Liefde voor de eigen achtertuin



...sperwer in de eigen achtertuin dankzij verbouwing van tegeltuin tot groene tuin


07-12-2017

Natuur is de afgelopen decennia uitbesteed aan technocraten en campagneclubs zonder lokale binding met een gebied, stelt Rypke Zeilmaker. Kunnen traditionele gebruikers als jagers, boeren en vissers met een onderbouwde visie hun eigen achtertuin heroveren? Een pleidooi voor een nieuwe natuurvisie waarin benutting en bescherming van de natuur hand in hand gaan.

 

Door lang genoeg zichzelf te blijven kan de jagerij zich plots weer een beetje hip voelen. Haar gebruikstraditie van natuur is namelijk een welkome bijdrage in de natuurvisie van een uit Amerika overgewaaide milieufilosofie: het ecomodernisme. Je kunt het ook gewoon eco-pragmatisme noemen. Liefde voor je omgeving en land als motivatie voor natuurbescherming, zonder de mensvijandige ideologie van de orthodoxe milieubeweging en haar apocalyptische prediking. Die angstige verhalen leiden tot actieplannen, lastenverzwaringen voor grondeigenaren (zoals bij exotenbestrijding) en papier. Bureau-diversiteit dus, maar biodiversiteit?


Ideologie

In het ecomodernisme krijgen natuurgebruikers weer een grotere rol nadat doemscenario’s predikende ‘professionele’ consortia de natuur eerder naar zich toe trokken. Een nuchtere analyse van de beschikbare bewijslast geeft eenvoudig geen aanleiding tot geloof in een apocalyps. De mensheid is er op alle fronten sterk op vooruit gegaan in de afgelopen eeuw. Er zijn nog nooit zoveel reeën en zwijnen geweest, en zelfs de wolf keert terug in ons land. Brandganzen, die voorheen enkel in Siberië broedden, zien Nederland nu bij tienduizenden als thuis. Het dogma ‘meer mensen, minder natuur’ gaat eenvoudig niet op. Zeker niet zolang men een deel van de groeiende welvaart (her)investeert in natuur. De meeste doemverhalen over het milieu leunen niet op een evenwichtige analyse van beschikbaar bewijs. Ze komen vaak voort uit een manier van kijken naar mens en natuur: een ideologie dus. Dat ideologisch beeld van natuur is verwant aan New Age en Romantiek. In die opvatting is de mens vooral een ‘verstoring’ van een mysterieus ‘evenwicht’ op aarde. Achter deze achterhaalde ecologische kijk op natuur zit vaak een esoterische obsessie met zuiverheid.

 

Lastenverzwaring

Het ecomodernisme plaatst zich nadrukkelijk in de positieve traditie van de Verlichting en het uit het christendom voortgekomen humanisme, waarbij de menselijke waarde voorop staat in plaats van de mensvijandige ideologie die veel groene clubs kenmerkt. Ecomodernisme stelt de vindingrijkheid van de Westerse mens centraal. Je beschermt natuur omdat natuur het leven van mensen verrijkt, het land verfraait. In deze visie is de mens onderdeel van de natuur, in tegenstelling tot het gedachtegoed van de orthodoxe milieu- en natuurbeweging dat de natuur heilig verklaart en de mens er nadrukkelijk buiten plaatst. Je ziet die mensvijandige en alarmistische benadering van de orthodoxe milieubeweging in beleid terug. Zonder kosten-batenanalyse voor mens en natuur worden lasten verzwaard en neemt de regeldruk steeds verder toe. Het voorzorgprincipe - een beleefd woord voor ‘angst voor het onbekende’- en de statische natuurvisie in Natura 2000 zijn leidraad bij alle natuurbeleid. En zijn een garantie voor stapels papier en negatieve energie, zonder ecologische en economische rendementstoetsing.

 

Schietambtenaar

Een hoofdkenmerk van rapporten producerende ‘systeem-ecologen’ is dat zij de bestaande natuur losknippen van haar historische ontstaansgeschiedenis. En dus onderbreken zij ook de menselijke gebruikstradities die het landschap afgelopen eeuw vormden. Men weekt het landschap als het ware los van zijn sociale omgeving, waarin het bestaande menselijke gebruik zoveel mogelijk gehinderd dient te worden. Jagers dreigen daarbij steeds meer tot schietambtenaar te degraderen, die centralistisch opgelegde ‘doelen’ moeten halen. Niet zelden betekent dit: de rommel opruimen van falend natuurbeleid dat zich baseert op de ideologie van orthodoxe groenen die met stapels rapporten de wijsheid in pacht menen te hebben.

 

De tuin als metafoor
Iedereen wil in een mooie omgeving leven. Voor dat belangrijke doel - een inspirerende natuur - in een steeds meer bevolkte wereld, kiezen ecomodernisten de ‘tuin’ als metafoor voor natuurbescherming. De tuin kennen we al sinds de Hof van Eden in het paradijs. Het paradijs betekent immers ‘ommuurde tuin’. Die tuin kan zo klein zijn als een Albert Heijn-moestuintje, maar ook duizenden hectares groot. Meer dan stapels rapporten om georganiseerd wantrouwen te bezweren, is kennis, boerenverstand, en vooral liefde voor de eigen ‘wilde tuin’ meer dan voldoende voor goede resultaten. Als ieder op eigen terrein via een lange gebruikstraditie iets anders doet, dan is het resultaat immers ook diversiteit. Soms met de meest verrassende resultaten als gevolg. Zo bemachtigde een bevriende ecoloog en vogelfotograaf drie hectare aan een heideveld grenzende bosgrond in dunbevolkt Drenthe. In tien jaar tijd herschiep hij het terrein tot een reptielenparadijs, inclusief een vogelhut waar bevriende fotografen zich kunnen uitleven. Gewoon ontwikkeld voor het plezier, en met eigen geld. Of neem als voorbeeld de jagers die de biotoop van de patrijs helpen verbeteren. Zij beheren de eigen wildtuin. Deze natuurliefhebbers hoeven hun beeld van natuur niet aan anderen op te dringen. Zolang ze op eigen grond maar de vrijheid hebben hun ideaal van een goede wildstand kunnen nastreven. Akkerrandjes met bloemen, dekking, singeltjes, tuunwallen; een complete dooradering van het landschap. Jagers moeten op hun beurt respecteren dat andere natuurliefhebbers kale wildernis met distels en een oerkoe mooi vinden. Ieder zijn plezier. Niemand heeft ‘de’ natuur in pacht.

 

Eigen verantwoordelijkheid
Vanuit ecomodernistisch denken krijg je een andere insteek van natuurbeleid. Beleid is niet het doel - als versterking van een bureaucratische machtsbasis - maar het middel tot een rijke tuin. Vele inheemse soorten veroorzaken bijvoorbeeld een veelvoud aan (gewas-)schade vergeleken met plots tot ‘invasieve exoot’ verklaarde planten en dieren die hier al decennia tot meer dan een eeuw probleemloos leefden. Denk aan springbalsemien, reuzenberenklauw en de nijlgans. Balsemien en ook Amerikaanse lupine zijn zelfs welkome waardplanten voor bestuivende insecten. Maar lokale, traditionele natuurgebruikers en bewoners die voor de eigen omgeving opkomen, zien zich toenemend geconfronteerd met machtige miljoenenorganisaties uit de groene- en milieusector, sterk (financieel) verweven met de overheid en grote bedrijfsbelangen. Niet ‘de aarde’ maar de mens als individu met eigen verantwoordelijkheid staat onder druk.

 

Netwerken

Er is dus zowel voor natuurgebruikers als omwonenden zelf een noodzaak weerwoord te bieden aan de krachten die hen - voorzien van miljoenensubsidies en loterijmiljoenen - blijven belasteren. Het ecomodernisme biedt handvatten om globalistische en mensvijandige tendensen - vermomd als ‘natuurbescherming’ - van repliek te dienen. Door het inblazen van nieuw leven in gebruikstradities: nieuwe netwerken van betrokken bewoners en natuurgebruikers helpen mee aan een meer gezond machtsevenwicht. Daarbij draait het om liefde voor onze eigen achtertuin en om onze verantwoordelijkheid daarvoor. Ouderwets nieuw dus. De Jager toont ieder nummer dat een betere biotoop bij jezelf begint. Je oogst een ree uit de natuur, slacht het, maakt van de reerug met bruin bier, uien, appeltjes en kruiden een heerlijke hachee die je dierbaren voorzet bij Kerst. Als tegenprestatie voor dat genot wil de jager graag iets terugdoen voor die natuur in de eigen wildtuin. Zo makkelijk kan het zijn. Voor echte natuurbescherming is geen technisch-academisch verhaal nodig.

 

Bron: Ecomodernisme, het Nieuwe Denken over Groen en Groei door Marco Visscher, Ralf Bodelier, Rypke Zeilmaker e.a.