Waar is de warmte gebleven? (publicatietitel: De IJsbeer en andere fabels)



Groenland aan de Friese kust winter 2012.


22-10-2012

Temperatuurmetingen van het Britse Met Office (Britse KNMI) tonen dat op het land mondiaal van 1995 tot 2012 géén (statistisch significante) extra opwarming plaatsvond. Maar de blauwe planeet laat zich niet in zulke korte meetreeksjes vangen.

 

De wereld fietst al 17 jaar op een warm plateau, zo blijkt uit de mondiale meetreeks van landtemperatuur van het Britse KNMI, the Met Office. Dat meldde de Daily Mail waarna ook vele Nederlandse media het overnamen. De opwarming is afgevlakt, na 17 jaar omhoog te klimmen met meer dan een halve graad sinds 1978. Eerder, in de jaren ’60 en ’70 koelde de wereld nog licht af. Netto tikken we sinds 1850 ongeveer af op 0,8 graden temperatuurstijging.

Die eerste 17 jaar opwarming vanaf 1978 maakte veel los. In december staat alweer de 18de mondiale klimaatconferentie van de Verenigde Naties voor de deur, in oliestaat Qatar.Vele vierkante kilometers krantenpagina werden er over volgeschreven. En de uitstoot van CO2- het gas in champagnebubbels dat ook bij verbranding vrijkomt- blijft ondertussen vrolijk doorstijgen met dank aan de Chinezen.

De bron van het ‘nieuws’ was echter de klimaatsceptische denktank Global Warming Policy Foundation van beleidswetenschapper Benny Peiser. Zij kozen ‘geheel toevallig’de enige meetreeks tot 2012 die géén opwarming laat zien, en speelden die door naar de Daily Mail. Er zijn nog 3 meetreeksen van landtemperaturen, zoals van de Nasa. Wie graag wil dat de aarde opwarmt, kan dus opgelucht adem halen.

Drie andere reeksen laten namelijk wél opwarming zien van 1995 tot 2012. Maar nog altijd 2 tot 4 maal minder dan klimaatmodellen voorspelden. Computermodellen die het IPCC van de Verenigde Naties gebruikt, berekenden dat de temperatuur dankzij extra CO2 met een kwart tot een halve graad per decade zou moeten stijgen, tot 6 graden over een eeuw. Het klimaat kan dus minder gevoelig zijn voor dit ‘broeikasgas’ dan gedacht. Voor de meeste mensen is dat goed nieuws.

 

Een probleem is nu dat de 22 klimaatmodellen die het IPCC gebruikt vooral zijn geijkt op temperatuurmetingen op land, zoals van het Met Office. Ze kregen van 1978 tot 1995 een goeie ‘fit’met de temperatuur, berekening en meting liepen gelijk op. Dat lukte alleen met de aanname dat het klimaat gevoelig is voor toevoeging van CO2, het roemruchte broeikasgas. Maar met landtemperaturen- een klein deel van de aarde- meet je niet hoeveel warmte de blauwe planeet netto opneemt.

Aartssceptici stellen dat de temperatuurmetingen op land – die ook de Met Office gebruikt- te vervuild zijn om te gebruiken. Immers, in de afgelopen eeuw werden steeds meer meetstations omringd door steden. In stedelijke omgeving is het warmer: je kunt daardoor eerder in Waterland schaatsen dan op de grachten.De Nederlandse klimaatwetenschapper Jos de Laat van het KNMI publiceerde al een studie waaruit blijkt dat het ‘stadseffect’een rol moet spelen bij modern waargenomen temperatuurstijging op het Noordelijk Halfrond in afgelopen eeuw.

Critici van het IPCC stellen daarom dat je met satellieten betrouwbare temperatuurmetingen kunt doen voor klimaat. Die meten een groter deel van de atmosfeer, dan alleen dat kleine laagje boven land waar menselijke activiteit direct invloed heeft. De klimaatwetenschappers John Christy en Roy Spencer van de Universiteit van Alabama verzamelen sinds 1979 die temperatuurdata uit 11 satellieten. Die satellieten meten nu wel degelijk opwarming. In september zat de temperatuur nog 0,36 graden boven het gemiddelde tussen 1981 en 2010. Zij meten een opwarming van ongeveer 0,1 graad per decade.

De échte klimaatpuristen nemen ook met die satellieten geen genoegen. Want waarom de luchttemperatuur nemen op onze blauwe planeet, als het de oceanen zijn die 90 procent van alle warmte opnemen? Eén van hen is Roger Pielke senior, klimaatwetenschapper van de Universiteit van Colorado. Die landtemperatuur geeft maar een klein deel weer van de aarde, en wordt mee beinvloed door directe menselijke activiteit : gebruik daarom de warmte-inhoud van de oceaan, ocean heat content.

Er is mondiaal een steeds groter netwerk van boeien, Argos dat de warmte in de oceaan meet in de waterlagen tussen 0 en 700 meter, en tot 2000 meter. Een nieuwe studie van Levitus et al in Geofysical Research Letters deed dit in april. Zij maten van 1955 tot 2010 een opwarming van het oceaanwater tussen 0 en 700 meter van 0,18 graden. Die opwarming is minder dan de helft van wat klimaatwetenschappers als James Hansen van de Nasa eerder voorspelden.

 

De modellen zaten dus een korte tijd – 17 jaar- goed om de verkeerde reden. Wetenschappers worstelen intern al langer met het haperen van de klimaatmodellen: Eén van de beroemdste quotes uit de Climategate-emails- de gehackte emails van een toonaangevend Brits klimaatinstituut in 2009- geeft de frustratie weer van een klimaatonderzoeker met hoofdrol in het klimaatpanel IPCC van de Verenigde Naties: ‘We kunnen het gebrek aan opwarming niet verklaren, en het is een bespotting van onze onderzoekskwalititeiten dat we dat niet kunnen’.

Verschillende kunstgrepen werden al bedacht om te verklaren waarom de aarde koeltjes weigert te doen, wat het IPCC voorspelde; van Chinese stofdeeltjes tot ‘natuurlijke variatie’ en mysterieuze kantelpunten. Misschien verricht het GWPF hier voor Jan Publiek dan toch een goede daad, door de metingen van de Met Office te openbaren. Het legt de vinger op een zere plek in klimaatonderzoekersland: waarom wil je wél aannemen dat 17 jaar opwarming na 1978 alleen door CO2 moet komen. Maar als die opwarming in een zelfde tijdsperiode afremt terwijl China wekelijks een nieuwe kolencentrale bijplant, is de natuur plots de hoofdoorzaak? Dan kon die tijdelijke opwarming net zo goed door de natuur komen.

De orthodoxe stroming in klimaatonderzoeksland heeft dus steeds meer uit te leggen.

 

 

 

///

Kies uw eigen opwarming

De bron van het koel stemmende nieuws in de Daily Mail is de Global Warming Policy Foundation (GWPF). Het GWPF is opgericht om het Britse klimaatbeleid te bekritiseren dat volgde uit de Climate Change Act. Natuurlijk zit er dus een addertje onder het gras. Je kunt- afhankelijk van je politieke standpunt- je favoriete temperatuurreeks kiezen.

Wil je een temperatuurstijging zien en mensen overtuigen dat CO2 dé belangrijkste drijver is van aardopwarming: laat je meetreeks beginnen in een koud jaar 1993 – toen een Fillipijnse vulkaanuitbarsting het klimaat koelde- en eindigen in het relatief warme 2010. Dat is ook 17 jaar. Als je koud begint en warm eindigt, zie je een stijging, die beter past bij wat klimaatmodellen voorspellen die uitgaan van een klimaat dat gevoelig is voor CO2.

Het GWPF kiest de meest recente reeks van 17 jaar: die begint in het warmere 1995 en eindigt in het koelere 2012. En dan krijg je een plateautje.

Het hete hangijzer in het klimaatnieuws, is dus niet afkoeling of opwarming. Maar dat temperatuurmeetreeksen zo kort zijn dat een paar warme of koude jaartjes al invloed hebben op ‘de trend’. Terwijl het klimaat door zowel natuurlijke als menselijke oorzaken op alle tijdschalen verandert, van decennia tot millennia. Haal daar maar dé oorzaak tussen vandaan, wanneer je als wetenschapper in enkele jaren moet publiceren.

 

Temperatuur weer als raket omhoog?

Eén van de eerste klimaatmodellen die het klimaatpanel IPCC van de Verenigde Naties gebruikte, werd ontworpen door James Hanssen van ruimtevaartorganisatie Nasa. Hanssen bedacht de term ‘broeikasgas’ en stond aan de basis van de oprichting van klimaatpanel IPCC in 1988. Volgens hem konden snelle temperatuurstijgingen na de IJstijden niet alleen worden verklaard door zonnestraling, of een andere stand van de aardas: er moest een soort trampoline zijn die de temperatuur na koudeperioden versneld deed stijgen. Volgens hem was dit CO2, het gas dat Venus zo warm houdt. Bij opwarming komt dit vrij uit de oceaan, en met een verschil van 800 jaar zou de aarde zo extra opwarmen.

Hanssen ontwikkelde in 1988 één scenario C waarin werd rekening gehouden met ‘drastische CO2-reductie tussen 1990 en 2000’. Met soort mondiale ‘cold turkey op fossiele brandstof zou de voorspelde temperatuurcurve afvlakken. Deze afgevlakte curve komt overeen met de temperatuur die satellieten én de Met Office nu meten. Terwijl de Chinezen de Verenigde Staten ondertussen inhaalden in jaarlijkse CO2-productie.

Van ‘Global Warming’is de nadruk binnen het IPCC meer komen liggen op ‘extreem weer’: extremen zouden nu een waarschuwing zijn dat de aarde op een ‘kantelpunt’zit. Er zou nu een onstabiele pauze bestaan, waarna de temperatuur weer als een raket omhoog schiet. Maar bewijs hiervoor is omstreden.