Natuurlijke kapitalisten: hoe milieuclubs en multinationals elkaar helpen



Shell, Philips en Unilever azen op de 12 biljoen euro belastinggeld die onder staatsdwang vrijkomt uit naam van 'groen', zo toont hun brief aan formateur Edith Schippers

Elsevier Weekblad Kennis 24-02-2018

Coalities van energiebedrijven, multinationals en bankiers lopen voorop bij het lobbyen voor ‘groen’ beleid, daarbij profiterend van milieuclubs die in media tegen ze lijken te protesteren. De Bootleggers and Baptists-theorie verklaart het wederzijds voordeel.

 

Milieudefensie voert momenteel weer een campagne waarin ‘multinationals’ het moeten ontgelden. Die zouden niet geven om ‘mens en milieu’. Tegelijk zijn juist acht multinationals als Shell en Unilever verenigd in de Dutch Sustainable Growth Coalition (DSGC), de belangrijkste protagonisten van '2030 Agenda'. Dat is de groene ontwikkelingsagenda van de Verenigde Naties (VN). Die vormt volgens DGSC ‘de leidraad voor het nationale duurzaamheidsbeleid van komende 15 jaar’.

 

Afgelopen week vergaderden ook de CEO’s van het grootbedrijf en banken in Davos tijdens het World Economic Forum, over de versnelde invoering van die VN-Agenda voor ‘het klimaat’. Die agenda legde een VN-commissie vast op september 2015 in New York. Die commissie heet het High Level Panel of Eminent Persons,  en stond onder leiding van de Britse ex-premier David Cameron. Ook Paul Polman van Unilever zat als ‘eminent person’ in die commissie.

 

Anti-Trumpkoor

In Nederland implementeert Hugo von Meijenfeldt als coördinator van de Sustainable Development Goals op het Ministerie van Buitenlandse Zaken die ‘duurzame’ agenda met werkgeversorganisatie VNO-NCW in Den Haag. Invoering gebeurt uit naam van ‘de klimaatafspraken in Parijs’. Toen Donald Trump zijn ‘exit’ uit die Parijse klimaat-afspraken aankondigde, kraakte een koor van milieu-activisten het besluit van de Amerikaanse president. Dat was niet verrassend. Wonderlijk voegden juist oliebedrijven Exxon Mobil en ConocoPhillips zich toen bij het anti-Trump-koor van NGO’s en milieu-activisten.

 

Die combinatie lijkt onwaarschijnlijk, maar zij is bij milieubeleid vaker gangbaar. Het is namelijk een klassiek geval van de Bootleggers and Baptist-theorie. Dat stelt econoom Bruce Yandle vast voor de Foundation for Economic Education, in het artikel ‘Greens and Big Industry are the Baptists and Bootleggers of Climate Policy’. Yandle ontwikkelde die speltheorie in 1983, als econoom in dienst van de Amerikaanse overheid.

 

Hij verbaasde zich er toen over dat de meest onwaarschijnlijke coalities konden ontstaan bij lobby rond milieu-regulering. Allianties van milieuclubs die op morele gronden tegen oliebedrijven actie voeren enerzijds en oliebedrijven en andere multinationals anderzijds kunnen volgens Yandles theorie wederzijds voordeel halen. Ook als ze niet één op één samenwerken.

 

Illegale stokers

Het mechanisme werkt op een zelfde wijze als Amerikaanse baptisten in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Die voerden succesvol actie tegen de verkoop van alcohol en openstelling van cafés op zondag. De Bootleggers - illegale stokers en drankhandelaren - profiteerden van het uitschakelen van de legale concurrentie tijdens de zogenoemde Drooglegging. Desondanks konden de ‘vrome’ Baptisten tegelijkertijd hun morele gelijk halen in de ogen van hun achterban. 

Het paradoxale aan de situatie was dus dat het voor de Bootleggers loonde om de lobby van de Baptisten achter de schermen te steunen.  En zo profiteren ook uitgerekend milieubedrijven van activisten als van Milieudefensie. Die dwingen via politieke lobby steeds meer lasten-verzwarende regels af, die de concurrentie op achterstand zetten. Wereldwijd opererende ondernemingen kunnen de steeds hogere lasten van milieubeleid veel makkelijker pareren dan het aan een land gebonden midden- en kleinbedrijf.

Een saillant detail: Milieudefensie kreeg in 2016 liefst 10 miljoen euro subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken om voor '2030 Agenda' te ‘pleiten en beďnvloeden’. Dat is tien maal meer geld dan Milieudefensie jaarlijks van haar in tien jaar gehalveerde ledenbestand ontvangt.

Klimaatwet

Het motief van multinationals voor ‘groen’ is en blijft het tevreden stellen van de aandeelhouders. Zo stelden Shell, DSM en Unilever in een brief aan formateur Edith Schippers op 28 maart 2017, dat er 12 biljoen dollar aan inkomsten in het verschiet lag als gevolg van '2030 Agenda'. Inkomsten die dus uit miljarden-subsidies vrijkomen voor energieprojecten, en andere ‘groene’ politiek. Bijvoorbeeld wanneer de overheid een Klimaatwet invoert. Dat is een wet waarvan Wijnand Duyvendak, oud-directeur van Milieudefensie een architect is.

Met de Baptists en Bootleggers-theorie, wordt duidelijk waarom VNO-NCW Groen Links-Kamerlid Liesbeth van Tongeren (oud-directeur van Greenpeace) huldigen als ‘Kamerheld’ van 2017. Alle subsidies voor woningisolatie en zonnepanelen (de salderings-regeling bij kleinverbruikers) helpen de installatie-sector. Dat stelt Doekle Terpstra als voorzitter van die branche, de UNETO-VNI.

Via de Bootleggers en Baptists-manier kon een coalitie van milieuclubs en Philips het gloeilamp-verbod doordrukken in Brussel. Philips behaalt meer winst met duurdere halogeen-lampen, en Greenpeace scoorde tegelijkertijd moreel bij de achterban. Ook kon Shell met Greenpeace een deal forceren om voor 2030 kolencentrales te sluiten in het Energieakkoord. Weer een energie-concurrent minder, terwijl Greenpeace met klimaatwinst kan pronken.

 

Ecokapitalisme

De Baptists en Bootleggers vinden elkaar ook bij Amerika’s variant op Natuurmonumenten, The Nature Conservancy. Die natuurclub wordt nu geleid door een bankier van Goldman Sachs: Mark Tercek. Meer dan de helft van de commissarissen van The Nature Conservancy bestaat uit Wallstreet-jongens van hedgefunds. Die promoten nu samen met de Rockefeller Foundation het ‘Natural Capital’-concept .

Met ‘natuurlijk kapitaal’ wordt er een prijs gekoppeld aan ‘schade aan natuur’ die een overheid veroorzaakt door bijvoorbeeld de aanleg van wegen. Of als een bedrijf bos laat kappen, komt daar een geldbedrag tegenover te staan. Economen noemen die vorm van milieubeleid ‘ecokapitalisme’. Het idee van ‘natuurlijk kapitaal’ is dus de ‘biodiversiteit’-variant van ‘klimaatneutraal’, en heet ook wel ‘Biodiversity-offsetting’.

Dichtbevolkt Nederland gebruikt dergelijke natuur-aflaten al sinds 1994 middels het Nationaal Groenfonds. Een overheid betaalt dan geld ter compensatie van wegen-aanleg. Maar ook in de vorm het Waddenfonds in 2006, waarvoor de NAM 800 miljoen euro betaalde ter compensatie van Waddengas-boringen.

Biodiversiteit

In Europees beleid heet die benadering ‘No Net Loss’ (geen nettoverlies): waar je natuurwaarden aantast, moet je het elders financieel compenseren. Bankier van Deutsche Bank, Pavan Sukhdev berekende in zijn studie ‘The Economics of Ecosystems and Biodiversity’ (TEEB) uit 2009 dat ‘verlies van biodiversiteit’ door ‘de 100 grootste bedrijven’ 3 tot 10 biljoen euro schade per jaar zou veroorzaken.

En dat is ook tegelijk de winst die de ‘bootleggers’ ofwel duurzaamheidsclubs ter compensatie verwachten. De schade-berekeningen voor ‘verlies van biodiversiteit’ in TEEB ogen als complexe financiële producten. Sukhdevs TEEB-concept is in 2016 niettemin door het Europees Parlement in een resolutie aangenomen, als richtlijn voor Europees natuurbeleid tot 2030.

Het door het Ministerie van Buitenlandse Zaken met 10 miljoen euro per jaar gesponsorde International Union for Conservation of Nature (IUCN), is in Nederland sinds 2016 de promotor van ‘natuurlijk kapitaal’. Met een commissie onder leiding van oud-Shell-directeur Rein Willems. De ‘Baptists’ van IUCN stellen in hun jaarverslag 2015 dat ‘het uitsterven van diersoorten 1000-10.000 maal sneller dan normaal’ verloopt. Zij verlenen daarmee de morele urgentie voor natuur-kapitalisme. 

En zo kunnen de natuurlijke kapitalisten als Boskalis in ‘De Marker Wadden’ uit naam van een ‘algemeen belang’ als ‘verlies van biodiversiteit’ hun aandeelhouders publiek gefinancierd plezieren.

Een Natuurlijk Kapitaal-‘icoonproject’, zo heet die voor Elsevier Weekblad beschreven ‘Eilandengroep voor Plaagdieren’. Natuurmonumenten kan als Baptist voor ‘natuurontwikkeling’ scoren in media. En als dank voor 60 miljoen euro subsidies, zwijgt Natuurmonumenten in media over Lelystad Airport tussen vogelgebieden Oostvaardersplassen en De Wieden. En over windturbines in vogelgebied het IJsselmeer.

Met die gecontroleerde oppositie van Natuurmonumenten, daar is haar belangrijkste financier en misschien wel belangrijkste Bootlegger- De Rijksoverheid - bijzonder blij. Met de ‘Crisis en Herstelwet’ ontslaat de overheid - en de lobby’s die haar sturen- zich van natuurregels waar ieder ander wel aan moet voldoen. En haar imago lijkt door alle steun van Baptists tegelijk ‘groen’.

////////////////

[kader]

‘No Net Loss betekent niks’

De wetenschappelijkheid en winst voor de natuur van ‘natuurcompensatie’, staat bij ecologen ter discussie. Want- zo stelt de Australische ecologe Martine Maron- zich januari af in ‘Nature Sustainability’: ‘No Net Loss’ kan werkelijk alles betekenen. De waarde die ‘verlies van biodiversiteit’ inhoudt, staat open voor misbruik. Er zijn geen objectieve maatstaven om je verlies in geld uit te drukken.

In de praktijk constateert Maron dat overheden natuur-compensatiepotjes - dus geld uit bijvoorbeeld boskap voor een weg- vaak aanspreken om beleid te financieren dat ze toch al van plan waren. Er komt zelden evenveel natuur bij van de zelfde kwaliteit als verloren ging. ‘Het omrekenen van verlies van biodiversiteit koppelen aan winsten is nieuw’, reageert Maron, die verklaart ‘geen fan’ te zijn van monetariseren van natuur. ‘En het is extreem belangrijk dat je Groenwassen en perverse uitkomsten vermijdt’.

Het Nationaal Groenfonds bijvoorbeeld, betaalt nu ook al ‘groene’ energieprojecten van geld dat overheden stortten in dat fonds voor het vernielen van natuur. Zoals houtcentrales die gekapt bos stoken. Uit het Waddenfonds, werd op Ameland een industrieterrein met zonnepanelen gesubsidieerd.