De Eendenlokkers van Imares



Een visser heet volgens Imares uit voorzorg onwenselijk, zonder dat men fatsoenlijke bewijsvoering aandraagt: de visser is 'guilty by association'


Deel 2 van dubbelessay Primitieve Verbeelding aan de Macht in Visserijnieuws 2 september.

De gronden waarop Imares en overheid visserij menen te kunnen verbannen uit delen van Wad en Noordzee zijn absurd. Men verhult de eigen incompetentie onder een laag rapportage, om zo met beroep op academische autoriteit, en het voorzorgprincipe zich te ontslaan van de wetenschappelijke plicht tot transparantie en reproduceerbaarheid.Met Natura 2000 nóch wetenschap heeft dit iets van doen. De overheid tast zo haar legitimiteit aan.

In het eerste deel van ‘De Primitieve Verbeelding aan de Macht’, constateerden wij dat ideologische vervuiling in Vibeg, vissers onmogelijk iets goed kunnen doen. Zij zijn fout uit voorzorg, vanuit de opvatting dat zij een mysterieuze ‘gezondheid’van de zee aantasten. Dat ideologische begrip heeft – zoals wij beschreven- geen basis in moderne ecologie. Wat als ‘Dé’wetenschap wordt verkocht, is in werkelijkheid een waardepatroon dat vissers wordt opgedrongen vanuit fondsenwervende lobbyclubs en geestverwanten bij overheid, Imares en NIOZ.

Dit deel behandelt de absurditeit van de aanklacht tegen Josef K, de visserman, die tevens de veroordeling is: de Natura 2000-rapportage van Imares en de onderbouwing van het Wijzigingsbesluit van het Ministerie van ELI. De Imares-rapportage bevat innerlijk tegenstrijdige smaakoordelen over hersteldoelen, die veranderen als je de auteursgroep verandert. Dat kan niet aan ecologie van de zee liggen. Gezien de bedenkelijke kwaliteit van Imares-werk, zet de overheid dus veel te hoog in.

Die verbant zonder toetsbaar bewijs voor schadelijkheid, de visserij uit een substantieel deel van gebied waar zij generaties leefde. Terwijl ondertussen omvangrijke windfarms in Natura 2000-gebied verrijzen –cynisch vernoemd naar de zeevogels die ze doden- waarvan wél onomstotelijk in vele studies vaststaat dat constructie habitatsoorten als bruinvis schaadt. De invulling van Vibeg heeft dan ook niets van doen met wetenschap, nóch met Natura 2000.

In werkelijkheid misbruiken enkelen Natura 2000 en de overheid voor andere agenda’s. Imaresauteurs dienen tevens andere belangen als lobbyist voor zeereservaten in Greenpeace-campagnefilms en als bestuurslid van offshore-windfarmlobbyclub We@Sea. Ook verdient Imares geld aan MER-onderzoek naar windfarms als voor de kust van Egmond. Hoewel deze mensen formeel niet de besluiten nemen, zijn zij samen met fondsenwervende lobbyclubs in de praktijk wel de beslissers. Want de overheid neemt hun adviezen integraal over. Wanneer lobbyisten op de stoel van de overheid gaan zitten, verliest zij haar legitimiteit.

 

Onmogelijke positie

 

Dat het Imares-rapportage ontbreekt aan transparante doelen en definities is een constatering, die ook de reviewcommissie van Natura 2000 deed, na beoordeling van de Natura 2000-rapportage van Imaresauteurs Robbert Jak en Han Lindeboom:

‘Als wij voor het gemak even meegaan in deze stelling van Jak et al., dan zal dus het sluiten van bepaalde gebieden voor bepaalde vormen van bodemberoerende visserij in ieder geval het instandhoudingsdoel s.s. (de verstoring zal er waarschijnlijk niet erger op worden) en misschien zelfs wel het verbeterdoel dichterbij

brengen. Onduidelijk blijft echter welke verbetering nu eigenlijk nagestreefd wordt. Aan de Reviewcommissie wordt gevraagd of de voorgestelde maatregelen voldoende zijn om de instandhoudingsdoelen (lees verbeterdoelen) te realiseren. Hier belandt de commissie in een onmogelijke positie: als de verbeterdoelen niet duidelijk zijn gedefinieerd, kan de commissie niet zeggen of iets voldoende dan wel onvoldoende is.’ Wat voor de commissie geldt, dat geldt ook voor de visserij na Vibeg. Zelfs toepassing van het voorzorgprincipe is bij Imares gebaseerd op onkunde: men weet het niet en speelt dáárom maar de zwarte piet toe aan visserij om toch ‘iets’te doen.

 

De eendenlokkers van Imares

 

Volgende voorbeeld van procedurekampioen de zwarte zee-eend schetst dit probleem. De voor bodemberoerende visserij gesloten gebieden 1 en 2 werden aangewezen door een selecte groep Imares-mensen. Waarbij eendendeskundige Mardik Leopold van Imares er uit springt op de workshop van 24 november 2010 in Den Helder. De overheid heeft zijn aanwijzingen in belangrijke mate overgenomen voor gebied 1. Dat toont het verslag van de workshop en de kaartbeelden van het op deze workshop volgende Wijzigingsbesluit van het Ministerie van ELI.

Belangrijke reden voor aanwijzing van volledig gesloten gebied 1, is bescherming van wintergast de zwarte zee-eend in habitat H1110B. Dit millennium zien Mardik Leopold en bevriende vogelaars van Coalitie Wadden Natuurlijk tijdelijk minder zee-eenden overwinteren in Nederlandse wateren. Dit ervaren zij als probleem en dus onze overheid ook. Het Wijzigingsbesluit van het Ministerie van ELI wenst uitbreiding van visserloos gebied naar -20 NAP-dieptelijn. Dat zou aansluiten op de wensen van deze eend, omdat die ‘tot die diepte kan duiken’. Met meer visserloos zee-oppervlak zou iedere winter weer een Nederlandse winterpopulatie eenden terugkeren van op de kop af 62600 eenden. Volgens Imares en de overheid dan.

Waar zijn de eenden nu gebleven? In andere Imares-rapporten uit 2007 schrijft Leopold ‘dat veel“Nederlandse” eenden onze kustwateren verruild hebben voor andere overwinteringslocaties’. Ze zijn verhuisd, zoals deze wintergasten van nature vaker doen. De wereldpopulatie bedraagt volgens Birdlife International meer dan anderhalf miljoen zwarte zee-eenden en kent volgens IUCN de laagste beschermingsgraad dankzij die enorme omvang. Die eenden overwinteren jaarlijks op wisselende plaatsen, verspreid over het gehele Noordelijk Halfrond tot voor de kust van West Afrika. Visserijloos oppervlak lijkt dus geen doorslaggevend wintereenden-lokmiddel, gezien de ruimte die de eend al benut.

Vijftig jaar vogeldata van SOVON-ecoloog Bruno Ens tonen dat populaties van nature sterk in aantal wisselen per land, zonder dat de oorzaak bekend is. Wat de eend betreft, deze staan er om bekend zélf hun voedsel, schelpdierbanken snel uit te putten, om dan verder te trekken, om dan plots elders massaal op te duiken. Ook mét zeereservaat trekken ze dus weg. Bovendien is 20 meter de máximale duikdiepte, de gangbare duikdiepte ligt tussen 3 en 15 meter volgens Kaiser et al in Ibis 2006.

 

Europese eendencrisis

 

De bewering van Leopold/onze overheid is nu blijkbaar dat de Zwarte zee-eenden in Nederland alleen spisula eten, en dat verdwijning van de spisula de eend deed verhuizen. Al meldt Kaiser dat de eend in de wereld buiten Nederland wel 30 schelpdiersoorten eet. In andere publicaties probeert Leopold de visserij de zwarte piet toe te schuiven van spisula-verdwijning, door zijn belangrijke financier Rijkswaterstaat en haar zandsuppleties vrij te pleiten.

De enige reden waardoor Leopold met collega Martin Baptist een belangrijke Imares-broodheer kan vrijpleiten is echter statistisch: hij gebruikt een te korte tijdreeks van slechts 5 jaar. Terwijl de suppleties veel langer en intensiever doorgingen. En uit studies in de jaren ‘90 rond Terschelling bekend is dat die zandsuppleties schelpdieren begraven. En dat die suppleties sterk toenamen in exact het zelfde decennium dat die zee-eend naar het buitenland verkastte.

Gebruik van een langere tijdreeks zou zéker een sterker verband vinden. Het is, net als in vorige aflevering weer moeilijk hierin geen opzet te zien. Omdat Baptist en Leopold zo Rijkswaterstaat statistisch vrijpleiten blijft er volgens hen één andere verdachte over, onder het motto: als buurman de buurvrouw niet vermoordde zal het overbuurman Josef K. de visser wel zijn. Zijn enige bewijs is dus een zogeheten residual explanation, één van dé basiskenmerken van halfzachte boterwetenschap.

Laten we de overheidsvoornemens dus samenvatten. De eend is tijdelijk verhuisd naar andere wintergebieden. De overheid/Imares wil een historisch bepaald eendenquotum halen, door eenden terug te lokken van de rest van het Noordelijk Halfrond. Dat doet zij via creatie van een visserijloze zone. Daar snelt de eend dan naar toe samen met op de kop af nog 62599 collegae, zwaaiend met oranje vlaggetjes omdat hij hier tot 20 meter diep kan duiken.

Dit roept enkel vragen op. Waarom kiest Nederland voor de maximale duikdiepte, als -15 NAP eerder ook goed was en het aspect ‘oppervlak’gunstig werd beoordeeld? Is dat om eenden buiten de suppletiezone te lokken? En waarom zou visserijloos gebied plots eenden lokken, terwijl eend en visser al eeuwen naast elkaar leefden? Wat gaat onze overheid doen als dit quotum niet wordt gehaald nadat visserij is weggejaagd? Gaan we folders uitdelen aan buitenlandse eenden en ze uitleggen dat er niets gaat boven Groningen?

En dan de onderlinge afstemming met EU landen… Gaan we eenden waarschuwen vooral niet naar Duitsland en Denemarken te vliegen? In onze buurlanden is deze eend namelijk populair jachtwild. En als wij buitenlandse eenden hebben weggelokt, moeten buurlanden ze dan weer bij ons vandaan lokken om aan Natura 2000 te voldoen? Dan krijgen we nog een Europese eendencrisis. Kortom, Nederland verwart natuurbeleid met absurditeit en de overheid maakt het zo moeilijk haar nog serieus te nemen.

 

Vroeger was alles beter, maar welk ‘vroeger’?

 

De capriolen van Leopold vormen maar één kers uit de ecologisch absurde Imarestaart van Natura 2000. Even problematisch is het werk van Jak, Witbaard en Lindeboom, zoals de reviewcommissie al vaststelde. Dit werk vormt het hart van de Natura 2000-aanklacht tegen visserij, die tevens haar veroordeling is. Op basis hiervan formuleert Imares en daarmee de overheid ‘hersteldoelen’.

Herstel impliceert een terugkeer naar ‘vroeger’ toen alles beter scheen te zijn.

Terwijl de enige constante aan natuur haar veranderlijkheid is. Het huidige Wad ontstond pas na de stormvloed van 1164, zo vermeldt de Bosatlas. Dus ‘herstellen zoals het was’ betekent inpoldering. Welk ijkpunt is kortom ‘goed’? Vele kleinschalig vissende nobele wilden in berenvel met Stichting de Noordzee-keurmerk, kunnen samen meer impact hebben dan enkele moderne vissers. Dit uitgangspunt ruikt dus naar anti-moderne ideologie.

De Imaresrapporteurs lijken ook in te zien, dat zij voor een onmogelijke taak staan: De overheid adviseren over een natuur zoals deze ‘hoort’te zijn, terwijl ze die zelf niet kunnen omschrijven. Zelfs de beste data- die van vogels- worden nog maar sinds de jaren zeventig vorige eeuw op enigszins systematische manier verzameld. Hoe lossen Jak en Lindeboom dit data en referentieprobleem op? Met retorica. Eerst bewijzen zij lippendienst aan de enige constante van de natuur: verandering. Daarbij citeren zij Reise. Historische referenties zijn slechts ‘schimmen uit het verleden’, een quote die Han Lindeboom ook gebruikt bij zijn inauguratie als Wagenings hoogleraar in 2008.

Twee alinea’s verder zijn deze ‘schimmen’ bij Jak, Witbaard en Lindeboom toch weer wél goed bruikbaar. Een beetje wel en niet, zullen we maar zeggen, afhankelijk van de smaak van de auteurs. We treffen als schets van hoe de natuur ‘hoort’te zijn voornamelijk verwijzingen naar eigen werk, zoals de Ecologische Atlas van de Noordzee uit 2008 van Lindeboom et al. Deze atlas waarschuwt bij het begin echter dat de gegevens niet geschikt zijn voor gebruik bij beleid: te onbetrouwbaar.

Welke gegevens zijn dan wel bruikbaar? In Natura 2000 duikt het jaartal 1900 op, alle dieren die hierna zijn waargenomen tellen mee. Bij navraag blijkt dat Lindeboom zich voor een historisch ijkpunt verlaat op kleurplaten van Olsen uit 1883. Daar hebben we het ‘vroeger’te pakken, toen alles beter was. Laten we eens aannemen dat deze kleurplaten wél betrouwbare referenties zijn. Objectief gezien zou je bij consequent toepassen van dit arbitraire ijkpunt 1883 de grijze zeehond dienen uit te roeien. Volgens een publicatie van Wim Wolff van de Natura 2000-reviewcommissie bestaan alleen fossiele vondsten van grijze zeehonden vóór 1500.

Een zelfde constatering geldt voor de eidereend, die hier pas sinds 1906 broedt. Volgens Wolff’s publicatie bestaan van de eidereend- alweer populair jachtwild in Duitsland en Denemarken- hier géén historische vondsten van de afgelopen duizenden jaren. Het proefschrift van Thomas Kjaer Christensen beschrijft dat de eend hier en in Duitsland en Denemarken voor de negentiende eeuw ook geen wintergast was, hij kwam vanuit het noorden gewoon zuidelijker leven. Waarmee bij consequent gebruik van ijkpunt 1883 ook natuurdoelen voor deze eend vervallen: hij is dan zelfs exoot. Dit ijkpunt geldt dus alleen als het de auteurs zo uitkomt.

 

Van twee walletjes eten

 

Veel ijkpunten uit Natura 2000-profielendocumenten zijn bepaald op de aantallen individuen, die in de jaren tachtig en vroege jaren negentig vorige eeuw voorkwamen. Waarom? Omdat toen Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn in werking traden, én omdat vóór die tijd de nauwkeurigheid van gegevens snel keldert. Dat is dus een juridisch-politieke reden én een gebrek aan kennis bij Imares. Beide motivaties, politiek en onkunde kun je geen ecologische onderbouwing noemen.

Terwijl die keuze vanuit politieke redenen voor dat ijkpunt- de tachtiger jaren - juist weer enorme ecologische gevolgen heeft. Immers, in de jaren tachtig waren Wad en Noordzeekustzone een geheel ander en productiever ecosysteem dankzij de grootschalige eutrofiering met voedingsstoffen als fosfaat en stikstof uit de Rijn. Als we terug moeten naar het milieu van het Wad en Noordzee uit de jaren tachtig, moet ook de fosfaat- en stikstofkraan vanuit de Rijn/IJsselmeer weer open. Echter volgens IBN 2015 moet de toevoer van voedingstoffen nóg lager dan zij nu al is.

Imares-auteurs tonen dat financiering door de overheid doorslaggevender is voor hun conclusies dan basale biologie. Zij kiezen hier weer voor een ideologisch-politieke benadering door de eutrofiering categorisch als ‘vervuiling’te kwalificeren die afbreuk zou doen aan een niet gedefinieerde ‘kwaliteit’. Dat moet dankzij de Kaderrichtlijn Water. Terwijl basale biologie dicteert dat je niet een ecosysteem uit de jaren tachtig kan krijgen zonder ook de zelfde milieuomstandigheden te simuleren.

Nog een voorbeeld van de vele tegenstrijdigheden bij Imares. De grijze zeehond-populatie groeide exponentieel sinds zijn Nederlandse vestiging in de jaren tachtig. Toch mag deze exponentiele toename volgens Imares nog geen gunstig teken heten voor habitat H1110 waarin hij leeft. Maar de aanname onder andere hersteldoelen is juist weer, dat je wél aan trends in aantallen kunt lezen wat de gebiedskwaliteit is. Immers, wij moeten het succes van gesloten gebieden 1 en 2 aflezen aan het aantal zee-eenden dat straks is weggelokt uit buitenlands zeewater. Trends in aantallen zijn dus tegelijk wél en niet bruikbaar. Wanneer wel of niet, dat bepaalt de smaak van de auteurs.

 

Natura 2000: een verspeelde kans

 

Men winkelt bij Imares dus selectief, afhankelijk van welk standpunt van pas komt. Met ecologie heeft dit weinig van doen. De rode draad bij Imareswerk is het verhullen van incompetentie, onkunde en meervoudige agenda’s. De overheid moet daarom niet pretenderen dat ‘De’wetenschap de visserij geen ander alternatief biedt dan Vibeg. Imares gelijkstellen met ‘De’wetenschap is een belediging voor academici die wél intellectuele eerlijkheid zijn toegedaan.

Wat zien wij wel? Een select clubje Imares-auteurs en hun geestverwanten bij fondsenwervende lobbyclubs, die Natura 2000 voor andere agenda’s gebruiken. Dat de afwijkende Nederlandse invulling met het doorduwen van visserijloze zeereservaten ‘van Europa moet’is namelijk een zuivere leugen. EU Milieu-commissaris Stavros Dimas stelde nog in 2008 dat het een ‘hardnekkig misverstand’zou zijn dat met Natura 2000 de gebieden ‘op slot’zouden gaan. Visserij zou, net als jacht en landbouw gewoon doorgang kunnen vinden.

De zeereservaten komen uit Ospar 1997, en kwamen daarin verankerd door de lobby van de fondsenwervende multinational Wereldnatuurfonds.Nu kiest de overheid er dus voor om fondsenwervende bedrijven met hun primitieve ideologie de baas te laten spelen. Terwijl de visser de taal van de natuur spreekt, kan hij met deze ideologie nooit werken. Met deze handelwijze verspeelt de overheid dus haar legitimiteit.

Natura 2000 had een prachtige kans kunnen zijn voor mens en natuur. Gesteund door datagedreven visserijbiologen- zoals bij het ouderwetse RIVO werkten- en toetsbare beheersafspraken zonder ideologie, zou juist de visserman een wetenschappelijk verantwoorde beheerder zijn van de zee. Misschien wel meer dan door Postcodeloterij en subsidies vetgemeste ideologen, die hun daadkracht adverteren in glossy dierenmagazines. De ecologische Nimby-benadering van fondsenwervende lobbyclubs verplaatst de visserij enkel buiten het zicht van hun donateurs. Want de vraag naar visproducten blijft toch wel groeien.