van VROM noemt ‘hoogvennetjes op kalkarme zandgrond’, heide en blauwgraslandjes, die baat hebben bij minder stikstofdepositie. ‘Natuur’die ooit door gronduitputting door keuterboeren ontstond. De Vries vindt de huidige richtlijnen gerechtvaardigd, er zou nog een ‘deken van stikstof’over Europa liggen.

‘We hebben voor Natura 2000 de verplichting om zorg voor die kwetsbare natuur te dragen’, antwoordt De Vries. ‘Of dat de goede manier van bescherming is, dat moet je de Europese Commissie vragen. Dan raak je aan de discussie welke natuur je nu wilt beschermen en op welke manier. Ik geef alleen maar de effecten aan van depositie. Er zijn grote hoeveelheden literatuur, die aantonen dat biodiversiteit afneemt door stikstofdepositie in Nederland en Europa. Dan kun je inderdaad zeggen, jammer maar helaas. Dat doe ik niet. Wel kun je afvragen of bij strenger beleid de kosten nog opwegen tegen de baten. Maar dat is nu nog niet aan de orde.’

.