Geoliede Klimaatlobby



11-06-2016

Politiek wetenschapper en historicus Jacob Nordangård beschreef via netwerk-analyse hoe multinationals klimaatwetenschap en milieuclubs gebruiken tegen nationaal democratische belangen.

 

In kringen van milieu-activisten circuleert een populaire complottheorie. De olie-industrie betaalt zogenaamde ‘klimaatsceptici’. Die zouden vervolgens ‘twijfel zaaien’ bij Jan Publiek over de conclusies van het IPCC-klimaatpanel van de Verenigde Naties . En zo zouden zij klimaatbeleid frustreren. Dat schrijft bijvoorbeeld milieuconsultant Jan Paul van Soest in zijn breed aangehaalde boek ‘De Twijfelbrigade’ (2013). Van Soest zijn verhaal is een nationale variant op de complottheorie van historica Naomi Oreskes in ‘Merchants of Doubt’. Er zou een door de olie-industrie betaalde samenzwering bestaan tegen internationaal klimaatbeleid.

Het klinkt logisch dat de olie-industrie niet staat te juichen bij beleid dat- op papier- een einde moet maken aan het gebruik van fossiele brandstoffen. En dus stelde vrijwel niemand de vraag: stemt die theorie overeen met geschiedkundige feiten en politieke realiteit? De Zweedse politiek wetenschapper Jacob Nordangård (46) promoveerde op precies dat onderwerp aan de Universiteit van Linköping. En hij kwam tot een tegenstrijdig klinkende conclusie: De groene agenda is juist met oliegeld gesmeerd, en gestut door bankiers.

Zoals bankier David Rockefeller (JP Morgan Chase) beschreef in zijn autobiografie in 2004: ‘Sommige mensen….karakteriseren mijn familie als ‘internationalists’, die met anderen rond de wereld samenspannen voor een meer geïntegreerde mondiale politieke en economische structuur; Als dat de aanklacht is, ben ik schuldig en daar ben ik trots op.’ Een ‘complot’ dus volgens de woordenboek-definitie: het maken van plannen om andere belangen te beschadigen. Want nationale democratie en individuele soevereiniteit zijn kind van de groene (bank)rekening, zo waarschuwt Nordangård. ‘Mensen mogen wel meer op hun hoede zijn’.

Controle over kapitaal, grondstoffen en steeds ingrijpender internationalisering zijn het onderliggende doel. De dreiging van mondiale milieurampen, dient volgens Nordangård als politiek pressiemiddel voor die agenda. Via bijvoorbeeld Carbon Credits- betalen voor CO2 door zowel bedrijven als burgers- wil men biljarden euro’s kapitaal genereren voor ‘duurzame ontwikkeling’ . Dat blijkt uit onder meer het Blended Finance Launch Event van het World Economic Forum in Addis Abbeba op 15 juli 2015. Bankiers, multinationals en NGO’s willen hiervan profiteren.

 

 

Een zeer invloedrijke elite van (olie-)multinationals en (olie)bankiers rond de New Yorker Rockefeller-zakenfamilie financiert en faciliteert al decennialang de milieu-agenda van de Verenigde Naties, zo bleek uit zijn historische netwerk-onderzoek. Het VN-hoofdkantoor in New York is bijvoorbeeld gebouwd op grond van de Rockefeller-familie. De VN bankierde bij de door de Rockefellers opgerichte Manhattan Chase Bank (nu JP Morgan Chase). De Canadees Maurice Strong was protegee van de Rockefeller-familie, hij werd door hen de Canadese overheid in gekatapulteerd en de (fossiele) energiewereld.

Strong vervulde een hoofdrol bij het opzetten van de politieke architectuur voor mondiaal milieubeleid. Strong was oprichter en eerste voorzitter van de milieutak van de Verenigde Naties, de UNEP (1972). Hij organiseerde de belangrijkste VN-milieuconferenties in 1972 in Stockholm en 1992 in Rio de Janeiro. Hij was voorzitter van de Brundtland-commissie voor Duurzame Ontwikkeling. Daaruit volgde in 1992 alle mondiale klimaatbeleid van de VN, waaraan ook Nederland zich conformeert.

De activiteiten van Strong klinken allemaal erg groen. Minder bekend is dat Strong tevens president en oprichter was in 1976 van Canada’s grootste teerzand-bedrijf Petro-Canada (nu Suncor). Toen Shell-president John Loudon president was van het Wereld Natuur Fonds (1977-1981), was Strong hier vice-president. Die vriendschappelijke combinatie olie en groen blijkt de regel, niet de uitzondering. Zij maakt deel uit van een corporate strategie, zoals Canadese onderzoeksjournalist Elaine Dewar al in 1995 beschreef in ’A Cloak of Green’.

Milieuconferenties als in Rio de Janeiro zouden als Trojaans paard voor belangen van multinationals dienen. Die ‘groene dekmantel’-aanpak toont de Rockefeller-zakendynastie bij uitstek, zo beschrijft ook Nordangård. De familie bouwde haar kapitaal op het vroegere Standard Oil-imperium. Oliemaatschappijen Exxon-Mobil en Chevron zijn daarvan een afsplitsing. Hun filantropische stichtingen als de Rockefeller Foundation halen dividend uit deze olie-multinationals. Maurice Strong was commissaris van de Rockefeller Foundation.

 

Die filantropische stichtingen van de Rockefellers financieren onderzoek dat multinationals dient. En zij stoken het vuurtje van Global Warming op bij media en politiek. Zo schonk het Rockefeller Brothers Fund aan campagne-multinational Greenpeace in 5 jaar tijd meer dan een miljoen dollar. De Rockefeller Foundation betaalde 3,2 miljoen dollar voor de productie van een documentaireserie voor de BBC ‘Hot Cities’. Tactisch getimed voor de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in 2009 in Kopenhagen, werden BBC-kijkers zo in 10 delen opgewarmd over klimaatvluchtelingen in Bangladesh en kokend hete toekomstige steden.

Op de achtergrond stimuleren zij al decennia de politieke architectuur voor internationalisering met een groen verfje. In het Italiaanse Bellagio in de villa van de Rockefeller Foundation werd de Club van Rome in 1968 gevormd. Hier werden ook de afspraken gemaakt in 1986 om NGO’s te financieren voor klimaatagitatie. Die Club van Rome hielp met apocalyptische rapporten als ‘Grenzen aan de groei’ in 1972 de politiek rijp maken voor mondiaal milieubeleid. In 1974 karakteriseerden zij de mensheid als ‘een kanker’ voor de aarde. Achter de schermen helpen Club van Rome-leden ‘groene’ regelgeving invoeren. Zoals de richtlijn voor ‘duurzame’ energie van de Europese Commissie uit 2009, die Nederland moet volgen. Die kwam tot stand dankzij hun Zweedse co-president Anders Wijkman. 


Een belangrijke rol op het groene wereldtoneel was ook weggelegd voor ex-Milieuminister en Mc Kinsey-consultant Pieter Winsemius. Hij is nu verantwoordelijk voor de uitrol van windturbines in Friesland voor het Energieakkoord. Winsemius schreef het rapport ‘Beyond Interdependence’ in 1990 voor de Trilateral Commission. Bankier David Rockefeller richtte die elite-denktank op voor zijn internationaliserings-lobby. In dit rapport - met voorwoord van David Rockefeller en Maurice Strong- stippelt Winsemius het plan van aanpak uit voor 2012 om de VN-klimaatagenda uit te rollen.

Het rapport vermeldt hier al de noodzaak van een ‘Earth Council’: een soort ecologische raad van toezicht met mondiale bevoegdheden. Dat heet nu ‘International Planetary Stewardship’: in een hervormde economie zou iedere wereldburger en ieder bedrijf een CO2-budget krijgen opgelegd (zie kader) ’Klimaatbeleid wordt gebruikt om mensen in een technocratisch politiek systeem te dwingen met steeds sterkere controle over het individu en over beschikbare grondstoffen’, stelt Nordangård. ‘Tegelijk weten drijvende krachten achter dat beleid ook best dat de moderne wereld niet functioneert zonder fossiele brandstoffen.’ Oftewel, die olie verkoopt men toch wel. Economische controle is het doel, ‘het klimaat’ vooral een politiek pressiemiddel.

 

/////////////////////

 

Technocratie

Nordangård’s onderzoek en conclusies tonen raakvlak met econoom Patrick Wood zijn analyse in ‘Technocracy Rising’: The Trojan Horse of Global Transformation. Een invloedrijke zakenelite zou via denktanks als de Trilateral Commission (opgericht door David Rockefeller) de economie willen hervormen. Naar een technocratisch ideaal dat al sinds 1933 bestaat. Vrij kapitaal willen zij vervangen voor een energie/CO2-budget per persoon.

Een veel gebruikte ‘groene’ term voor dat- vooralsnog niet ingevoerde- persoonsgebonden budget is ‘Energy Saving Quotas’. Wie ‘teveel’ energie heeft gebruikt, moet dan stukjes energie-quotum bijkopen bij bankiers. Carbon Credits zijn een vergelijkbaar idee, het betalen voor CO2-uitstoot. Rockefeller-bank JP Morgan Chase spant zich al jaren in om die markt door overheden leven in te laten blazen.