En aarde volstaat



Voetafdruk van wolf in Ober Lausitz: zeer ecologisch


Maart 2011

De mensheid zou al sinds 1980 boven haar ecologische stand leven, volgens berekeningen uit de Ecologische Voetafdruk. Deze rekent alle menselijke activiteit om naar benodigd landoppervlak. Maar serieuze ecologische economen publiceren al ruim tien jaar vernietigende kritiek op de voetafdruk in vakbladen. Deze zou nauwelijks raakvlak hebben met de ecologische werkelijkheid, en economische principes negeren. ‘De Voetafdruk is voor een politieke agenda ontworpen, niet voor het meten van duurzaamheid’.

 

We kunnen niet eindeloos economisch groeien. Want het leefbare landoppervlak is beperkt. Iedere in beton gegoten stedeling ziet deze bijna kinderlijke waarheid voor zich. Die tastbaarheid van ecologisch ruimtegebrek gaf de eind vorige eeuw ontwikkelde ‘ecologische voetafdruk’ haar populariteit, als manier om ‘duurzaamheid’te kwantificeren. Het ISIWeb of Knowledge geeft ruim 500 onderzoeksartikelen in afgelopen decennium, en Google Scholar meer dan 14.000 hits.

In populaire boeken en massamedia loopt het gebruik in de miljoenen. Ook het boek Terra Reversa van Peter Tom Jones van de KU Leuven, baseert de urgentie van ‘de ecologische crisis’volledig op de Voetafdruk. Tom Jones presenteert de berekeningen uit de ecologische voetafdruk als een fysiek bestaande, en wetenschappelijk bewezen ecologische realiteit.

‘De milieu-impact van de totale wereldbevolking overschrijdt al sinds het midden van de jaren 1980 de draagkracht van de Aarde. In vaktaal spreekt men van een overshoot, wat impliceert dat we op jaarbasis meer uit het Ecosysteem Aarde wegnemen dan dat dit systeem zelf op hernieuwbare basis kan regenereren. Volgens het laatste officile rapport (Hails (red.) 2008) bedraagt die ecologische overshoot nu al minstens 30 procent.’

Deze menselijke zondecalculator van Matthias Wackernagel en zijn Global Footprint Network, rekent alle menselijke activiteit, van handel tot landbouw en energieverbruik om in n maat: oppervlakte. Een zogenaamde ‘overshoot’zou ontstaan, wanneer iedereen op aarde meer consumeert, handelt, vrijt en leeft, omgerekend in oppervlakte, dan er daadwerkelijk productief landoppervlak is. Ieder jaar vieren activisten Earth Overshoot Day nu een stukje eerder, afgelopen jaar al in augustus. Toen zou de mensheid zijn ecologisch kapitaal al hebben verbrast voor de rest van het jaar. Alle media namen dit over uit het persbericht van de Global Footprint Network.

 

Valse concreetheid

 

Minder bekend is dat de meeste serieuze ecologische economen geen spaan heel laten van de Voetafdruk. En van de grootste critici is milieueconoom Jeroen van den Bergh. Hij is onderzoeksprofessor van Instituut voor Milieuwetenschap en Technologie in Barcelona en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij zette met milieuwetenschapper Fabio Grazi afgelopen jaar zes grote bezwaren op een rij, die wetenschappers hebben met rekenmethodes en aannames achter de voetafdruk in het toonaangevende vakblad ‘Environmental Science and Technology’. In het artikel ‘On the policy relevance of Ecological Footprints’ vragen zij zich af ‘waarom hier nog zoveel intellectuele energie en onderzoeksgeld aan wordt besteed, gezien de vele tekortkomingen van het concept’.

En groot bezwaar: ‘valse concreetheid’ zoals Van den Bergh dat omschrijft. De voetafdruk lijkt een concrete fysieke grens te geven voor ‘duurzaam leven’. Zoals de ‘fair earth share’van 1,8 hectare per persoon, voordat de ‘biocapaciteit’van de aarde zou zijn overschreden. In die tastbaarheid ligt de basis van de populariteit. Maar die concreetheid is volgens hem misleidend. In werkelijkheid heeft de voetafdruk nauwelijks raakvlak met de fysieke en ecologische werkelijkheid. De uitkomsten zijn meer een afspiegeling van de aannames en persoonlijke keuzes, die bedenker Matthias Wackernagel gebruikt in zijn rekenmethode.

‘De hypothetische landgebruiksmaat wordt gezien als echt, concreet landgebruik’, reageert Van den Bergh. ‘De meeste mensen begrijpen het verschil niet, heb ik gemerkt in discussies. Teveel mensen zijn weinig kritisch op de gebruikte methoden. Of ze begrijpen zelfs niet wat de precieze berekeningsmethode inhoudt, en welke aannames worden gemaakt.”

 

Landsgrenzen ecologisch betekenisloos

 

En fout komt naar voren in de landenvergelijking. Landsgrenzen vertegenwoordigen geen ecologische relevantie, maar krijgen die in de voetafdruk wel toebedeeld. Zo kunnen landjes als Nederland en Belgi per hoofd van de bevolking een voetafdruk krijgen van meer dan 5 hectare per persoon. Terwijl ultradun bevolkte woestijnlandjes als Tsjaad ver onder de ‘fair earth share’komen van 1,8 hectare, de volgens de Voetafdruk ‘verantwoorde’maat. Zij heten zo ‘duurzamer’dankzij de toevalligheid van meer leeg oppervlak binnen landsgrenzen, zelfs al zouden ze alle beschikbare grond overbegrazen en uitputten.

Dat komt door de zwaarte die de Voetafdruk-methode geeft aan oppervlakte. De formule vertaalt alle menselijke activiteit naar hypothetische hectares, gedeeld door de beschikbare hectares. Zo straft de Voetafdruk automatisch alle landen met veel bewoners op weinig oppervlak, met weinig eigen grondstoffen. Ook straft het concept iedere vorm van handel en activiteit die op een klein oppervlak plaatsvindt. De voetafdruk is dus eerder een anti-handelsindicator, anti-technologie en ‘anti-samenwoon’-indicator, maar geen maat voor concreet milieuvriendelijk gedrag.

Want wat zegt het samenwonen van mensen en handel, over duurzaamheid en de totale impact op ecosystemen in de wereld? Een stad is van nature ‘onduurzaam’voor het kleine stukje aarde waar deze staat, maar dat zegt niets over de invloed op het ‘ecosysteem aarde’. Je kunt, zoals Van den Bergh schrijft, ‘niet principieel tegen bevolkingsconcentraties zijn, die ook veel positieve schaaleffecten kennen’. Een vergelijkbare vaststelling- naar verhouding zijn stadsbewoners door positieve schaaleffecten ecologisch efficinter dan plattelanders-verscheen vorig jaar nog in PNAS. Zo bezitten zij bijvoorbeeld minder auto’s en ze rijden minder auto.

‘Deze bevolkingsconcentraties zijn van nature ontstaan op economisch gunstige plaatsen aan waterwegen en zee, terwijl andere (dunbevolkte) regio’s zich toelegden op grondstoffenproductie en landbouw’ schrijft Van den Bergh al in zijn eerste kritische artikel in 1999 in Ecological Economics. ‘Maar dit natuurlijke gegeven, dat regio’s zich door de geschiedenis economisch gingen specialiseren en onderling goederen uitwisselen, is geen teken van ‘globale onduurzaamheid’. Wel gaat die specialisatie gepaard met ecologische voordelen volgens Van den Bergh.

Zelfs al zouden onze landjes qua duurzame technologie de kampioen zijn, terwijl Canada doorgaat met teerzandwinning. Dan krijgen wij nog steeds een veel hogere voetafdruk, puur omdat Canadezen toevallig meer lege wildernis en oppervlak binnen de landsgrenzen hebben, een ‘commodity’dat bij de voetafdruk sterk bepaalt of je ‘duurzaam’leeft. Oftewel, het is de aanname van oppervlak als maat van alle dingen in de voetafdruk. De voetafdruk geeft daarom niet de ecologische werkelijkheid weer, maar deze keuze van de bedenkers.

 

Bomen planten als enige weg

 

Milieuwetenschapper Nathan Fiala van de Universiteit van Californie reageert scherper in zijn artikel in Ecological Economics in 2008: ‘Why the Ecological Footprint is bad Economics and bad Environmental Science’. Hij richt zijn pijlen op de eenzijdige aandacht die de Voetafdruk geeft aan energieverbruik en CO2, waardoor een forse overschatting ontstaat: een ‘numbers overshoot’in plaats van een ecologische. Afgelopen jaar bepaalde CO2 uit energieverbruik liefst 54 procent van de totale voetafdruk. Die enorme voetafdruk van CO2 komt door het feit dat Wackernagel beslist lle CO2 wil vastleggen. En dat mag alleen gebeuren via het planten van bomen.

‘Een forse reductie van broeikasgassen is nodig’, schrijft Fiala. ‘Maar vanuit een milieuoogpunt, laat staan economisch oogpunt is niet duidelijk waarom beslist lle CO2 vastgelegd moet worden. Die keuze is een belangrijk punt, omdat het Global Footprint Network stelt dat de mensheid 25 procent meer grondstoffen consumeert dan de aarde aankan. Wanneer je kiest om niet lle CO2 vast te leggen, maar 50 procent zit je plotseling wel binnen de grenzen van duurzaamheid, zoals de voetafdruk die voorstaat.’

Oftewel, bij iets andere persoonlijke voorkeuren in de formule, kun je plotseling weer met n aarde toe. Fiala ergert zich aan het feit dat de Voetafdruk alle kaarten op CO2 zet, terwijl het bodemerosie niet kan kwantificeren. Terwijl die erosie voor directe, echt meetbare ecologische degradatie zorgt. Volgens Fiala is de Voetafdruk dan ook geen maat voor ‘duurzaamheid’maar voor ‘sociale ongelijkheid’.

Daarnaast ontstaat een enorme Voetafdruk, dankzij Wackernagel’s keuze om alle CO2 te compenseren via n ruimte-intensieve compensatievorm, bomenplant. Die keuze zegt dus niets over bestaande ecologische impact. ‘Met de CO2 is het wel heel bar’, reageert milieueconoom Richard Tol van het Ierse ESRI, nu hoofdauteur van Werkgroep 2 van het vijfde IPCC-rapport. ‘Waarom moet je beslist bomen planten? Je zou bijvoorbeeld ook windmolens kunnen bouwen. Als je de windmolens op zee zet heb je geen land nodig. Je kunt natuurlijk ook de thermostaat een graadje lagen zetten, wat helemaal geen land kost en een wollen trui aandoen. Hoeveel land heb je nodig voor een schaap?’

 

In reactie op de kritiek van Van den Bergh schrijft Wackernagel met co-auteur Andrew Ferguson van de Optimum Population Trust ‘dat de overshoot wel bestaat’. Ook claimt Wackernagel die ‘overshoot’een ‘conservatieve schatting’is voor de ecologische werkelijkheid, en zij stellen ‘dat Van den Bergh geen alternatieve manier voorstelt om consumptielimieten te stellen’.

Peter Tom Jones reageert desgevraagd: ‘Ik heb in mijn eerdere boek Terra Incognita al aangegeven, dat er serieuze wetenschappelijke kritiek bestaat op de voetafdruk. Maar die bestaat ook op andere indicatoren, zoals de BNP, waarover Van den Bergh publiceerde. Geen enkel concept is volmaakt. Toch blijft het centrale idee staan, dat wij de aarde overbevragen. Bij die ecologische crisis werk je met vraagstukken, waarbij je nooit absolute zekerheid krijgt. Het is postnormale wetenschap. Het gevaar bestaat, dat je de problematiek kapot nuanceert, door absolute zekerheid te claimen. Terwijl we nu in actie moeten komen.’

De voetafdruk is volgens Tom Jones vooral ontworpen om het idee van een rele ecologische crisis naar een breed publiek te communiceren, via n getal. ‘Ik kan dan wel weer een verhaal van 600 pagina’s houden, maar daarmee krijg ik de boodschap niet in media’, zegt hij. ‘Dat is het format waar wetenschappers door media in gedwongen worden.’

Maar volgens Van den Bergh gebruiken voorstanders dit bewustwordingsargument juist onterecht bij de Voetafdruk. ‘Veel mensen zijn ervan overtuigd dat communicatieve aantrekkelijkheid de methodische tekortkomingen kan compenseren’, reageert hij. ‘Onbegrijpelijk. Ze zien niet dat de combinatie ongewenst is, en zelfs gevaarlijk. Want zo vormen mensen op basis van foute informatie en interpretaties meningen. Gelukkig zijn de beleidsimplicaties van de voetafdrukbenadering onduidelijk en vaag. Dus de benadering heeft niet echt invloed gehad op beleidsformulering.’

De Nederlandse VROM-raad heeft de regering afgeraden de voetafdruk te gebruiken. In Belgi is de voetafdruk bij overheden tot op heden nog bijzonder populair.

 

Kader///

 

Voor de Industrile Revolutie was alles optimaal?

 

De aanname in de Ecologische Voetafdruk is dat je alle menselijke CO2-uitstoot moet compenseren. De pre-menselijke concentratie van 280 deeltjes per miljoen zou een ecologisch ‘optimum’zijn, waarbij de aarde zich OK voelde. Maar waarom zou hier een ecologisch opitimum bestaan? Zoals decennia FACE-experimenten aantonen (Free Air Carbon Enrichment) bij effecten van CO2-verhoging op plantengroei en landbouw, zal bos voorlopig juist tot meer dan 40 procent beter groeien, en tarweoogst bijvoorbeeld met ruim 20 procent, wanneer neerslag en voedingstoffen beschikbaar blijven. Dit houdt dus in, dat je minder bomen hoeft te planten om een hoeveelheid CO2 te compenseren.

Economen als Erwin Bulte en Cornelis van Kooten wezen in 2000 al op dit in de Voetafdruk genegeerde ‘CO2-fertilisatie-effect’in hun artikel in Ecological Economics: ‘Ecological Footprint, Usefull Science or politics? Alle aannames van een premenselijke ‘optimumtoestand’zijn persoonlijke keuzes van de ontwerpers van de Voetafdruk. Zij stellen daarom dat ‘de Ecologische Voetafdruk niet ontworpen is op het meetbaar maken van duurzaamheid, maar op het najagen van een politieke agenda.’

Het Global Footprint Network hanteert volgens hen een ‘Neo-Malthusiaanse’ benadering van de werkelijkheid. De achttiende-eeuwse predikant Thomas Malthus stelde dat hongersnood zou volgen wanneer de Britse bevolking verder zou groeien, dan de voedselproductie kon meegroeien. Hij stelde ook een gefixeerd begrip van ecologische ‘draagkracht’vast. Dit starre begrip van draagkracht was echter gebaseerd op de toenmalige stand van landbouwtechniek. Er zijn dus meerdere manieren om groei op te vangen, naast oppervlak van (landbouw)grond.

 

//kader2

En aarde met n absolute waarde?

 

Volgens de Nederlands-Ierse milieueconoom Richard Tol is er een fundamenteler probleem met de voetafdruk: deze gebruikt een absoluut begrip van ‘waarde’: landoppervlak is hier de maat voor alle dingen, die bepaalt wat voor economische ruimte mensen hebben. Dat is iets, dat economen alleen voor 1776 nog aannamen: zij rekenden net als Wackernagel met land als absolute waarde. Economen als Karl Marx zagen ‘arbeid’ als de maat voor alle dingen.

‘En de Sovjet Unie is daar tot het bittere einde mee doorgegaan’, stelt Tol. ‘Sinds 1870 hebben economen echter het begrip absolute waarde verlaten, ze hanteren een meer relativistisch begrip.’ Ieder goed heeft dus alleen waarde in verhouding tot andere goederen, waarde is toegekend door mensen.

In de Voetafdruk zit daarnaast een holistische en statische opvatting van de ecologische werkelijkheid, waarbij ‘natuurlijkheid’ een vaste norm is: een staat van volmaaktheid. Er zou een ecologisch optimum bestaan, een ‘natuurlijk evenwicht’dat verstoord is door mensen. De meeste serieuze ecologen hebben dat concept in de jaren zeventig van vorige eeuw verlaten. Omdat de Voetafdruk de mensloze aarde neemt als vaste norm, een ecologisch‘optimum’, is alle meetbare menselijke invloed per definitie ‘onduurzaam’.