Later als ik minder groot ben..

25-06-2011

Een nieuwe reviewstudie in Marine Ecology (in press) naar evolutionaire gevolgen van visserijdruk op de groei van vissen, toont dat eerdere alarmerende studies fouten maakten door groeisnelheid en lichaamsgrootte te verwarren. Een kleiner formaat is juist een teken dat vissen beter tegen hoge visserijdruk opboksen.

Vaak neemt onder sterk beviste soorten het aantal kleinere exemplaren toe. Onderzoekers als David Conover vonden bij snoeken na enkele generaties een afname in groeisnelheid, wat ongunstig zou zijn voor overleving. Duiden meer kleine vissen dus op evolutie naar lagere groeisnelheid? Dat was wel de constatering uit diverse studies in de laatste 5 jaar, die veel media-aandacht kregen. In Nature in 2007 pleitte Conover daarom voor visserijmanagement dat met die snelle evolutie van groei rekening houdt.

Maar kloppen die aannames wel altijd? De nieuwe reviewstudie in Marine Ecology (in press) van Noorse mariene biologen Katja Enberg, Christian Jørgensen en anderen ‘Fishing-induced evolution of growth: concepts mechanisms and the empirical evidence’, verzamelde alle relevante onderzoek tot nu toe over snelle verandering in vissen. De studie toont dat een verwarde opvatting van evolutie de bij media populaire opvattingen, zoals van Conover kleurt.

Centrale stelling van Enberg et al, is dat je de evolutie van groeisnelheid niet kan bestuderen, via de evolutie van lichaamsgrootte. Lichaamsgrootte is volgens hen een ‘staat’, waarop selectie inwerkt. Terwijl groei geen losstaande‘eigenschap’op zich is, waarop selectiedruk invloed heeft. ‘Die opvatting van groei als eigenschap is vaak bedrieglijk. Groei is de uitkomst is van een complex pakket processen van gedrag, morfologie en fysiologie’, schrijven Enberg et al. ‘Deze processen (waarop selectiedruk inwerkt RZ) zijn sterk gerelateerd met toewijzing van beschikbare energie in het lichaam en besteding van energie.’

Waarop werkt natuurlijke selectie door visserijdruk dan wel? De auteurs maken onderscheid tussen eigenschappen die investering regelen in metabolisme of in reproductie. Uit veel evolutiestudies die tijdens dit ‘biologisch boekhouden’werden geordend op fysieke effecten, blijkt dat selectiedruk een actieve ruilmarkt veroorzaakt. Visserijdruk verandert de hoeveelheid energie die een vis in verschillende lichaamsprocessen steekt.

Een vis onder sterke predatiedruk, investeert minder verkregen energie in lichaamsgrootte. Maar weer meer energie in processen die reproductie beïnvloeden, door bijvoorbeeld eerder volwassen te worden. Uit diverse studies die zij bespreken, blijkt dat een snellere groei juist nadelig kan zijn is. Het kan ten koste gaan van andere gunstige eigenschappen als stroomlijn. Tegelijk kan een vis ondanks hogere visserijdruk toch steeds groter worden, zoals bij kabeljauw in de Barentszee gebeurt. Voedsel is dan doorslaggevend voor grootte, niet selectiedruk door visserij.

De ontwikkeling van lichaamsgrootte en gemeten groeisnelheid zijn dus geen goede maat voor hoe visserij de fitness van vispopulaties beïnvloedt. ‘Veel mechanismen die een snellere groei mogelijk maken, houden vaak meer risico in en meer sterfte’, concluderen zij. ‘En tragere groei kan kleinere vissen betekenen, maar die aanpassing kan vissen juist helpen overleven in een door visserij gedomineerd milieu.’

‘ Het loont voor een vis niet om in grootte te investeren, als hij voor zijn achtste jaar al is weggevangen’, reageert visserijbioloog Ray Hilborn van de Universiteit van Washington die hielp bij de totstandkoming van de studie. ‘Een aanpassing, waarbij eerdere volwassenwording optreedt, geeft de vis kans sneller eitjes te produceren. Dat is juist gunstig. Het is een teken dat de vis beter tegen hoge visserijdruk bestand is.’