Soulsearching in Sierra Nevada



26-02-2011

De Alpujarras in Zuid Andalusië krijgen jaarlijks bezoek van een bont mengsel Westerse gelukszoekers, spiritueel geïnteresseerden en ecologische vluchtelingen. Smalle slingerwegen in de bergen scheiden het ruige land van het massavermaak aan de Costa. Een ideale plek voor een nieuw leven?

De Alpujarras, het ruige deel van de Andalusische Sierra Nevada werkt al jaren als een magneet voor ecologisch verantwoorde gelukszoekers. Afstand telt niet, want de luchthaven van Malaga is slechts twee uurtjes vliegen. Er is land beschikbaar, veel natuur, het Spaanse klimaat is gunstig én je kunt er voldoende eten verbouwen: de droom van iedere aspirantboer, die de stad beu is. Veel boerderijen zijn verlaten, doordat de oorspronkelijke boeren naar de Costa trokken voor werk in toerisme. Pensionado’s, bioboeren, en overwinteraars vullen nu het gat dat zij achterlieten.

De lotgevallen van nieuwkomers verschillen.Ex-Genesis drummer Chris Stewart beschrijft als aspirant Spaanse boer in ‘Driving over Lemons’ zijn worstelingen met plaatselijke bevolking en de weerbarstige natuur. Stewart ziet zijn zelfgebouwde brug in een kolkende rivier verdwijnen. Zijn geluk als schapenverkoper strandt op de mores van lokale handelaren, die deze opdringerige nieuwkomer een lesje willen leren.

Toch krijgt hij uiteindelijk wat Flamenco-vertolkers ‘Duende’noemen: voeling met de ziel van het land. Aan het slot, laat Stewart zijn dochter dopen op de boerderij Él Valero bij Orgiva. Hij is geaard en vindt een nieuw natuurlijker thuis. De meeste Britse Spanjaarden doen minder moeite dan Stewart en blijven in een eigen subcultuur. Ze hebben zelfs een eigen krant in Andalusie, de Olive Press.

 

Orgiva heet de toegangspoort van de Alpujarras. Het is een stinkend gat, dat op één uurtje rijden bereikbaar is vanaf de Costa. Dit gebied vormt een wereld van verschil met Malaga en haar massatoerisme. In het ruige berggebied van de Alpujarras stuit je niet op gelikt ogende badgasten, maar vooral harige gelukszoekers. Zoals biologisch verantwoorde Duitse studenten, die bij een Engels-Spaanse Organic Farm vrijwilligerswerk zoeken. En hippies die uit alle hoeken van Europa komen. Twee vrouwen in gewaden, die liftend langs de weg staan met wandelstok, kinderwagens en baby’s.

Bij een vraag naar overnachtingsmogelijkheden, fulmineren de hippiedames bij het noemen van het woord ‘hotel’. Om dan dromerig te vervolgen. ‘Dat is nu juist waarvan we weg wilden vluchten. De hemel is ons dak en de natuur is ons thuis’. De dames dragen het typische konijnenhokparfum, kenmerkend voor mensen die op afstand leven van zeep en shampoo.

Hun bestemming, hippiegemeenschap Beneficio ligt langs een rivier, in een bos van mediterrane eiken. Aan de ingang staan busjes en campers die deels als woning dienen. Langs de rivier staan wigwams, Mongoolse yurts en zelfgebouwde hutten. De scherpe stenen van het bergpad doorsteken de voorband van de huurauto. Dit ongeluk blijkt de sleutel tot contact met de gemeenschap. Enkele hippies, waaronder een Portugese flamencogitarist en een Finse student komen aangesneld om te assisteren met het wisselen van de band.

Thomas laat zijn wigwam zien. Hij is een Zweed, die na zijn studie in Göteborg zijn geluk beproeft in Spanje. Hij bewoont er nu vier maanden een geleende wigwam met vriendin en twee kleine kinderen. De Zweed overweegt om langer te blijven en zijn eigen voedsel te verbouwen. ‘Veel mensen hebben al dan niet legaal een stukje land hier geclaimd’, vertelt hij. ‘De boer van wie het land is, maakt daar geen probleem van. Op die manier zijn de meeste bewoners van Beneficio hier aan grond gekomen.’

 

In de gemeenschappelijke wigwam start een avondje veganistisch eten, met trommelmuziek. De jonge Litouwse Katarina nodigt me uit en schept eten op. Aanliggend, volgt haar levensverhaal. De studente ecologie is op zoek naar zichzelf in het buitenland. Uiteraard horen daar de nodige spirituele uitjes bij. De Alpujarras is daarvoor toegerust met een eigen Tibetaans Boeddhistische gemeenschap op 1700 meter hoogte.

Dit klooster, Oseling trekt boeddhisten uit Europa en Amerika. Maar de boeddhistische geinteresseerde Katarina kwam niet verlicht terug. ‘Ik bezocht het klooster en dacht: die mensen mediteren, die weten door al die meditatie wat de beste manier van leven is’, stelt ze. ‘Daar steek ik wat van op. Maar veel kloosterlingen waren veel ongelukkiger dan ik, zo bleek uit gesprekken. Juist omdat ze geestelijk niet in orde waren, zijn ze met meditatie begonnen als zelfmedicatie. Daarom wist ik, dat ik het geluk daar niet hoefde te zoeken.’

Haar bezoek maakt wel nieuwsgierig naar dit stukje Tibet in Spanje. Dit is de bestemming voor een volgende dag. Het klooster blijkt op een bergtop bij Soportujar op 1700 meter hoogte te liggen, Oseling is alleen via een onverhard slingerpad bereikbaar, na 800 meter klim.

Ik lift mee met Kim, een in Ierland woonachtige docente die wil mediteren en overnachten in het klooster. De avond nadert, en in een kleine Kia crosst ze omhoog langs de afgrond. Na enkele bijnadood-ervaringen doemt een klein stukje Tibet op. Eiken zijn behangen met gebedsvlaggen, een Tibetaanse pagode staat op de bergtop. De mantra Om Mani Padme Hum staat gegoten in een massief koperen bel.

Maar de chauffeursmoed van Kim wordt bij aankomst niet beloond. Alle gastenverblijven zijn leeg, maar de verlichte boeddhisten bieden haar geen plaats. ‘Dan had je maar een week eerder moeten reserveren’ stelt een Amerikaanse boeddhist. Spiritualiteit lijkt ten koste te gaan van flexibiliteit. Wandelend tussen in de natuur geplante Tibetaanse wandtegels als ‘mijn religie is vriendelijkheid’, daal ik de berg weer af .

Om het hogere te vinden, hoef je in de Alpujarras ook niet spiritueel te doen. Bergbeklimmen en je zintuigen openen is voldoende. Ruig landschap dat met toenemende hoogte overgaat van zonnige rotswoestijn naar alpiene toendra en besneeuwde bergtoppen. Zonlicht dat een lichtbundel snijdt door wolken met najaarsregens. Eenmaal in eigen land terug, is het voldoende te weten dat deze exotische vluchtroute zo vlot bereikbaar is.

 

 

//// Bezoekersinfo

 

Geslaagde manieren om in Nationaal Park Sierra Nevada het hogere te zoeken, bestaan vanuit bergdorpjes als Trevélez en Capileira. Van hieruit kun je de hoogste berg van het Spaanse vasteland beklimmen, de Mulhacen (3478mtr). Je overnacht in Refugio Poqueira, een berghut op 2500 meter hoogte en bereikt dan vrij eenvoudig de bergtoppen, met uitzicht op zowel Afrika als Granada.

Het Moorse bergdorp Capileira was uitvalsbasis. Ik verbleef in Hotel Poqueira voor 25 euro per nacht. www.hotelpoqueira.com , vele andere opties zijn mogelijk. Ik at in www.cascapenas.es , met haardvuur en Wifi.

Voor bergwandelen gebruikt iedereen ‘Walking in the Sierra Nevada’door Andy Walmsley

De Visitor’s Guide National Park Sierra Nevada geeft goede ecologische informatie over de endemische plantensoorten.

De locale Flamenco is gebundeld in www.flamencolafuente.com van Christina. Kijk voor de juiste stemming, gevoel voor landschap en sfeer eerst flamencofilm ‘Vengo’van Tony Gatliff.

Spaanstalige berggidsen vind je via www.nevadensis.com . Een goede Engelstalige gids is de Britse Spanjaard David Disney: www.alpujarraadventure.com

Werken op een organic farm kan bij Kate in Bayacas, onderdeel van Wwoof (Worldwide work on organic farm): +34 676819536 .