Misleid over biodiversiteit



december 2015

 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) manipuleert de nationale natuurboekhouding, zo toont onderzoek met beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB), gebundeld in het onderzoek ‘Sjoemelnatuur’ dat Rypke Zeilmaker publiceert. Zo schetst het een door beleidsmakers en natuurclubs gewenst beeld van eeuwenlange achteruitgang tot ’15 procent’, met plots herstel dankzij natuurbeleid. Dat beeld is vals.

 

 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is de wettelijk aangewezen natuuradviseur van de staatssecretaris van Economische Zaken. Tot voor kort riepen natuur- en milieuclubs jarenlang op gezag van PBL dat het bergafwaarts bleef gaan met onze natuur. Nederland zou sinds het jaar 1700 de natuur hebben verpest, 85 procent biodiversiteit zou zijn verdwenen. Met de ‘resterende biodiversiteit’ van 15 procent eindigde Nederland in 2012 nog in een PBL-ranglijst als ecologische hekkensluiter in de Europese Unie.

Het treurige rapportcijfer dat Nedernatuur volgens PBL scoort-15 procent- behoort al jarenlang tot het campagne-DNA van natuur- en milieuclubs. De Taskforce Biodiversiteit waarmee Hans Alders bedrijven vergroent, gebruikt het lage natuur-rapportcijfer van Nederland voor de noodzaak van natuurbeleid. Ook media citeren het continue. Niemand stelde de vraag, wat dit PBL-getal nu eigenlijk verbeeldde.

Biodiversiteit is normaal gesproken de samentrekking van ‘biologische diversiteit’. De meeste wetenschappers doelen met die term op twee zaken: De soortenrijkdom en de populatiegrootte.

Het door PBL geschetste verlies werd door de meeste partijen- inclusief PBL- vaak gepresenteerd als verlies in soortenrijkdom. Natuurmonumenten legt het door het PBL geproduceerde verlies aan PBL-biodiversiteit uit als verlies van soortenrijkdom in campagne-documenten.

Volgens hen zijn er dus 15 procent van de in 1700 aanwezige soorten overgebleven. ‘Alleen Malta doet het slechter,’ stelt Natuurmonumenten. De 15 procent van PBL geeft een concreet getal, aan een oude mantra van natuurorganisaties: vroeger was alles beter. Geef ons geld, en wij ‘herstellen’ vroeger.

 

Privileges
Die onheilsmarketing verschafte natuurorganisaties de afgelopen 25 jaar unieke privileges. Om rampspoed te keren, kocht de overheid met ingang van 1990 ongeveer 100 duizend hectare boerengrond op voor zogenaamde ‘natuurontwikkeling’, het maken van moeras. Dat is al 25 jaar de belangrijkste en kostbaarste peiler van natuurbeleid. Die boerengrond kwam grotendeels gratis in handen van voornamelijk 3 organisaties, waaronder Natuurmonumenten.

De overheid betaalt ook bij inrichting tot nieuwe natuur het gros van de rekening. Zo kreeg ‘particulier’ Natuurmonumenten sinds 2000 al 700 miljoen euro staatssteun. Maar Henk Bleker zette als Staatssecretaris voor natuur in Kabinet Rutte 1 die privileges plots op losse schroeven. Hij bezuinigde fors op het lopende natuurbeleid, en natuurclubs reageerden geschokt. De oude mantra ‘het blijft slecht gaan’ was uitgewerkt als rechtvaardiging voor natuurmiljarden.

En dan plots lijkt een wonder te gebeuren, wanneer kabinet Rutte 2 aantreedt en Sharon Dijksma de plaats van Henk Bleker inneemt. Het sinds 1990 ingezette beleid blijkt plots wel effect te hebben gehad en moet doorgezet. Dat bericht Dijksma de Tweede Kamer in september 2013 met haar eigen natuurnota ‘het Natuurpact’, een verbond tussen Rijk, natuurclubs en provincies die haar beleid moeten uitvoeren. Zij draaide 200 miljoen euro bezuinigingen op onder andere natuurontwikkeling weer terug. Natuurmonumenten bleef 40 tot 50 miljoen euro subsidies per jaar krijgen. En nog steeds betaalt de overheid nu weer 85 procent van de rekening bij grondaankoop.


De biodiversiteit-hockeystick van Dijksma

Het PBL publiceert gelijktijdig in september 2013 een nieuwe nationale natuurgrafiek in een hockeystickvorm, die deze bewering ondersteunt. We zien eerst de verkondigde neergang tot ’15 procent’ biodiversiteit. Maar dan plots vanaf 1990 is de vrije val geremd, ‘mede door natuurontwikkeling’. Zoals sectorhoofd Natuur Keimpe Wieringa van PBL stelt voor NRC Handelsblad: “…voor het eerst zien we nu dat de soortenrijkdom niet verder terugloopt”. 
Het Mirakel van Dijksma blijkt dan ook van gesjoemel met de natuurboekhouding aan elkaar te hangen. Zowel ecologische neergang tot 15 procent ‘biodiversiteit’, als het plotse ‘herstel door natuurontwikkeling’ vanaf 1990, beide zijn verzinsels. Dat blijkt na opvragen van de gegevens die PBL gebruikt via de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) En door de gegevens er bij te pakken van de echt bestaande natuur uit wetenschappelijke databases van biodiversiteit. Dus soort-inventarisaties die per land bestaan. 
Wat PBL alvast niet vertelde: de 15 procent ‘resterende’ biodiversiteit gaat alleen over de natuur OP LAND. Het getal is dus berekend zonder de natuur van Waddenzee, onze Delta en IJsselmeer. Uit soortinventarisaties blijkt verder dat Nederland op Europees niveau helemaal niet zo slecht scoorde op soortenrijkdom. Zo hebben wij met 1500 hoger plantensoorten alvast zes maal meer dan de Finnen. Terwijl Finland in het EU-ranglijstje van het PBL bovenaan eindigde als land met de meeste biodiversiteit.

Van uniforme achteruitgang van soortenrijkdom was op nationaal niveau afgelopen eeuw al helemaal geen sprake. Er kwamen netto 112 plantensoorten bij sinds 1900. Ook meldt de eerste Vogelatlas van Nederland uit 1979 de komst van 40 nieuwe broedvogelsoorten sinds 1900. Dus al voor 1990.Vergelijken we de totale soortenrijkdom van Nederland - 47.600 bekende soorten in 2010 - met andere landen van de Europese Unie, dan scoort Nederland eerder als middenmoter.

 

Geschiedvervalsing
De WOB-data bevestigen verder, dat PBL rekent met een zelfverzonnen ‘nep’-biodiversiteit. Die staat geheel los van soortenrijkdom in Nederland en is plooibaar naar persoonlijke voorkeur. Voor 1990 rekent PBL in het geheel niet met Nederlandse soorten en trends daarin. Na 1990 gebruikt PBL wel de gegevens van 457 door beleidsmakers gewenste soorten. Maar de rekenmethode van PBL maakt dat trends in die soorten na 1990 nauwelijks de grafiekvorm beïnvloeden. 
Niet trends in soorten, maar het areaal officieel natuurgebied op land- als percentage van Nederland- bepaalt hoe je ‘biodiversiteit’ scoort bij PBL. Ook het miraculeuze hersteljaar 1990 ontstaat niet door groei in soortenrijkdom of populaties van soorten. Maar door geschuif met landbouwhectares op papier.

Gegevens verkregen met de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) bevestigen dat de grafiekvorm ontstaat doordat PBL de landbouw-geschiedenis vervalst van Nederland vanaf 1900. Overal waar bij PBL landbouw verschijnt,- of dit nu in 1900 of 2000 is- daar verdwijnt pardoes 90 procent van alle ‘biodiversiteit’. Of het nu de bloemrijke weide van 1900 is of de raaigrasmonoculture van 2015. Het PBL voert een groei in landbouwareaal op van 28 procent in 1900 naar 76 procent in 1990. Daarna zet een daling van 10 procent in. Zo laat zij een ‘nep’-biodiversiteit vanaf 1900 met tientallen procenten dalen. En zo slaat in 1990 de daling plots om in herstel.

Data van CBS tonen dat het areaal landbouwgrond in 1900 al meer dan het dubbele was van wat PBL gebruikt En het landbouwareaal daalt al sinds 1950 in oppervlak.Geschiedsvervalsing bepaalt dus de vorm van de Nederlandse grafiek. We zien ons land al vanaf het jaar 1900 slecht scoren ten opzichte: met 44 procent nep-biodiversiteit (op land dus), bungelen wij zo onder Europa en de rest van de wereld. Die score daalt verder naar 15 procent in 1990.
 Hoe krijgt PBL de score zo laag? Naast gesjoemel met landbouwhectares, past PBL vele trucs toe om een gewenst beeld uit te dragen. Zo moffelt PBL ook natuuroppervlak weg. Wie de WOB-gegevens bekijkt, ziet dat PBL in 1900 bijna 1 miljoen hectare Nederlandse landnatuur verstopt in een soort Bermuda Driehoek. Dat doet in 1900 al tientallen procenten biodiversiteit doet verdwijnen. Ook zijn de grafieken van Europa en de wereld met andere methodes berekend dan die van Nederland. Maar PBL doet alsof dit het zelfde is.

Dus appels zijn peren bij PBL, omdat het allebeide fruit is. En Neerland’s fruit is het meest rot. Navraag bij de PBL-ecologen of dat wetenschappelijk door de beugel kan, levert van hen het volgende post-moderne antwoord: ‘Het PBL vindt van wel.’ Wij dienen PBL maar te geloven. Of dat geloof in zelfverklaarde deskundigen verstandig is laat ik graag aan de lezer over, die het rapport Sjoemelnatuur doorleest.

/////Kader

Heeft Rode Lijst wel ecologische relevantie?

De nieuwe mantra ‘ het natuurbeleid werkt’ na het aantreden van Sharon Dijksma als Staatssecretaris, werd plots vanuit meerdere aan de overheid gelieerde instituten verkondigd. Terwijl de officiële Rode Lijst voor bijvoorbeeld vogels en zoogdieren nog uit 2005 stamde, publiceerden CBS-onderzoekers resultaten van een ‘virtuele’ Rode Lijst uit 2013, jaren voordat de officiële zou verschijnen. Virtueel staat hier dus voor ‘voorbarig’.

Deze virtuele lijst hield het Ministerie van Economische Zaken achter. Dus vroeg ik deze ook op via de WOB. De pretentie van CBS is dat de lengte van de Rode Lijst kan fungeren als indicator voor natuurherstel. Dat noemen zij de RLI, Rode Lijst Indicator. Hoe langer de lijst- zo is de gehanteerde aanname- hoe meer soorten ‘bedreigd’ zouden heten, dus de RLI-lengte is dan groter. En een grotere RLI-lengte zou dan betekenen dat de natuur er slechter voor staat, een kortere zou duiden op natuurverbetering.

Dat is onjuist. De Rode Lijst kan bijvoorbeeld langer worden dankzij nieuwe vestiging van soorten. Zo werd de RLI bij vogels in 2004 langer door de succesvolle vestiging van 8 nieuwe broedvogels. Ook werden op de virtuele Rode LIjst van 2013 vele soorten in een lichtere categorie van bedreiging gezet, zoals bij de dwergstern, terwijl hun habitat juist nog steeds zeer kwetsbaar of bedreigd is. Van diverse soorten is de oorzaak van toe- of afname volledig onbekend.

De RLI heeft dan ook geen ecologische relevantie, maar resultaten worden zo wel gepresenteerd.

Zoals recent nog in een rapport van Vogelbescherming Nederland en Natuurmonumenten, en het Living Planet Report van Wereld Natuur Fonds. Hierin beweren zij plots ook- mede op gezag van PBL-en die Rode Lijst Indicator, dat een ‘voorzichtig’ natuurherstel zou plaatsvinden. Dankzij het beleid.