Landbouwinnovatie zit Wageningen niet meer in de genen



Meer intensieve landbouw met meer oogst per hectare is goed voor de natuur


20 november 2011

Negen miljard mensen, op dat hele kleine stukje aarde dat in 2050 voor landbouw geschikt is. Hoe voedt je die? Op het congres voor Wageningse afgestudeerden ‘How to feed our World in 2050’ op 10 november streden twee kampen in de discussie om de eer, de ecologische gezindte en de techneuten. ‘We hebben een ecologische dictator nodig’.

De wereldvoedselorganisatie FAO lanceerde in 2008 het schotschrift ‘How to feed our World in 2050’. Net toen wereldvoedselprijzen piekten dankzij de vraag naar biobrandstoffen, gooiden FAO-wetenschappers de knuppel in het hoenderhok. De magie van de ‘Groene Revolutie’- de explosie in landbouwopbrengst per hectare sinds de jaren ‘60’ (zie kader) zou zijn uitgewerkt. ‘De groei in opbrengst per hectare van belangrijke graangewassen daalde van 3 procent in de jaren ’60 naar 1,3 procent in 2000’, stelde de FAO.

Zonder nieuwe investering in landbouwkennis in ontwikkelingslanden zou de bevolking sneller groeien dan de landbouwproductie ‘Bij toenemende trends in de teelt van biofuels, kan het aantal ondervoedde kinderen in Azie en Afrika 3 miljoen groter zijn dan nu’, schreef het FAO. Voedsel moest prioriteit één worden, en alarm slaan werkte. Niet ‘de klimaatverandering’domineert nog langer de internationale beleidsagenda maar voedselveiligheid, zo bevestigt programmadirecteur Andrew Wardell van landbouwconsultants-organisatie CGIAR.

Maar hoe moet een eventuele nieuwe Groene Revolutie er uit zien? Landbouwwetenschappers als Derek Tribe stelden in 1994 al dat simpelweg ‘oppimpen’van gewassen niet voldoende meer is. In wetenschapsblad Nature van 16 oktober ‘Solutions for a cultivated planet’, gaven ecologen als Jonathan Foley een indruk.‘We staan voor één van de grootste uitdagingen van de 21ste eeuw, de groeiende voedselbehoefte van meer mensen vervullen en tegelijk de milieudruk verminderen’.

 

Hoe doe je dat? Het Wageningse Congres ‘How to Feed the World in 2050’, kopieerde de titel van het FAO-schotschrift. Zij liet 10 kandidaten opdraven die ooit studeerden of promoveerden in Wageningen, om voor de zaal hun ‘wereldreddende’voorstel over voedselvoorziening te presenteren. Ongeveer 350 Wageningse alumni stemden via twitter en SMS op het winnende voorstel.

In de zaal kwamen opnieuw de twee uitersten bovendrijven die al 40 jaar strijden om ‘de’oplossing bij voedselvoorziening. De ecologen /milieuactivisten en de technocraten. Via publiekscommentaar –via SMS geprojecteerd op een scherm tijdens de voordrachten- als ‘we hebben een dictator nodig met ecologische kennis’, ‘Voedsel is veel te goedkoop’of ‘Verbied vleeseten’ bleek waar de meeste Wageningse sympathie lag: de ecologische kant.

Het milieukamp ziet groeiende bevolking en consumptie als centraal probleem. De mens zou een vaststaande ‘ecologische draagkracht’overschrijden, die te berekenen zou zijn. De enige ‘echte’oplossing is dus minder mensen en minder consumptie. Aan de andere kant staan traditioneel de techneuten, die met verdere plantveredeling en kennisinvestering de grenzen verleggen van wat ecologisch mogelijk is.

De eerste Groene Revolutie gaf de techneuten deels gelijk, meer opbrengst per hectare spaart juist landoppervlak (zie kader). Maar ergens ligt een grens, en de ‘nog meer opbrengst per hectare-benadering’ keldert in populariteit zo bleek in Wageningen.Van de 10 Wageningse voorstellen, was alle geloof in hardcore-techniek samengebald in één Chinees: biotechnoloog Sanwen Huang. Hij promootte zich als ‘derde generatie plantenveredelaar’, die met beter zaad 50 procent meer oogst wil halen.

‘De eerste generatie plantenveredelaars bestond uit boeren, die na eeuwen selectie het beste gewas vond’, toont hij. ‘De tweede generatie plantveredelaars die de Groene Revolutie veroorzaakte, werkte 10 jaar om een betere aardappel of tarwesoort te krijgen.Via de genomics-weg kan je de proeftijd naar productiever gewas verkorten tot 1 jaar.’

De Chinezen werken nu aan een nieuwe rijstvariant 3.0 via gentech, die ook bij warmte en droogte hoge opbrengsten geeft. De Chinees-Wageningse genomics viel echter niet in goede aarde bij de 350 Wageningse alumni. Slechts 3 procent van de stemmen gingen naar Huang’s superrijst en Chinees-Wageningse plofaardappelen. Wie de highscore kreeg? Een gepensioneerde chemicus, Hans Lyklema streek 30 procent van de stemmen op en donderend applaus, met zijn pleidooi voor ‘consuminderen’ volgens de wetenschappelijk omstreden Ecologische Voetafdruk.

 

Minder eten en minder oogst is geen boodschap voor de 1 miljard wereldburgers, die nog regelmatig ondervoed zijn. Dat toonde de Ethiopische landbouwprof Admasu Tsegaye in Wageningen bij zijn voorstel, om voor 2015 de Ethiopische landbouw een ‘grote sprong voorwaarts’te geven. ‘We willen de associatie tussen honger en Ethiopië wissen uit het collectief geheugen. De opbrengst in Ethiopië ligt nu op 2 tot 3 ton per hectare, onze modelboerderijen leveren nu 8 ton. Voor 2015 moeten alle bedrijven daar op zitten.’ Geen punten.

In die ambitie om de oogst op te voeren, vinden de Ethiopiërs niettemin steun uit de milieuhoek. Het Nature-artikel van Jonathan Foley, stelt namelijk voor om het milieu te redden met meer oogst. Hij borduurt voort op een begrip, dat ook al de hoofdrol speelde in de FAO-notitie uit 2009 ‘Can Technology Deliver the Yield: de ‘yield gap’. Het oogstgat, is het verschil tussen opbrengst per hectare die nu al technisch mogelijk is, en de daadwerkelijke oogst in een probleemregio. Honger is ook in technisch opzicht een verdelingsvraagstuk. Juist in arme landen komt de benodigde landbouwtechniek onvoldoende bij de mensen die daar het meeste van zouden profiteren.

Volgens Foley’s analyse is het dichten van die yield gap rond de evenaar één van dé middelen. Meer opbrengst per hectare, verkleint de behoefte aan nieuwe landbouwgrond. ‘Als ergens in de wereld het landbouwareaal groter wordt is dat in de tropen, waar 80 procent van nieuw agrarisch land ten koste gaat van bossen. Deze uitbreiding is zorgelijk, en verantwoordelijk voor 12 procent van de mondiale CO2-emissies.’

Zijn doelgebieden voor meer oogst zijn Afrika, Zuid Amerika en Oost Europa. Een combinatie van plantenveredeling en beter management moet spectaculaire verbetering kunnen brengen voor mens en milieu. Met precisielandbouw zou kunstmestgebruik verminderen, iets dat in Nederland overigens al gebeurt: ‘Onze analyse toont, dat wanneer je de oogst brengt tot 95 procent van wat nu technisch mogelijk is, dit voor 16 gewassen een 58 procent grotere opbrengst kan geven mondiaal. Zelfs als je maar 75 procent van wat nu technisch mogelijk is zou benutten, komen we op een 28 procent verbetering.’

Dus buiten Wageningen hebben de plantveredelaars en milieuactivisten elkaar wel gevonden in een oplossing voor 2050.

 

////Kader

 

Groene Revolutie 1.0

 

De Groene Revolutie is de populaire naam die in de jaren ’70 werd gegeven aan het succes van de landbouwwetenschap sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat ontstond dankzij plantveredelaars als Nobelprijswinnaar Norman Borlaug. Met zijn ‘Wheat Improvement Project’ in Mexico verzevenvoudigde de tarweoogst in Mexico tussen 1943 en 1968. Zo kon het land qua voedsel zelf de broek ophouden. Met decennialange proeven slaagde hij in de kweek van ‘supertarwe’met korte halmen die dikkere aren kon dragen, Opbloeiend bij veel kunstmest en gewasbescherming.

Zijn onderzoek sloeg als kennisvirus over naar India en andere ontwikkelende landen met veel ondervoedde bevolking. Zij startten vergelijkbare projecten met vergelijkbaar succes in voedeslvoorziening. In Azië groeide door nieuwe landbouwtechniek de opbrengst met 130 procent vanaf de jaren ‘70. Terwijl de bevolking met 1,8 miljard zielen toenam tussen 1970 en 1994, groeide zo tegelijk de hoeveelheid beschikbaar voedsel per hoofd van de bevolking. Die bevolkingsgroei is ongeveer evenveel als de sprong van 7 miljard nu naar 9 miljard in 2050.

 

Meer landbouw met minder oppervlak

 

Van het mondiale landoppervlak buiten woestijnen, ijsvlaktes, bergen en toendra’s wordt ruim 30 procent gebruikt voor landbouw en veeteelt. Meer ontginning kan een ecologische ramp betekenen. Maar kennis knipt de relatie tussen grondgebruik en voedselbehoefte door. Zo blijft meer land over voor bos, natuur, steden en andere functies.

Dankzij toepassing van betere landbouwkennis daalde mondiaal het tarwe-areaal met 3,6 procent tussen 1985 en 2005 terwijl de opbrengst met 29 procent groeide. Jonathan Foley schrijft in Nature van 16 oktober dat de opbrengst van 147 gewassen tussen 1985 en 2005 met 28 procent toenam. Tegelijk groeide het agrarisch landoppervlak met 3 slechts procent, vooral in de tropen. In Europa krimpt de hoeveelheid landbouwgrond al decennia.

In China nam het landoppervlak voor tarwe-oogst in de jaren ’80 juist met 3 procent af, terwijl de tarwe-opbrengst met meer dan 30 procent groeide. Momenteel zou volgens Foley slechts 60 procent van de gewassen nu als menselijke consumptie eindigen, de rest is voor diervoeders en biofuels.